Nulpunt
Nulpunt
Hoofdredactioneel uit Schrijven Magazine 1 van 2009
Iedere schrijver begint telkens weer op nul, beweer ik maar al te graag in de lessen, workshops en lezingen die ik geef. Hoeveel boeken je ook geschreven hebt, hoeveel naam je ook hebt gemaakt in de literaire wereld (of elders), een boek wordt maar op één ding beoordeeld: zijn kwaliteit. Natuurlijk word je welwillend behandeld door de goegemeente, maar de werking van het boek, en niet de geschiedenis van zijn auteur, is van doorslaggevende betekenis.
Dat merkte ik in de donkere decemberdagen, toen ik eindelijk tijd had om Suezkade te lezen, de opvolger van Jan Siebelinks megasucces Knielen op een bed violen. Siebelink verhaalt in zijn nieuwste roman over een leraar die zijn onafhankelijke opstelling (en zijn platonische liefde voor een Marokkaanse leerling) op een middelbare school in Den Haag moet bekopen met ontslag en persoonlijke deceptie. Fijngeslepen zinnen las ik, en een vertelling met een mooie lichte toets, maar geen grootse literatuur. Daarvoor was het verhaal niet indringend genoeg, kwamen de personages niet voldoende uit de verf en waren er te veel losse eindjes. Waarom moest die leerlinge bijvoorbeeld Marokkaans zijn?
Een matig boek dus, en zo is het ook ontvangen in Nederland. Recensenten waren teleurgesteld, en vonden Suezkade een tussendoortje. Zoals Arjen Fortuin in NRC Handelsblad concludeerde: ‘Eigenlijk schuilen er twee mogelijk geslaagde romans in Suezkade: een losgezongen, satirische en half-absurdistische onderwijsroman die nu halverwege wordt afgebroken.’Geen groots boek dus, ook al is het een Siebelink.
Op Nieuw
Iedereen begint telkens opnieuw. Zo ook ik. Recentelijk legde ik de laatste hand aan een groot foto-essay waar ik de laatste anderhalf jaar met een bevriende fotograaf aan werkte. Nu is het klaar en liggen de langwerpige pagina’s met foto’s en korte essayteksten voor ons: meer dan tweehonderd in getal.
De grote vragen dringen zich op. Hoe geven we dit uit? Welk publiek is hierin geïnteresseerd? Welke uitgever zou het aandurven om een tweehonderd pagina’s groot foto-essayboek uit te geven? Al is dit mijn 22ste boek (zag ik onlangs in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek), mag ik vele uitgevers bij hun voornaam noemen (dag Emile, dag Tilly) en heb ik in kleine kring al een beetje naam gemaakt: het zegt allemaal niets. Zolang een uitgever niet overtuigd is van een potentieel lezerspubliek zal hij zijn vingers niet branden, en zolang een lezer geen overdonderende literaire ervaring achter de rug heeft, zal hij het boek niet aanraden aan anderen.
Elk boek zal zijn eigen weg moeten vinden. Telkens opnieuw.
Leve het nulpunt.

