Schrijven in scènes
Schrijven in scènes
Fragment uit het hoofdartikel van Schrijven Magazine 3 van 2010
In goede verhalen en romans wordt niet alles benoemd. Veeleer wordt de lezer van scène naar scène gevoerd. Deze ‘episodes’ duwen hem in een bepaalde richting, zonder dat hij precies weet waarom. Mirjam Boelsums legt uit hoe je scènes schrijft die werken.
Veel beginnende schrijvers hun verhalen van a tot z uit, als een doorlopende vertelling. Meer ervaren schrijvers doen dat niet; ze werken van scène naar scène.
De kracht van scènes is dat ze een gebeurtenis, een personage of een plotontwikkeling oproepen waaruit je als lezer zelf je conclusies trekt. Jij als lezer bent de degene die doorheeft dat er iets niet klopt in de redeneertrant van een personage. Jij hoort, voelt, ruikt en proeft wat er gaande is in het verhaal. Het is jouw eigen verbeeldingskracht die wordt aangesproken en juist dat is een van de dingen die scènes zo krachtig maken.
Oefening 1
Ga voor je zelf eens na in hoeverre je scènes gebruikt in je verhalen. Ben je een scèneschrijver of meer een verteller?
Tijd, plaats en handeling
Volgens de scenario- en dramaopvattingen is een scène een stukje verhaal dat een eenheid vormt qua tijd, plaats en handeling. Er treden dus geen sprongen in tijd en plaats op (hoewel de personages zich wel kunnen verplaatsen binnen een scène) en de handeling wordt niet onderbroken. Een scène vormt daarmee een eenheid, en wel de kleinste eenheid waarin de dramatische wetmatigheden nog van toepassing zijn.
Je kunt een scène vergelijken met een cel in het menselijk lichaam. Hak je de cel in stukken, dan functioneert hij niet meer. En zoals vele cellen tezamen het lichaam vormen, zo vormt de optelling van scènes tezamen het verhaal.
In een toneeltekst is een scène eenvoudig te onderscheiden: elke keer als iemand het podium opkomt of weer verdwijnt, begint een nieuwe scène. Bij prozaverhalen ligt de grens tussen scènes complexer dan in een toneelstuk. Dit komt doordat prozascènes dikwijls geen zuivere scènes zijn, maar een mengvorm van scène en vertelling. Bijfiguren kunnen opkomen en weer verdwijnen; er wordt gemijmerd en aan gebeurtenissen in het verleden gerefereerd; het personage loopt van de keuken naar de kamer zonder de handeling te onderbreken, et cetera. Dat kan allemaal, zolang de eenheid van de scène maar intact blijft. Vaak kun je aan de typografie zien waar een verhaalscène begint en eindigt. Bijvoorbeeld bij het gebruik van een witregel.
Oefening 2
Bekijk het werk van je favoriete schrijvers. In welke mate maken zij gebruik van scènes? Sla het boek op een willekeurige plek open en lees door tot je bij een scène bent gearriveerd. Zie je waar de scène begint en waar hij eindigt? Lees door tot de scène weer overgaat in de vertelling of tot er een volgende scène begint.
Begin en einde
Behalve eenheid van tijd, plaats en handeling is een goede begrenzing van de scène belangrijk. Iedere scène moet hoe dan ook geopend worden. Hoe doe je dat? In ieder geval zul je met een nieuwe alinea moeten beginnen (of een witregel inlassen). Je geeft aan dat de protagonist een andere locatie is binnengegaan of dat er een nieuwe tijdsfase is gestart. Probeer dit liever te suggereren dan het plompverloren mee te delen. Dus schrijf liever niet:
‘Haastig liep P. de garage binnen.’
Maar bijvoorbeeld wel:
‘In de garage hing een wolk van uitlaatgassen. P. drukte haar sjaal tegen haar neus en wrong zich langs de auto’s.’
Sluit je de scène af met het vertrek van de protagonist, dan hoef je dat niet letterlijk zo op te schrijven. Je zou bijvoorbeeld in de volgende scène duidelijk kunnen maken dat P. zich nu ergens anders bevindt:
‘Ze trapte het gas in, draaide de hoofdweg op. Het geratel in de versnellingsbak was verdwenen.’
Realiseer je dat een scène altijd een begin en een einde moet hebben en dat hij een afgesloten gedeelte binnen het grotere verhaal vormt.
Oefening 3
Om een gevoel te krijgen voor wat de eenheid van een scène is, is het nuttig je te verplaatsen in de positie van een filmregisseur en je te oefenen in het onderscheiden van scènes. Bekijk de eerste 15 minuten van een speelfilm en tel het aantal scènes. Denk eraan: zodra er sprongen plaatsvinden in tijd of plaats, begint er een volgende scène. Neem een film die je een paar keer kunt terugzien, zodat je opnieuw kunt tellen.
Nieuwe online cursus: Schrijven in scènes
Bovenstaande workshop bevat een klein deel van de nieuwe, uitgebreide workshop Schrijven in scènes, onderdeel van de Schrijven Online Academie. De cursus kan op elk moment worden gestart en bestaat uit vier lessen. Kosten: € 149 (€ 135 voor plusleden).
In elke les komen theorie en oefeningen aan bod. Ze worden afgesloten met een eindopdracht. Aan het slot van de workshop krijg je een uitgebreid rapport over je sterke en zwakke kanten, en suggesties voor de volgende stappen die je zou kunnen ondernemen om je talent verder aan te scherpen.
Zie http://www.schrijvenonline.org/academie/schrijven-...

