Verhaal-in-brieven
Schrijfoefeningen - Verhaal-in-brieven
Het verhaal in briefvorm was ooit de voorloper van de huidige roman. Nu zijn er de nazaten, in de vorm van e-mail- en sms-romans. Schrijf mee, met deze korte cursus verhaal-in-briefvorm.
Deel 1: De schrijver en de brievenbus
Brieven en romans kwam in dezelfde tijd in opkomst: in de achttiende eeuw. Uit die tijd stammen ook een aantal beroemde romans die het verhaal vertelden in de briefvorm. ‘Pamela’ van Samuel Richardson, in Nederland nagevolgd door Betje Wolff en Aagje Deken met hun ‘Sara Burgerhart’. Het genre heeft de laatste tijd weer de wind in de zeilen, maar nu als ‘e-mail roman’. Ook in de klassieke vorm duikt het verhaal-in-brieven nog regelmatig op, zoals het verhaal ‘Moros y christianos’ van Tom Lanoye (in de bundel ‘Spek en bonen’). Brieven en verhalen hebben dan ook een natuurlijke band met elkaar, die je als schrijver prima kunt gebruiken. Zo hebben brieven een duidelijke afzender en een ontvanger, en weet je als lezer precies waar je aan toe bent: je bent een stiekeme meelezer, en dat doen we maar al te graag.
Oefening:
We schrijven een verhaal-in-brieven. De eerste stap daarin is het bedenken van een situatie, waarin brieven tot hun natuurlijke recht komen. Waarom zou iemand in deze tijd nog brieven schrijven? Denk daar goed over na en denk er niet te licht over. Natuurlijk kun je je briefschrijvers oud of excentriek maken (bah, e-mail!), maar er zijn vele situaties denkbaar waarin een brief de enige mogelijkheid tot contact is. Denk bijvoorbeeld aan een gevangenis of aan een afgesloten land als Noord-Korea. Soms wordt een brief ook gebruikt in een zeer moderne functie, in de diplomatie, of omdat een brief nu eenmaal niet afgeluisterd kan worden. Bedenk je situatie, je grondidee vanuit een dergelijke overweging. Ga uit van de brief. Schrijf een aantal scenario’s uit en kies uiteindelijk de beste.
Deel 2: Scherpe personages
Elk verhaal heeft personages nodig, en zo ook het briefverhaal. Die personages hebben echter een dubbelrol: ze zijn personages én verteller ineen. Elke brief is een verandering van vertelperspectief, omdat je het verhaal nu weer door de ogen van die ene persoon, de briefschrijver ziet. Omdat je geen mogelijkheid om personages vanuit een ander oogpunt te beschrijven (‘de sergeant was drie turven hoog’) moet je een truc toepassen om de lezers toch iets voor hun geestesoog te laten verschijnen. Nee, geen spiegel of een foto, dat werkt niet meer.
De oudste brievenromans hadden vaak slechts twee personages, maar dat is vaak een beetje saai. Modernere teksten en e-mailromans laten daarom veel meer personages opdraven. Net als in een ‘gewone’ roman zul je ook in dit laatste geval onderscheid moeten maken tussen hoofd- en bijfiguren. De eerste ontwikkelen zich (maken een crisis door waar ze van leren), de tweede niet, die zijn er voor de afwisseling, het tegenwicht en de couleur locale.
Oefening:
Nu je je beginsituatie hebt, moet je je personages definiëren. Als je er bijvoorbeeld voor hebt gekozen om een Geheim Genootschap elkaar brieven te laten schrijven (‘mail en telefoon kunnen afgeluisterd worden’), dan heb je bijvoorbeeld te maken met drie of vier personages die allemaal een rol in dat Geheime Genootschap vervullen. De een is bijvoorbeeld de leider, de ander een typische volger, een derde zou graag de leider willen worden, een vierde is een verrader. Kies de personages zó dat ze zeer scherp contrasteren. Voor een verhaal-in-brieven is het verder van belang dat ze elkaar een beetje kennen, maar ook weer niet te veel. Hoe langer ze elkaar niet lijfelijk gezien hebben, hoe meer je ze kunt laten omschrijven in hun brieven, zodat je lezers toch een beeld van de personen krijgen (‘Ik heb nu een baard, maar Agnes zegt dat me dat niet staat, mijn neus is er te klein voor, zegt ze.’) Maak lijstjes met je personages en hun eigenschappen.
Deel 3: Sleutelscènes
Brieven vertellen een verhaal, maar het verhaal zélf moet natuurlijk boeiend, spannend en bijzonder zijn. Om dat te doen heb je volgens de schrijfwetten een conflict nodig, of liever gezegd een situatie waarin het wereldbeeld van je hoofdpersonage op de kop wordt gezet. Bij Robinson Crusoë is dit het moment dat hij aanspoelt op een onbewoond eiland, bij het eerste deel van Harry Potter het moment dat hij hoort dat hij de zoon van twee tovenaars is en naar een toverschool moet gaan. Zo’n scène zet je verhaal in werking, al het daaraan voorafgaande is voorspel. Eenzelfde dramatische wending speelt ook aan het eind van je verhaal als het conflict uit de hand loopt en er een oplossing moet komen: de redding, de dood, de terugkeer. Deze laatste scène is vaak nog belangrijker dan de eerste, omdat alles hierna toe moet werken. Heb je die laatste sleutelscène, dan kun je de rest van je verhaal eromheen bouwen.
Oefening:
Je situatie is duidelijk, je personages zijn bekend, nu moet je proberen uit deze uitgangspunten een verhaalverloop te destilleren. Verzin een belangrijk conflict wat je personages zullen doormaken. Wat willen ze en waardoor worden ze tegengehouden? Verzin één sleutelscène waardoor de wereld van je hoofdpersonage – ambities, wereldbeeld, ideeën – in een keer uit elkaar spat. Voorbeeld: een verliefdheid terwijl je getrouwd bent, verraad in een vriendengroep, de verdwijning van een familielid. Verzin daarna nog een sleutelscène aan het eind van je verhaal, waardoor je personage(s) gelouterd wordt, van de situatie leert, en waarin alles – op een bepaalde manier – weer op z’n pootjes terecht komt: een nieuwe wereld, een nieuw uitgangspunt. Maak de twee sleutelscènes (de ene op 1/4 van je verhaal, de tweede op 3/4) zo scherp mogelijk. Schrijf uit hoe de andere personages op het conflict reageren. Wat is hun rol?
Deel 4: Tut tut, ho ho
In een verhaal-in-brieven heb je geen mogelijkheid om je personages iets te laten zeggen. Hun manier van praten moet dus helemaal uit de briefstijl komen. Omdat je lezer snel in de war kan raken (wie schrijft dit ook al weer) en omdat je geen objectieve verteller in kunt schakelen moet die briefstijl zeer goed doordacht zijn en zeer scherp neergezet. Eigenlijk moet je als lezer uit elke eerste zin al zo’n beetje kunnen halen wie er aan het woord is. Als je dat als schrijver goed doet, heb je en van de belangrijkste problemen van de briefroman overwonnen.
Oefening:
Voordat je je verhaal helemaal uit kunt schrijven moet je bij briefverhalen precies weten hoé je personages schrijven. Als lezer moet je namelijk al aan de manier van schrijven kunnen herkennen welke briefschrijver je voor je hebt. Maak daarom een lijstje met speciale woorden, grapjes en specifieke uitdrukkingen die je personages gebruiken bij het briefschrijven. Schrijven ze lange of korte zinnen, maken ze veel fouten, gebruiken ze populaire uitdrukkingen of vaktaal? Probeer het zo scherp mogelijk te maken: de ene een nogal uitvoerige, zwierige stijl, dan de ander een korte, staccatostijl. Maak een uitgebreide instructie voor jezelf.
Deel 5: Geachte buurman
Een verhaal-in-brieven staat en valt met de uitvoering. Je kunt nog zo’n mooi idee hebben verzonnen, prachtige personages uit hebben gedokterd, als je lezers je brieven niet pruimen, heb je nog niets. Neem daarom de tijd om de juiste vorm te vinden. Schrijf proefbrieven, laat ze lezen en bedenk alternatieven: toch maar terug naar twee briefschrijvers, of juist nog meer? Hele scherpe contrasterende stijlen of juist een gematigder toon? Pas als je zeker bent van je zaak moet je je verhaal in z’n geheel uitschrijven. Bezint eer ge begint – zeker met verhalen-in-brieven.
Oefening:
Schrijf enkele proefbrieven met alle ingrediënten die je nu hebt: het verhaalverloop, de personages, de schrijfstijl van je personages. Leg de brieven weg en lees ze een paar dagen later. Verbeter ze, maak er nog een paar en leg die voor aan de leden van je schrijfgroep of geïnteresseerde buren en familieleden. Vraag ze of ze begrijpen wie er aan het woord is, wat dit voor mensen zijn, die schrijven en of ze meer zouden willen lezen. Let goed op hun reacties. Wat leer je hieruit? Maak aanpassingen in je scenario op basis van de lezersreacties. Schrijf vervolgens je verhaal uit.
Deel 6: De roman van emaille
De modernste vorm van het verhaal-in-brieven is de e-mailroman - een genre dat misschien wel net zo'n kort leven beschoren is als de faxroman, maar dat nu in de belangstelling staat. Beroemdste voorbeeld van zo'n 'roman van emaille' is E van Matt Beaumont, waar het gaat om de belevenissen van enkele kantoormedewerkers (Engelser kan het bijna niet). Je leest de mails van de verschillende betrokkenen, en zo ontrolt zich een verhaal dat bij tijd en wijle hilarisch is. Boeiend aan het boek is om te zien hoe zo'n e-mailroman werkt - wat je wel en niet kunt.
Oefening:
Probeer zelf nu het scenario van een e-mailroman op te zetten. In welke situatie zouden mensen veel met elkaar mailen en kun je die situatie zó op scherp zetten dat er zich een compleet, boeiend verhaal ontrolt? Bedenk goed welke mogelijkheden mail wél en niet heeft. Bedenk ook goed hoe mail werkt: vaak kort, onstuimig, soms heel snel achter elkaar. Qua stijl en vorm zit mail dan ook tussen het trage van briefwisselingen en de snelle woordenwisseling van het theater. Schrijf het scenario en enkele proefteksten uit, laat het her en der lezen en pas het geheel op kritische wijze aan. Schrijf dan uit, en wordt beroemd.
Heb je een tip voor een onderwerp van een schrijfoefening? Stuur dan een mailtje hier.

