Eigen beheer eerst
Eigen beheer eerst
Hoofdredactioneel uit Schrijven Magazine 3 van 2008
Vijfentwintig geleden begon mijn carrière als zelfuitgever. Om in een rustig universitair semester – ook toen was er blijkbaar al een lerarentekort – toch iets te doen te hebben, ging ik op een cursus loodzetten. Op het Grafisch Centrum Groningen leerde ik van de oude handzetters van Wolters-Noordhoff dat de kapitalen bovenin lagen en de ‘kleine letters’ in de onderkast. Ze vertelden me over de truc met het touwtje om het blok lood (anders kreeg je ‘pastei’), en legden uit wat ligaturen en kleinkapitalen waren.
Elke week een gedicht maakt in een half jaar een bundel, en zo had ik eind 1983 een keurig dichtbundeltje, gedrukt in een oplage van vijftig, op prachtig niet-gecoat papier. Aldus verkocht ik Heinrich Stillers Verzamelde gedichten, voor een paar gulden het stuk, op literaire avondjes en in bevriende boekhandels, en had zo binnen geen tijd het cursusgeld terugverdiend.
Die eerste stappen als uitgever smaakten naar meer. Ik bedacht een serie piepkleine foto- en kunstboekjes van jonge kunstenaars, maar raakte die aan de straatstenen niet kwijt. Meer succes had ik met een technisch boekje over desktop publishing: een van de eerste in Nederland die, dankzij een nijvere fabrikant van laserprinters, in een oplage van zo’n tienduizend exemplaren in drie maanden helemaal uitverkocht.
De techniek van laserprinter en computeropmaak die ik in dat boekje uit 1987 beschreef, leidde tien jaar later tot een dienst die nu nog steeds van groot belang is voor schrijvend Nederland: Print on Demand (pod). Bedrijven als Gopher, Free Musketeers, Lulu en Kirjaboek geven ons de mogelijkheid om voor enkele honderden euro’s een paar exemplaren van een roman, essay, dichtbundel of levensverhaal te laten maken, waarna er vervolgens pas een nieuw boek wordt gemaakt als een klant daarvoor betaalt.
Pod blijkt een revolutie: geen tussenkomst van lastige uitgevers die je manuscript met een kribbig briefje terugsturen, maar ook geen onverkochte oplages meer die op de zolder stof staan te verzamelen. Omdat veel lezers van dit magazine en gebruikers van Schrijven Online vragen bleken te hebben over deze revolutionaire service, besloten we twee maanden geleden een grote enquête uit te schrijven. Stagiair/journalist Arjan van den Berg verwerkte de ruim honderd inzendingen (zie pag. 32 e.v.) en wist zo een helder beeld te scheppen over het fenomeen pod. Een van de mythes die hij bijvoorbeeld doorprikt, is dat pod alleen wordt gebruikt door schrijvers wier manuscripten door uitgevers zijn afgewezen. Sterker nog: het merendeel van de pod-gebruikers was al niet van plan om een manuscript naar een uitgever te sturen. Eigen beheer eerst!
Pod is een zegen voor schrijvers met eigenzinnige en bijzondere uitgeefwensen. Wie een boek wil schrijven over zijn ervaringen als schipper op de wilde vaart, of als kind van een beroemde moeder, kan dankzij pod een boek schrijven, uitgeven en misschien zelfs een kleine winst opstrijken. Geen uitgever die zal vragen naar marktpotentie of subsidiemogelijkheden.
Wel is een kleine waarschuwing bij al deze positieve ontwikkelingen op zijn plaats. Verwacht niet alles van de kwaliteit. Veel van de pod-boekjes die ik de laatste jaren in handen kreeg, waren slecht gebonden en slordig gedrukt. Als je met je vette duim over een pagina strijkt, vervagen de letters meteen. Dunne handschoenen aan voordat je gaat lezen! Hetzelfde euvel geldt voor de kaft: heb je zo’n pod-boek uit, dan is de omslag vaak beschadigd of laten er her en der katernen los. Niet altijd, maar het komt voor – en veel vaker dan bij reguliere boekuitgaves. Met weemoed denk ik dan ook terug aan de uitgave van Verzamelde gedichten, met zijn prachtige loodzetletters en genaaide rug. Het kost een half jaartje loodzetcursus, maar dan heb je ook wat.
Laten we niet vergeten dat pod-uitgaves wegwerpproducten zijn en blijven. Voor de eeuwigheid zijn ze niet gemaakt. Dat is helemaal niet erg, als je het maar van tevoren beseft. Uitgeven maar!
- Louis Stiller

