Start » Oefening » Essays schrijven - het literaire zelfonderzoek

Essays schrijven - het literaire zelfonderzoek

Naast hoofdredacteur van Schrijven Magazine en Schrijven Online is Louis Stiller ook docent essayschrijven bij de Schrijversvakschool in Amsterdam, en auteur van een aantal essayboeken. Tevens is hij auteur van het boek 'Essays schrijven', in de Schrijfbibliotheek van Augustus.

Deel 1: Essays, hoezo?

Essays zijn overal, elke dag. In de krant, op de radio, in de Tweede Kamer, in de klas, in de kerk. Elke dag vergasten auteurs Ca of Mu ons op een essayjuweeltje in het linkerbenedenhoekje van de Volkskrant. Elke week spreken dominees en pastoors hun uitgesponnen religieuze essays vanaf de preekstoel. Elke maand verschijnen tientallen literaire essays in tijdschriften als Tirade, De Gids of Bunker Hill – soms vermomd als recensie, monografie of ingezonden brief.

Door deze alomtegenwoordigheid zouden we het essay het meest succesvolle literaire genre kunnen noemen. Nog meer dan gedichten en verhalen. Die tref je weliswaar tegenwoordig ook op de merkwaardigste plaatsen aan, maar de veelkoppigheid van het essay maakt dat je vaak als lezer, kijker of luisteraar nauwelijks door hebt dat je met een essay te maken hebt. Ingezonden brief van een brandweercommandant in NRC Handelsblad: essay. Slotbeschouwing bij het najaarsoverleg: essay: Gesproken column van Francisco van Jole in De Leugen Regeert: essay.

Ondanks deze brede verschijning lijkt het essay nog altijd het literaire genre met de minste status te zijn. Romanschrijver, dat willen we worden, of dichter; toneelschrijver zou ook mooi zijn, misschien scenarist. Verhalenverteller, ook leuk. Maar essayist? Ooit een groepje adolescenten bij de studie Nederlands met rode konen horen discussiëren wie betere essays schrijft: Piet Meeuse of Bas Heine? Weliswaar wordt de PC Hooftprijs afwisselend uitgereikt aan een dichter, een prozaïst en een essayïst, maar nog nooit hoorde ik een aangeschoten jongedame in de kroeg opscheppen dat zij de beste essayist van Nederland wil worden. Veel uitgevoerd, weinig begeerd: dat is het lot van het essay. Het zij zo.

Oefening:

  • Bedenk: waar kun je essays aantreffen? In welke media, op welke plekken?
  • Wat doen die essays? Wat is hun doel, hun functie?
  • Probeer voor jezelf te formuleren wat essays zijn.


Deel 2: Op zoek naar de persoonlijke vraag

Wat een essay precies is, is nog altijd voer voor vele discussies. Is elke willekeurige column en recensie in een dag- of weekblad er een, hoort een biografie ook tot het genre, en kun je alle schoolopstellen essays noemen? Dat laatste is nog niet eens zo’n rare veronderstelling, als je naar het curriculum van Amerikaanse en Engelse scholen kijkt. Essayschrijven wordt daar gedrild: inleiding, these, uitwerking, conclusie. Ook de dikke Van Dale lijkt een Angelsaksische knieval te maken door een essay te definiëren als ‘een persoonlijk gekleurde verhandeling over een wetenschappelijk of letterkundig onderwerp’, met daarachter een grote pijl en het woord ‘opstel’.

Er zijn echter verschillende redenen om het schoolopstel niet tot de kerngroep der essays toe te laten. Een van de belangrijkste argumenten is dat een écht essay een persoonlijk onderzoek is, een gedachtenexperiment waarbij je van te voren niet weet waar het je zal leiden. En zelfs als je nergens uitkomt, dan nog is het soms boeiend om op te schrijven hoé je van punt A naar punt G kwam, via F, S, L en – wederom – A. Een opstel heeft daarvoor een veel te rigide structuur. Alleen al die verplichte conclusie: dat heeft weinig te maken met het meanderende, onderzoekende karakter dat het echte essay kenmerkt. De Franse werkwoorden assayer / essaier die ten grondslag liggen aan het genre betekenen dan ook proeven, toetsen of uitproberen. ‘Essayisten zijn vrijbuiters, ze zijn niemand ook maar een zier verplicht,’ concludeert Tanny Dobbelaar dan ook in haar boek Schrijven met Montaigne (besproken in Club Schrijven Magazine 9/5).

Wat zijn dan wel ‘echte’ essays, welke horen tot de kerngroep? Eén naam werd hiervoor al even genoemd, namelijk de grondlegger van het genre, Michel de Montaigne (1533-1592) die zich halverwege zijn leven terugtrok op zijn landgoed om zijn gedachten te ordenen en te scherpen in een nieuwe vorm, die hij de naam essai meegaf. Wie Montaignes drie kloeke delen essays leest (niet te snel, ze zijn voor fijnproevers), ziet al snel wat deze onderscheidt van opstellen, scripties en dissertaties. Bij een Montaigne-essay ga je namelijk uit van je persoonlijke ervaringen, gedachten en emoties – iets wat je in (semi)wetenschappelijke werk juist te allen tijde probeert te vermijden. Vrijwel alle goede essays geven dan ook inzicht in het persoonlijke leven of in de persoonlijke gedachten van de auteur. Niet omdat die belangrijk zijn (soms gaat het om hele eenvoudige waarnemingen), maar omdat ze een aanleiding kunnen vormen om algemeen geldende ideëen te onderzoeken. Wanneer kun je zeggen dat iemand een gelukkig leven heeft gehad? Wat betekent het om verbannen te zijn? Mag een arts fouten maken? Wat is de waarde van vriendschap? Dat soort kwesties worden door Montaigne en zijn nazaten onderzocht.

Uiteindelijk gaat het niet om ‘hoe je érgens over denkt’, maar ‘hóe je ergens over denkt’. Ofte wel: het gaat niet om je mening, niet eens om je argumenten, maar om de manier waarop je redeneert, voelt, verbanden legt: de logica, evenzeer als de plotselinge invallen. Als je een goed essay schrijft, geef je de lezer een kijkje in je geest.

Oefening:

  • Zoek een vraag, een kwestie, een zorg die al een tijd in je hoofd rondwarrelt. Je hoeft er nog geen antwoord op te weten. Liever niet.
  • Probeer je gedachte op te schrijven en kijk of je er een algemene, abstracte vraag uit kunt afleiden.
    Elke essay begint in wezen met zo’n vraag. Kijk vooral naar kwesties waarover je twijfelt: hoe duidelijker het antwoord je voor ogen staat, hoe ongeschikter het onderwerp is voor een essay.
  • Formuleer nu je basisvraag.


Deel 3: Godsbewijs in tien zinnen

Zoek een vraag, een kwestie, een zorg die al een tijd in je hoofd rondwarrelt. Je hoeft er nog geen antwoord op te weten. Liever niet. Probeer je gedachte op te schrijven en kijk of je er een algemene, abstracte vraag uit kunt afleiden. Elke essay begint in wezen met zo’n vraag. Kijk vooral naar kwesties waarover je twijfelt: hoe duidelijker het antwoord je voor ogen staat, hoe ongeschikter het onderwerp is voor een essay. Formuleer nu je basisvraag.

Een persoonlijke aanleiding, zorg of vraag is het beginpunt van een essay, maar daar moet het niet bij blijven. Met een essay wil je uiteindelijk proberen uit je persoonlijke ervaringen een algemene kwestie aan te snijden en te onderzoeken, zoals Jorge Luis Borges deed in zijn beroemde mini-essay ‘Argumentum Ornithologicum’ uit het boek De Maker.

‘Ik sluit mijn ogen en zie een zwerm vogels. Het visioen duurt een seconde of misschien korter; ik weet niet hoeveel vogels ik heb gezien. Was hun aantal bepaald of onbepaald? Deze vraag impliceert die naar het bestaan van God. Als God bestaat, is het aantal bepaald, want God weet hoeveel vogels ik heb gezien. Als God niet bestaat, is het aantal onbepaald, want dan kan niemand de telling verrichten. In dat geval zag ik niet negen, acht, zeven, zes, vijf, vier, drie of twee vogles. Ik zag een aantal tussen de tien en één, dat niet negen, acht, zeven, zes, vijf, enz., is. Een dergelijk getal is niet voorstelbaar: ergo, God bestaat.’

Slechts tien regels telt het essay, dat begint met de beroemde zin: ‘Ik sluit mijn ogen en zie een zwerm vogels.’ Hoeveel vogels het zijn weet Borges niet, en juist dat intrigeert hem. Als God bestaat, weet hij het juiste aantal en is het een bepaald getal. En als God niet bestaat is het een onbepaald getal, want niemand heeft het aantal vogels geteld: het kunnen er drie, vijf, acht of negen zijn. En dus zag Borges in die flits een getal dat niet twee, drie, vier, etcetera was, en dat kan niet. En dat bewijst dat God bestaat.

Van een eenvoudig fantasiebeeld naar een Godsbewijs in tien zinnen: dat is het essay ten voeten uit. Wat ook goed te zien is aan dit voorbeeld is hoe een essay bij de lezer werkt: het biedt geen voordehandliggende conclusie, maar zet aan tot denken, tot redeneren, tot het verzinnen van tegenargumenten. Klopt het wel wat Borges beweert? Hoezo is een onbestaand getal een bewijs dat God bestaat? Kun je het bestaan van God wel beredeneren? De lezer maakt als het ware zélf het essay af.

Oefening:

  • Bedenk hoe je zelf een lezer over je onderwerp kan laten nadenken.
  • Wat prikkelt hem?
  • Hoe kun je hem laten nadenken?
  • Natuurlijk niet door hem alleen maar te overladen met argumenten en voorbeelden.
  • Hoe moet je redeneren, schrijven, om je lezer in zijn hoofd je essay 'af te maken'?


Deel 4: Duwen en trekken

Om een essay goed op te kunnen bouwen, moet je als schrijver eerst vele wegen in je hoofd aflopen. Sommige wegen lopen al snel dood, andere zijn té evident: daarvoor hoeft een lezer je artikel niet te lezen. Zoek dus naar de onverwachte sporen, die je een eind verder brengen. Doe dit door jezelf voortdurend vragen te stellen, argumenten en voorbeelden te verzinnen, losjes te associëren. Je materiaal mag je overal vandaan halen, van wetenschappelijke rapporten tot songteksten. Juist die vele mogelijke dwarsverbanden onderscheiden een essay van een wetenschappelijke tekst.

Stel bijvoorbeeld dat je je al een tijdje ergert aan mensen die trein en tram proberen in te komen vóórdat iedereen de trein verlaten heeft – een verschijnsel dat de laatste jaren steeds vaker de kop opsteekt. Als je rechttoe rechtaan je ergernis zou uitschrijven, zou je geen essay hebben, maar een opiniërend stuk, een column. Je onderzoekt namelijk niets, poneert alleen maar.

Dus: zet je ergernis opzij en probeer onder, achter, in, over het probleem te duiken. Je medepassagiers vóór laten gaan is een kwestie van etiquette, maar wat is de functie van etiquette? Kan die functie veranderen? Ken je nog meer voorbeelden van modern voordringen? Waar doet je die langs elkaar duwende en schuivende massa aan denken, welk beeld komt in je op? Hoe gaat het in de ons omringende landen? Hebben we eigenlijk al een naam voor de voordringers? En hoe noemen we de mensen die zich laten wegdringen? Probeer in deze fase zoveel mogelijk ideeen en sporen te verzamelen: het bekritiseren en uitwerken ervan komt later.

Oefening:

  • Ga terug naar je basisvraag of –kwestie uit oefening
  • Zet deze middenop een vel papier.
  • Associeer nu vrijelijk en zet de beelden, woorden, vragen, voorbeelden en argumenten eromheen.
  • Schets met pijlen welke elementen met elkaar te maken hebben.
  • Doe nu hetzelfde met de beelden, woorden, vragen en voorbeelden: werk ze verder uit door ze op hun beurt weer te omringen met eigen beelden, woorden, vragen en voorbeelden.
  • Hoe ga je hier een essay uitschrijven? Bedenk een route, een structuur, een vorm.


Deel 5: Zien, voelen, ruiken

Na het vrijelijk associëren begint het bekritiseren van je eigen ideeën: welke zijn te evident, welke sporen lopen dood. Zoek naar de gedachtensporen waarvan je – vaak intuïtief – vermoedt dat er veel achter schuilt. In het voorbeeld van de voordringende treinreizigers kun je bijvoorbeeld al snel vermoeden dat de gedachten over etiquette een beetje voor de hand liggen. En een sociologische verkenning van treingedrag bij onze buurlanden is meer iets voor Elsevier. Zoek naar een vager, lastiger spoor, zoals de naamgevingskwestie of een intrigerend beeld dat spontaan bij je opkwam, toen je over dit onderwerp nadacht. Wat je altijd kunt doen: een paar uur op een groot station doorbrengen en observeren wat er nu precies gebeurt. Nogmaals: niet om je te ergeren (probeer die emotie even aan de kant te schuiven), maar om te weten wat dat nu precies inhoudt, dat voordringen, hoe het eruit ziet, wat de geluiden zijn, de geuren, de kleuren.

Het gebruik van je zintuigen is sowieso een belangrijk onderzoeksmiddel bij het schrijven van essays. Je bent je eigen controlemiddel, je eigen meetinstrument. Een goede essayist is een scepticus, iemand die veel bekritiseert, over weinig een pasklaar oordeel klaar heeft, en alles zoveel mogelijk onderzoekt. De zintuigen spelen daarbij een cruciale rol. Wat betekent vriendschap? Observeer ‘ns een verjaardagsfeestje, probeer in het café de echte vriendschappen te onderscheiden van de onechte, en stel enkele cruciale vragen aan je beste vriend of vriendin. Kijk, meet, leer.

Oefening:

  • Neem je onderwerp, je vraag of je twijfel en verzin een onderzoek dat je zou kunnen doen: een literatuuronderzoek in de bibliotheek, observeer het gedrag van mensen, of houdt een weeklang je eigen leven in de gaten.
  • Kijk, meet, leer.
  • Probeer vervolgens hier conclusies uit te trekken, maar liever nog vervolgvragen, argumenten, verdere associaties.


Deel 6: Vloeiende vormen

Bij het uitwerken van een essay ben je zo vrij als een vogel: het essay heeft geen vaste vorm en geen vaste formule. Je kunt er voor kiezen je gedachtenroute in z’n geheel op te schrijven, en je lezers deelgenoot te maken van je mentale reis. Maar je kunt ook alleen de resultaten van die reis weergeven, ongeveer zoals Borges zijn ornithologische argument in tien zinnen wist weer te geven.

Belangrijker nog dan de vorm is de stijl waarin je dit alles giet. Een essay is een literaire vorm en probeer daarom zo weinig mogelijk te preken, ook al geloof je zeer sterk in je eigen opvattingen. Wees vooral sceptisch – ook over je eigen gedachten, waarden en ideëen. Onderzoek veel, geloof in weinig.

Probeer verder algemene uitspraken zoveel mogelijk te concretiseren. Dat de verkeersveiligheid eind jaren ’60 bar en boos was, is een algemene uitspraak, dat er toen meer dan drieduizend verkeersdoden per jaar waren (nu: om en nabij de 1100) is een concreet feit waar je lezers zich iets bij kunnen voorstellen.

Een ander iets dat je bij het schrijven in de gaten moet houden is dat je natuurlijk met een rationeel betoog bezig bent, met argumenten en redeneringen. Dat kan een gortdroog betoog worden. Presenteer daarom de feiten zo levendig mogelijk. Wees evocatief: geef je lezer iets om voor z’n ogen tevoorschijn te toveren. Mondialisering is een groot woord, maar een korte beschrijving van de Amerikaanse callcenters in New Delhi of de bloemenveiling van Aalsmeer waar rozen uit Rwanda worden verhandeld, levert je lezer een beeld.

Om het spannend te houden kun je werken met de bekende middelen die je ook bij proza of toneel toepast: werp vragen op, laat opzettelijk gaten vallen die je elders pas invult en kom steeds terug op je hoofdvraag, het liefst in verschillende varianten. Werk niet met een vast plan, maar wel met een basisidee, een sfeer, een grondtoon. Wat je altijd kunt doen om een langzaam inzakkend essay te versterken is een tweede lijn aan te brengen. Dat kan zelfs een prozaverhaal zijn, zoals Milan Kundera toepaste in zijn novelle Ballingen. Pas met zo’n afwisseling van betoog en verhaal wel op dat je de lezer niet te snel heen en weer laat schieten: geef hem rustig de tijd om in je betoog of in je verhaal te komen. Liever een paar pagina’s per deel, dan afwisselen per alinea.

Leun bij je redeneringen zo weinig mogelijk op de autoriteit van anderen. Citeren mag, maar nog beter is het, om het gelezene te herkauwen en in je eigen woorden neer te pennen.

Oefening:

  • Werk je gedachtenstroom uit.
  • Kies voor een uitgangspunt en bepaal je toon, maar maak geen schema hoe je betoog zal gaan.
  • Laat je leiden door je eigen geschrijf.
  • Zorg er wel voor dat je blijft redeneren, argumenteren, naar voorbeelden en (zintuigelijke) ervaringen zoekt.
  • Ga niet te snel, wees precies in je redeneringen en argumenten. Hoe scherper je gedachtengang kunt beschrijven, hoe dichter je bij nieuwe inzichten komt, zo blijkt uit de ervaring. Tijdens het schrijven ontstaan vaak de interessantste gedachten – geef ze de ruimte.
  • Lees vervolgens je eigen essay en probeer te achterhalen of hij ‘werkt’.
  • Waar ga je te snel, waar te langzaam? Blijft er genoeg over om als lezer dóór te willen lezen?
  • Is het slot intrigerend genoeg om nog ‘ns flink over na te denken?
  • Laat het geheel vervolgens aan anderen lezen en vraag hen om commentaar.
  • Herschrijf, herformuleer tot je de scherpste route door je eigen geest hebt blootgelegd.



Heb je een tip voor een onderwerp van een schrijfoefening? Stuur dan een mailtje hier.

A A N B I E D I N G Schrijven Magazine

1 jaar voor slechts € 26,50 én 2 cadeaus!

Profiteer nu!
Geef Schrijven Magazine cadeau! (Beeld: SXC)

Geef Schrijven Magazine cadeau!
(en krijg zelf ook een presentje) 

Bestel nu!
Masterclass Proza: Schrijven Magazine i.s.m. Atlas Contact

Schrijf je in voor de Masterclass Proza!

Meer informatie

Meld je aan voor de Schrijven Nieuwsbrief.

Het is gratis!