Schrijflocaties

    Schrijflocaties

    Fragment uit het hoofdartikel van Schrijven Magazine 3 van 2009

    Margriet van Bebber vroeg schrijvers en schrijfdocenten naar hun beweegredenen om achter de laptop vandaan te komen.

    Heeft een schrijver méér nodig dan zijn verbeelding en een internetaansluiting? Schrijven en tegelijk vakantie vieren op een verleidelijke locatie lijkt een ideale combinatie als je de talrijke folders en websites mag geloven. Aanlokkelijk aanbod vind je in alle varianten: van een kant-en-klaarcursus in een bepaald genre of in alle rust aan je eigen schrijfproduct werken, tot een schrijfavontuur en met een schat aan materiaal naar huis, waarmee je nog maanden vooruit kunt.

    Na een dag buiten schrijven, wandelen, eten, leg je je hoofd vol indrukken te slapen in een oude pastorie, dorpsstationnetje of voormalige geitenstal. Wat zoek je als schrijver op een Spaanse finca of een Waddeneiland? Op een Toscaans landgoed of langs de Griekse kust? Wat is de meerwaarde?

    Om dat te verkennen vroeg ik aan mijn collega’s, de schrijvers en schrijfdocenten Benny Lindelauf en Jolanda Loof, naar hun ervaringen. We raakten bevriend tijdens een opleiding voor schrijfdocenten. Toen Jolanda Loof in 2001 naar Spanje emigreerde, besloten we schrijfreizen te organiseren op Foya Roch in het zuidoosten van het land.

    Het blauwe uur
    Zelf ervaar ik schrijven op locatie als een ontdekkingstocht. Voor cursisten ben ik de expeditieleider, maar ook ik weet van tevoren niet wat we tegenkomen. In onze rugzak zitten in ieder geval de waarneming en de verwondering. We kijken en denken divergent. We gaan niet uit van de kennis die we denken te hebben. Dingen zijn niet altijd wat ze op het eerste gezicht lijken. Het materiaal dat je op die manier vergaart, vindt niet altijd meteen een toepassing. Soms landt het pas veel later.

    Ik ben gefascineerd door het verschijnsel van het blauwe uur: het moment waarop de nacht overgaat in de dag, gekenmerkt door het geheel ontbreken van geluid. De nachtdieren zijn stil, de dagdieren laten zich nog niet horen, weersomstandigheden en menselijke omgeving waarin geluid ontbreekt.

    Tijdens een schrijfweekend op Texel wist ik één cursist over te halen om samen voor dag en dauw op te staan om het blauwe uur te betrappen. In een miezerregen in de ochtendschemer, uitkijkend over een natuurgebied, viel ons vooral op hoeveel geluid er was. Het blauwe uur was ver te zoeken. Maar met die ervaring kon ik een jaar later wel over het blauwe uur schrijven, juist door te schrijven over de geluiden die er wél waren. Zo ontstond na jaren eindelijk mijn gedicht ‘Het blauwe uur’.

    (…)
    geen stappen op het wachtend wad
    geen laarzen die zuigen aan het zand

    een snavel die in laag water zoekt
    geklots tussen blokken basalt
    wind klap vlaag wiek
    dat allemaal niet (…)

    Niet wachten maar doen
    Jolanda Loof volgde de theaterschool in Kampen, acteerde en regisseerde en was schrijfdocent in Delft en Utrecht. In Spanje werkt zij als regisseur, schrijfdocent en organisator van schrijfreizen. Jolanda: “Door hardnekkig aan een genre en een schrijfstijl vast te houden, zet de schrijver zich gevangen. In ons programma is mijn aandeel tekst. Ik bepaal vooraf niet of er proza, poëzie of in een ander genre geschreven wordt. Mijn doel is het opsporen van oorspronkelijke taal en schrijfgrenzen verleggen.”

    Loof biedt schrijfavonturen aan die te maken hebben met de locatie. “De schrijvers verbinden zich met de locatie in het hier en nu: de regen, het vuur, de vijgenboom, de Spaanse taal, diepte, flamenco, een vis in het zout. Ik stimuleer ze, dwing ze haast tot het maken van de verbinding tussen taal en locatie.”

    Loof levert een vorm van chaos, bijvoorbeeld door de schrijvers met een boodschappenlijst op pad te sturen. “In het Moorse bergdorp, waar men hoofdzakelijk Valenciaans spreekt, moet je een borduurnaald, een schrift met lijntjes en twee postzegels voor een brief naar Nederland kopen. Intussen noteert iedereen fonetisch de woorden die hij tijdens de koopjesjacht opvangt en ziet.” De aantekeningen worden gebruikt om een tekst te schrijven en uitsluitend op het (Spaanse) ritme te letten. “Met uitzicht op een blauwgroen bergmeer worden de teksten naar elkaar gescandeerd. Tot slot vertaalt iedereen zijn eigen tekst. En dan vindt er altijd weer een wondertje plaats. Verrassende teksten, die uiteraard ruw zijn, worden voorgelezen. We leveren geen commentaar.”

    Loof laat de schrijver verdwalen door een steen, een barrière, op zijn weg te leggen. “Ik houd tijdens mijn lessen het tempo heel hoog. Er mag geen tijd zijn voor nadenken. Geen evaluatie, geen reflectie op wat je op dat moment doet. Doen. Niet wachten, maar doen. De schrijver graaft zijn bron uit door de chaos op te zoeken en te aanvaarden. Die fysieke handeling, je weet nog niet waar dit allemaal toe leidt, brengt je in een ontvankelijke stemming. De criticus wordt de mond gesnoerd. Door actief bezig te zijn met taal en niet met de technische kant van het schrijven, maak je verbinding met een woorden- en beeldenstroom die misschien al jaren gerijpt is in je hoofd. Jij doet niet iets met de locatie, de locatie doet iets met jou.”

    “Het eerste schrijven daar ging me niet erg vloeiend af”, zegt Marja van Rossum, deelnemer aan een schrijfreis op Foya Roch. “Het kwam maar aarzelend op gang. Geen vonken. Die dag zouden we gaan schrijven op een berg met fraaie vergezichten. Het was eerst vooral die beangstigende rit met de auto.” De groep ging de bergweg op, het bleek heel mistig te zijn. “Omdat de weg zo smal was, konden we niet keren. We moesten door. Door die grijze muur van mist, het ontbreken van uitzicht, de concentratie op het veilig boven komen, en niet weten of we er weer af konden, kwam mijn focus op die berg zelf te liggen. Voordat we naar de berg gingen, kwamen herinneringen aan andere bergen bij mij boven. Het gevoel dat ik er mee wilde communiceren bleef in die regenachtige wandeling behouden, juist doordat er geen uitzicht was.”