Later
Later
Hoofdredactioneel uit Schrijven Magazine 4 van 2008
‘Ik ben niet zo’n cursustype’, zeg ik steevast als mensen aan mij vragen of ik zélf ooit een schrijfcursus heb gedaan of een schrijfopleiding heb gevolgd. Want inderdaad, nog nooit volgde ik een schrijfcursus en het schrijven van essays, verhalen en columns heb ik me ooit zelf aangeleerd. Gewoon door te doen. Veel schrijven, veel doen. Af en toe flink onderuit gaan en daar weer van leren.
Een uitzondering blijk ik te zijn, als ik het onderzoek bekijk van Schrijven Magazine en Schrijven Online onder de abonnees van Schrijven On Line Memo (zie pagina 10). Daaruit bleek onder meer dat bijna driekwart van de geënquêteerden ooit een schrijfcursus heeft gevolgd. Sterker nog: 12 procent blijkt vijf cursussen of meer achter de kiezen te hebben. Ik behoor tot een minderheid, als ik deze cijfers mag geloven. (En waarom zou ik ze niet geloven?)
Hoe meer ik erover nadenk, hoe sterker ik ga twijfelen. Ben ik inderdaad niet zo’n cursustype? Ik herinner me het najaar 1983, toen ik feitelijk niets anders meer hoefde te doen voor mijn studie dan een scriptie schrijven. En daar kun je ook niet de hele week mee bezig zijn, dus van lieverlee gaf ik me op voor een Scheideggercursus ‘elektrisch typen’. Daar leerde ik in een week of tien het tienvingersblindsysteem, waardoor ik nu nog steeds duizelingwekkende snelheden haal op het toetsenbord. Verder leerde ik op dinsdagavond loodzetten bij een stel oude zetters en drukkers van Wolters-Noordhoff. De onder- en de bovenkast, de galei, de zethaak, de ligaturen en de blokjes wit – zelfs de posities van de letters in de letterbak ken ik nog grotendeels uit mijn hoofd.
Beide cursussen bleken me naar het boekenvak te leiden. Dat had ik toen nog nauwelijks door. Later wel. Toen de eerste desktop-publishingpakketten op de markt kwamen, kon ik daar vrij eenvoudig mee werken. Cicero’s, haarlijntjes en beginkapitalen waren me niet onbekend. En toen ik met mijn eerste journalistieke baantje bij VNU Business Publications terechtkwam, bleek de cursus elektrisch typen van onschatbare waarde. Anderen zaten uren op de toetsen van de allereerste tekstverwerkers met twee vingers te ploeteren, terwijl ik mijn stuk al naar de zetter had gestuurd. RSI heb ik ook nooit gehad, waarschijnlijk vanwege die Scheidegger-vaardigheden. Muisgebruik? Gewoon de toetscombinaties kennen. Ctrl-s is opslaan, Shift-F3 is het tweede scherm (in WordPerfect, het zit er nog steeds in).
Dat is misschien wel het geheim van cursussen: op het moment dat je ze doet, begrijp je misschien nog niet helemaal wat ze voor je betekenen en opleveren. Later wel. Later wordt alles duidelijk. Bijvoorbeeld dat je eigenlijk toch best wel een cursustype bent.
Tot schrijfs,
- Louis Stiller
