@Yeel, Ja wat vind ik ervan? Het is een stukje tekst over iemand die in een trein zit, maar is het een onderdeel van een verhaal/boek o.i.d.? Is dit het hele verhaal, dan is het wel erg summier en weinig opwindend. Als je het wat spannende, angstiger wilt maken, dan moet je de situatie en gebeurtenissen wat overdrijven en meer bijvoegelijke naamwoorden gebruiken. In de eerste drie zinnen geeft ik een voorbeeld. Verder enkele op- en aanmerkingen. Succes Yeel!
{Het licht flikkert telken aan en uit, en} er hangt een {griezelige, wat} drukkende stilte in de lege coupe. Het deurtje dat de normale mens scheidt van de bovenklasse zwaait {plotseling} met een klap open. In de verte hoor ik {een vreemd, wat raspend} gekuch {gevolgd door een kreet van pijn}.
Weerkaatsende herrie als we door een tunnel razen. (2 x als, 1 x 'wanneer?') Als we eruit komen wil ik naar buiten kijken maar zie geen verschil met eerder; mijn eigen gezicht eenzaam in de zwarte duisternis met groene banken.
We minderen vaart. Ik kan nu de fel verlichte reclameborden onderscheiden.
De deur zwaait weer open. Ik schrik op uit mijn overpeinzingen en kijk om. Er is niemand. Ik hoor geschuifel. Er zijn geen voeten. Ik hoor het leer van de banken kraken. Er is niemand opgestaan.
Mijn ogen vallen bijna dicht en ik leef tussen werkelijkheid en (waan?) dromen in een paranoïde
(Iemand die aan wanen lijdt, noemt men paranoïde, een paranoïde tussenwereld (?) kan n.m.m. niet, wel de wezens in zo'n wereld.) Met wie zou ik deze trein delen? Zou iemand me makkelijk kunnen besluipen tussen al deze geluiden?
Terwijl ik het denk schrik ik van een grote gestalte naast me.
“Goedenavond, uw kaartje?”
Ja het kan dus. Met licht trillende handen bekruipt me een angstig gevoel als ik mijn kaartje niet meteen vind(t=weg). Ik maak me druk om niks. Als de stevige stappen van de conducteur vervagen tot nauwelijks hoorbare dreunen blijft ik verward achter door het onverwachte antwoord dat ik op mijn vraag kreeg. Toeval of intuïtie?
Gegrepen door een sterke drang om te onderzoeken hoe sterk intuïtie eigenlijk is stap ik uit bij het volgende station. Als ik omkijk zie ik dat de trein leeg is.
"Wanneer in een mensengeest eenmaal de vrijheid is losgebroken, hebben de goden er geen vat meer op." Jean Paul Sartre Mijn gedichten: http://www.showroom.nl/gedichten.html
Bedankt voor de goeie tips! Hier heb ik echt wat aan . Het is het begin van een verhaal. In eerste instantie was het verhaal niet eng bedoeld maar naarmate ik verder schreef kreeg ik steeds meer zin om het enger te maken dus vandaar dat het nu misschien een beetje halfslachtig overkomt. Ik ga er aan werken!
@Yeel, Ja wat vind ik ervan? Het is een stukje tekst over iemand die in een trein zit, maar is het een onderdeel van een verhaal/boek o.i.d.? Is dit het hele verhaal, dan is het wel erg summier en weinig opwindend. Als je het wat spannende, angstiger wilt maken, dan moet je de situatie en gebeurtenissen wat overdrijven en meer bijvoegelijke naamwoorden gebruiken. In de eerste drie zinnen geeft ik een voorbeeld. Verder enkele op- en aanmerkingen. Succes Yeel!
{Het licht flikkert telken aan en uit, en} er hangt een {griezelige, wat} drukkende stilte in de lege coupe. Het deurtje dat de normale mens scheidt van de bovenklasse zwaait {plotseling} met een klap open. In de verte hoor ik {een vreemd, wat raspend} gekuch {gevolgd door een kreet van pijn}.
Weerkaatsende herrie als we door een tunnel razen. (2 x als, 1 x 'wanneer?') Als we eruit komen wil ik naar buiten kijken maar zie geen verschil met eerder; mijn eigen gezicht eenzaam in de zwarte duisternis met groene banken.
We minderen vaart. Ik kan nu de fel verlichte reclameborden onderscheiden.
De deur zwaait weer open. Ik schrik op uit mijn overpeinzingen en kijk om. Er is niemand. Ik hoor geschuifel. Er zijn geen voeten. Ik hoor het leer van de banken kraken. Er is niemand opgestaan.
Mijn ogen vallen bijna dicht en ik leef tussen werkelijkheid en (waan?) dromen in een paranoïde
(Iemand die aan wanen lijdt, noemt men paranoïde, een paranoïde tussenwereld (?) kan n.m.m. niet, wel de wezens in zo'n wereld.) Met wie zou ik deze trein delen? Zou iemand me makkelijk kunnen besluipen tussen al deze geluiden?
Terwijl ik het denk schrik ik van een grote gestalte naast me.
“Goedenavond, uw kaartje?”
Ja het kan dus. Met licht trillende handen bekruipt me een angstig gevoel als ik mijn kaartje niet meteen vind(t=weg). Ik maak me druk om niks. Als de stevige stappen van de conducteur vervagen tot nauwelijks hoorbare dreunen blijft ik verward achter door het onverwachte antwoord dat ik op mijn vraag kreeg. Toeval of intuïtie?
Gegrepen door een sterke drang om te onderzoeken hoe sterk intuïtie eigenlijk is stap ik uit bij het volgende station. Als ik omkijk zie ik dat de trein leeg is.
"Wanneer in een mensengeest eenmaal de vrijheid is losgebroken, hebben de goden er geen vat meer op." Jean Paul Sartre Mijn gedichten: http://www.showroom.nl/gedichten.html
Bedankt voor de goeie tips! Hier heb ik echt wat aan
. Het is het begin van een verhaal. In eerste instantie was het verhaal niet eng bedoeld maar naarmate ik verder schreef kreeg ik steeds meer zin om het enger te maken dus vandaar dat het nu misschien een beetje halfslachtig overkomt. Ik ga er aan werken!