Start » Oefening » Beeldverhalen

Beeldverhalen

Vroeger heetten ze stripverhalen, maar sinds de komst van ‘volwassen’ graphic novels als ‘De avonden’ en ‘Maus’ mag het beeldverhaal volgens velen tot de literatuur gerekend worden. In zes schrijfoefeningen proberen we zelf hoe dit genre werkt.

Deel 1: Deel 1 – De fruitmand van het beeld

Een beeldverhaal is een verhaal in beeld. Dat is natuurlijk niet juist: tekst speelt nog steeds een grote rol bij beeldverhalen – soms in de vorm van separate teksten onderaan het plaatje (Bommel), vaker in ballonnetjes of als losse tekstjes vermengd met het beeld (pow! beng!). Soms klinkt zelfs een stem, een ‘voice-over’ zoals we die in films gewend zijn. Hoe het ook zij: een beeldverhaal is in ieder geval een verhaal. Met personages, een setting, een tijdsverloop, een spanningsboog, een conflict.

Oefening:

We draaien het proces om: we schrijven niet een verhaal, en maken daar de plaatjes bij (we zijn ten slotte schrijvers), maar we zoeken plaatjes en maken daar een verhaal bij. Daarbij maken we uitgebreid gebruik van de mogelijkheden die internet ons biedt. Ga naar de zoekmachine Google en ga naar afbeeldingen. Tik nu een term of een aantal woorden in, die je al een tijdje fascineren. Bijvoorbeeld: badeend. Zoek nu zes van de beste plaatjes uit, klik er op en als het plaatje uiteindelijk in volle glorie op je scherm staat, kopieer ze dan naar een speciaal mapje op je harde schijf. (Klik met de rechtermuisknop op het plaatje, kopieer het plaatje en plak het in Word). Bedenk vervolgens wat de plaatjes met elkaar te maken zouden kunnen hebben. Wat is het verhaal wat in je opkomt? Een verhaal van de eendjes zelf, van iemand die in bad gaat, van een verzamelaar of van een echte eend die verdwaald raakt in bad? (Je kunt deze oefening ook doen, door zes ansichtkaarten of oude foto’s op een rommelmarkt te kopen.)


Deel 2: Deel 2 – Het geheim van het lichaam

Beelden maken verhalen. Rudy Kousbroek vond in de jaren zeventig op een Parijse rommelmarkt een stapeltje negentiende eeuwse kopergravures, zonder enige titel of tekst. Hij kocht ze en besloot er zélf een verhaal van te maken. Dit resulteerde in het prachtige boek ‘Vincent en het geheim van zijn vaders lichaam’. Kousbroek deed niet moeilijk over continuiteitsproblemen – als een personage in het ene plaatje een baard had, en in het andere niet, kon hij dat in een tussenzinnetje verklaren. Sterker nog: al die lastige beeldsprongen maakten juist het verhaal zo prachtig.

Oefening:

Leg je zes afbeeldingen naast elkaar (of kopieer ze in een tekstverwerker als Word) en probeer nu een verhaal uit het geheel te destilleren. Waar begint het verhaal, waar eindigt het, wat gebeurt er tussenin? Maak je geen zorgen over de continuïteit, die kun je door middel van tekst verklaren. Schrijf nu een kort scenario: wie zijn je personages, wat gebeurt er met ze, hoe zie je dat terug in de plaatjes.


Deel 3: Deel 3 – Elk verhaal begint met een scenario

Is een beeldverhaal een verhaal met plaatjes of een in plaatjes gezet verhaal? Kijk naar de Bommelverhalen van Marten Toonder. Ooit begonnen als plaatjes met onderschrift, maakte Toonder in de jaren ’60 en ’70 een groot aantal échte strips (met tekstballonnen) voor het weekblad Donald Duck. Boeiend genoeg stapte Toonder in de jaren zeventig weer af van het tekstballongenre en bleef ondertussen zijn uiterst populaire beeld-met-onderschrift maken. Gelukkig maar, want zonder die stap zouden we nu verstoken zijn van belangrijke neologismen en taalgrappen als ‘denkraam’ en ‘als u begrijpt wat ik bedoel’.

Oefening:

Schrijf je verhaal uit als een scenario. Zet twee verticale lijnen op een vel papier en zet boven de drie kolommen die zo ontstaan: wat zie je, wat gebeurt er, wat lees je.
Op deze manier word je gedwongen vanuit het beeld te denken, en je tekst zo minimaal mogelijk te houden. Zorg er voor dat er een logisch verband tussen de plaatjes ontstaat. Bedenk nu wat voor jouw doel het beste zou werken: tekst als onder- of bovenschrift (zoals Marten Toonders Bommelverhalen) of in de vorm van een tekstballon (zoals de Donald Duckverhalen).


Deel 4: Deel 4 – De spuithal van GI Joe

De truc van een goede strip of een goed beeldverhaal is beeld en tekst elkaar te laten versterken, zo blijkt uit elk interview met beroemde stripmakers. Vertrouw op de zeggingskracht van het beeld, en vertrouw op de fantasie van je lezers. Tekst heeft een volledig andere functie bij beeldverhalen: het hoeft niet meer te laten zien, geen gevoelens over te dragen, maar doet datgene waar het van nature goed in is: spreektekst (uitspraken) weergeven, geluid imiteren (pats, kukeleku) en regie-aanwijzingen geven (‘Ondertussen, 300 kilometer verderop...). Weet wat je doet, is zoals altijd de crux van het verhaal.

Oefening:

Werk nu je teksten uit de voorgaande oefening uit. Probeer je onderschriften of tekstballonnen zo klein mogelijk te houden: laat het beeld grotendeels het werk doen en vertrouw op het inbeeldingsvermogen en de fantasie van je lezers. Vertel niet nog een keer wat je op het beeld al ziet. Als je badeend met camouflagekleuren is beschilderd hoef je dat niet uit te leggen, wel dat-ie recent onder de wapenen is geroepen, of in de spuithal verwisseld is met GI Joe. Probeer ‘rare details’ niet te omzeilen, maar maak er de kern van je verhaal van.


Deel 5: Deel 5 – Tell, don’t show

Beeldverhalen schrijven is - voor een deel - volstrekt anders dan prozaschrijven. Neem het fameuze schrijfgezegde: ‘Show, don’t tell’. Bij prozaschrijven noteren we liever ‘ze sloeg haar ogen neer’, dan ‘ze voelde zich beschaamd’. Bij beeldverhalenschrijven is dat anders. In je scenario – gebruikt door je tekenaar of illustrator, maar ook door jezelf – moét je juist heel expliciet zijn. ‘In deze scene voelt ze zich beschaamd.’ Wees direct, wees niet raadselachtig, want het is het beeld dat duidelijk moet maken dat de vrouw zich schaamt. Hoé, dat bepaalt de beeldmaker. Hij maakt van jouw tell een show.

Oefening:

Ga weer terug naar je verhaal, je scenario en de teksten die je in de vorige oefeningen schreef. Zet je tekst in of naast/onder/boven de plaatjes (onderschriften kun je maken door in Word een plaatje te selecteren (klik er middenin), en vervolgens in het menu Invoegen – Bijschrift). Vergeet ook de actietekst (pok! bong!) niet. Druk het geheel af en lees je verhaal. Wat werkt wél, wat werkt niet? Heb je de goede verhaallijn gekozen, de goede toon, het goede perspectief? Laat het ook aan anderen lezen, en luister goed naar hun reactie.


Deel 6: Deel 6 – Beeldlezen, zonder plaatjes

Beeldverhalen schrijven is een vak. Een spannend en prachtig vak, maar het is een vak, met eigen codes, regels en vakmatigheden. (Lees bijvoorbeeld dit artikel over het schrijven van stripverhalen. Na wat eerste oefeningen kun je op een gegeven moment de stap nemen een écht beeldverhaal op te zetten. Dat hoeft geen comic te zijn of een Disney-verhaal, want er zijn voldoende strips voor volwassenen tegenwoordig: autobiografische strips, erotische strips, psychologische beeldverhalen. Loop ‘ns een goed gesorteerde stripwinkel binnen en verbaas je over het gevarieerde aanbod en de kwaliteit van sommige beeldboeken.

Oefening:

Maak nu een beeldverhaal naar eigen inzicht, met behulp van eigen tekeningen, found footage op internet (google afbeeldingen) of de negentiende eeuwse kopergravures die je ooit op zolder vond. Kies voor één dominante stijl (humoristisch, historisch, dramatisch, absurdistisch) en kies voor één beeldverhaalvorm (onderschrift/tekstballonnen). Zorg er voor dat je tekst zó fijngeslepen is, dat je het zonder beeld niet meer kunt lezen. Neem de proef op de som door je uiteindelijke tekst afzonderlijk te laten lezen aan een bekende. Als hij of zij er weinig van snapt zonder beeld, ben je op de goede weg.


Meer schrijfoefeningen...

Heb je een tip voor een onderwerp van een schrijfoefening? Stuur dan een mailtje hier.

Literair tijdschrift Alice, onderdeel van Schrijven Magazine

Stuur je allerbeste verhaal of gedicht in naar ons eigen literaire tijdschrift.

Meer informatie
Jouw verhaal laten bespreken in Schrijven Magazine?

Stuur het in voor Tekstuur Proza!  Meer informatie vind je in Schrijven Magazine.

Word nu abonnee!
Lees Geschiedenis Magazine

Lees Geschiedenis Magazine. Profiteer van de prima aanbieding.

Korting én cadeaus!
Geen schrijfwedstrijd meer missen? Volg Schrijven Magazine op Facebook!

Like Schrijven Magazine op Facebook!

Vind ik leuk!