Bril
Bril
Hoofdredactioneel uit Schrijven Magazine 3 van 2009
Kun je schrijver wórden, of bén je het gewoon? In het laatste geval is het eenvoudig: aan het werk, zo veel mogelijk schrijven, en wachten tot het moment dat ook de buitenwereld je werk leert kennen en waarderen. Dat was Martin Brils devies. Toen ik hem leerde kennen, eind jaren tachtig, schreven we voor een klein-maar-fijn tijdschrift, Top! geheten, van een gezamenlijke vriend, de kunstenaar Peter Mertens. In feite was Top! een voertuig voor de onstuitbare schrijflust van Bril en de uitgeefdrang van Mertens. Bril had nog niet veel publicatiemogelijkheden en wilde toch zijn gedichten, schetsen, verhaaltjes aan de buitenwereld tonen. Anderhalf jaar lang kwamen de lange, dunne tijdschriftjes (model Candy, ‘het blad voor de echte liefhebber’) uit, om te worden verspreid onder vrienden en bekenden. Dat er meer geld in werd gestoken dan er uitkwam, en dat de blaadjes niet besproken werden in kranten en tijdschriften, dat was jammer – maar deerde ons ook niet zo veel. We schreven, we publiceerden, we waren op weg.
Bij de dood van Bril moest ik een paar keer denken aan die tijd. Aan de onbevangenheid van die periode, vanzelfsprekend, maar ook aan de gedachte die eronder lag: schrijver word je voornamelijk door veel te schrijven. Die drang moet je hebben. Publiceren, erkenning krijgen, geld verdienen met je schrijfwerk, het is allemaal prachtig, maar ook als dat niet gebeurt, schrijf je gewoon door. Omdat je het niet kan laten.
Daarom was het ook zo’n veeg teken dat Brils 250-woorden-stuk op maandag 20 april niet verscheen. En op dinsdag ook niet. Er begon een vage onrust te ontstaan ergens rond mijn maagstreek. De schrijver schrijft door, dat was het devies, altijd en overal. Het zou toch niet…
Maar het zou wel. Op woensdag 22 april stierf de man die al heel vroeg wist dat hij schrijver was. En er vervolgens alles aan gedaan heeft om die belofte waar te maken. Door veel te schrijven. En op zoek te gaan naar de beste vorm en de beste publicatiemogelijkheden die hij kon vinden.
Laten we die les van Bril ter harte nemen.
Louis Stiller

