De onstuitbare opkomst van de Graphic Novel
De onstuitbare opkomst van de Graphic Novel
Fragment uit het hoofdartikel van Schrijven Magazine 2 van 2008
‘Graphic novel’ is een nieuwe naam voor een fenomeen dat eigenlijk al jaren bestaat: het beeldverhaal. Waren strips vroeger vooral jeugdlectuur, tegenwoordig lijken literaire uitgevers het genre ook serieus te nemen. Arjan van den Berg ging op onderzoek.
Met de nominatie van Verder van Marc Legendre, die als eerste grafische roman op de longlist van de Librisprijs staat, lijkt het beeldverhaal weer helemaal mee te tellen. Ook andere uitgevers nemen het genre serieus. Podium heeft Exit Wounds van de Israëlische striptekenares en schrijfster Rutu Modan uitgebracht en binnenkort verschijnt Kampongboy bij uitgeverij Catullus.
De eerste grafische roman verscheen al in 1976 in Amerika. Will Eisner schreef en tekende A contract with God: vier korte stripverhalen die in boekvorm werden uitgegeven door een echte uitgever. Maar het kaft kreeg niet alleen het predikaat ‘graphic novel’ mee omdat het zo interessant klonk. “Het boek had ook enigszins literaire kwaliteiten”, zegt Klaas Knol. Hij werkt al 25 jaar bij de oudste stripzaak van Europa, die dit jaar 40 jaar bestaat: het Amsterdamse Lambiek. “Voor die tijd was het eigenlijk een doorbraak. In Amerika gingen verhalen over het algemeen over superhelden: die jongens in maillots die elkaar voor hun bek slaan. Toen kwam er opeens dat enigszins biografische verhaal van Eisner over het leven in de NewYorkse Bronx in stripvorm uit. Ja, dat was voor die tijd heel bijzonder. Dat bestond gewoon nog niet.”
Het voorbeeld van Eisner werd opgevolgd en er verschenen steeds meer volwassen strips in boekvorm, met een uitgekiende verhaallijn en een vaak autobiografisch karakter. Vooral Maus van Art Spiegelman kreeg veel belangstelling. Daarin vertelt de auteur in stripvorm het verhaal van zijn vader als oorlogsslachtoffer. De strip kreeg zelfs de Pulitzerprijs.
In Nederland werd vooral Peter Pontiac bekend met Kraut: het verhaal van zijn vader die als oorlogsverslaggever van de SS juist een dader was. Pontiac liep al langer met het idee rond om het verhaal van zijn vader te tekenen en te schrijven, zeker toen deze spoorloos verdween op Curaçao.
Hij wilde echter wachten tot zijn moeder was overleden, omdat zij niet zou hebben gewild dat hij het verhaal van zijn vader aan de grote klok zou hangen. Toen die tijd aanbrak, was een praatje tijdens een NRC-borrel met een redacteur van uitgeverij Podium genoeg om zijn idee te vertellen en de volgende dag een uitnodiging te krijgen om meteen aan de slag te gaan. Via Lambiek kreeg de tekenaar een sigarettendoosje doorgespeeld waarop Will Eisner een opdracht had geschreven: ‘Please, do a graphic novel too. It’s lonely out here. I need company.’
Pontiac: “Ik wil niet zeggen dat ik een opvolger was, maar wel iemand in wie hij vertrouwen had. Met als aantekening dat mensen achteraf zeggen dat Kraut in strikte zin eigenlijk geen graphic novel genoemd mag worden.” Dit zegt Pontiac, omdat het boek in de vorm van een brief geen enkele ballon bevat, alleen tekeningen met boven- en onderstaande teksten. Zoals veel graphic novels telt het werk een meer dan gemiddeld aantal pagina’s – 167 – en is het ‘zwaar geïllustreerd’.
Hink-stap-sprong
Voor een schrijver is het soms al moeilijk om een verhaallijn te ontwikkelen en zijn gedachten te vertalen naar het papier. Voor een maker van een beeldverhaal is het nog lastiger om een verhaal te vertellen, omdat hij zowel moet schrijven als tekenen. “Het was gewoon een interessant en sterk verhaal vol met sterke beelden”, legt de tekenaar zijn keuze om Kraut te maken uit. “Zo stond vóór de oorlog in mijn vaders geboorteplaats Leiden Marinus van der Lubbe, de vermoedelijke Rijksdag-brandstichter, altijd zijn communistische krantjes te verkopen voor de heiligenbeeldenwinkel van mijn grootvader. Wat mijn vader als klein jongetje elke dag zag. Alleen zo’n beeld al, die combinatie met dat katholieke. Dat beeld van die winkel schreeuwde erom getekend te worden.”
Tot dan toe tekende Pontiac vooral strips en dit was een van de eerste keren dat hij ook schreef. Hoe combineer je tekst en beeld? “Het is echt een soort hink-stap-sprong. Steeds een stukje schrijven, dan een tijdje tekenen, dan weer een stukje schrijven. Waardoor het ook interessant blijft, want je hebt steeds twee disciplines die elkaar afwisselen. Zo blijft het ook fris. En elke keer als ik genoeg begon te krijgen van het eindeloze schrappen en herschrijven van dingen, dan kon ik weer tekenen. Als ik een tekening had gemaakt, was ik wel weer toe aan schrijven.”
Lees de rest van het artikel in het aprilnummer van Schrijven Magazine.

