Start » Oefening » Komische monoloog

Komische monoloog

Cabaretiers, standup-comedians en feestsprekers weten hoe het moet: een volle zaal platspelen. Het genre van de komische monoloog is dan ook springlevend. Maar wat zijn de trucs? Schrijf mee in zes oefeningen.

Deel 1: Overdrijven is schrijven

“Wat zitten jullie toch zielig in die kooitjes. We zullen voor jullie knokken, jongens. Ik schaam me ervoor dat dit in Nederland gebeurt.” Aan het woord is Willibrord Frequin in een uitzending die ging over gekooide aapjes in het apenresearchcentrum van Rijswijk. Wie het programma zag, was niet zozeer verontwaardigd, maar eerder geamuseerd, vooral door dat ‘jongens’, uitgesproken door die mensaap aan de andere kant van de tralies. Tegelijkertijd laat dit voorval zien hoe een goede komische monoloog werkt: door overdrijving, woordkeuze, timing en situationering.

Oefening:

Denk aan iets wat je ooit hebt beleefd en wat je wel eens aan mensen hebt verteld. (Het hoeft geen komisch voorval te zijn.) Schrijf dit verhaal uit en lees dit voor aan huisgenoten, je schrijfgroep of een ander publiek. Schrijf nu nogmaals een versie van het verhaal, waarbij je voortdurend probeert te overdrijven. Zet alles dik aan. Lees ook dit verhaal voor en let goed op de reacties van het publiek. Welke elementen werken goed, wat werkt niet?


Deel 2: Oud en nieuw

De komische monoloog is een genre dat in de toneeltraditie een lange geschiedenis kent. Ooit begon de komedie bij de oude Grieken onder Aristophanes. Het genre groeide in de late middeleeuwen verder uit, onder Shakespeare en Molière, zodat hij langzamerhand een zeer verfijnde vorm werd. Veel van Shakespeares komedies – Midzomernachtsdroom, The Taming of the Shrew – bevatten langere teksten die door één persoon op het toneel werden uitgesproken. Donderend gelach vanaf de tribunes. Een nieuw genre werd geboren.

Oefening:

Neem een van de 16 Shakespeare-komedies en lees deze tot je een wat langere monoloog aantreft. Wat valt je op? Huur nu een video van een cabaretier als Theo Maassen, Hans Teeuwen, Sanne Wallis de Vries of Freek de Jonge en bestudeer ook hier een wat langer stuk. Kijk goed naar de verhaaltechniek: waarom is zo’n stuk komisch? En waarin zitten de verschillen en overeenkomsten met Shakespeare?


Deel 3: Monoloog op toneel

Niet alleen cabaretiers en standup comedians beoefenen de moderne variant van de komische monoloog. Ook in de toneelwereld worden jaarlijks nog steeds vele voorstellingen gegeven van dit genre – van ‘De schadelijkheid van tabak’ van Tsjechov (door Carol Linssen) tot ‘Cyriel’ van de Vlaamse toneelschrijver Danny Lamberts, uitgevoerd door TheaterNivo. In de toneelvorm van de komische monoloog ligt de nadruk niet zozeer op het voortdurend opwekken van de lach, zoals bij cabaret, maar gaat het vooral om het geheel: het toneelstuk moet als totaal een komisch gevoel opleveren. Centraal daarin staat de hoofdpersoon die in z’n eentje op dat toneel moet zien te redden. Een komische monoloog begint met een personage dat je door en door moet kennen.

Oefening:

Bestudeer enkele komedies (Tsjechov, Heinrich von Kleist, Mark Twain) en kijk waarom een personage komisch kan zijn. Ga niet uit van uiterlijke trucs (hoedje, snor, tic), maar probeer er achter te komen wat een bepaald personage komisch maakt. Vaak is het iemand die zich niet bewust is van z’n eigen tekortkomingen, en toch van alles probeert te bereiken. Bedenk nu zelf een personage dat je zou kunnen gebruiken voor een komische monoloog. Beschrijf je personage zo uitgebreid mogelijk, bedenk hoe hij het best tot zijn recht komt als komisch personage (in welke situatie, tegen wie spreekt hij/zij?) en schrijf een korte monoloog. Lees voor aan een klein publiek en kijk hoe de reacties zijn.


Deel 4: De komische situatie

Niet alleen het personage maakt een uitgesproken tekst komisch, ook de situatie waarin je hoofdpersoon is geraakt, is van groot belang. Neem Cloaca van Maria Goos, een stuk over vier vrienden van middelbare leeftijd, die allemaal in hun midlifecrisis tot elkaar zijn veroordeeld, terwijl ze van allle kanten de schijn ophouden – over hun leven, hun idealen, hun vriendschap. Zowel het toneelstuk als de film laten zien hoe zo’n ‘gedwongen’ situatie tot komedie kan leiden. Een paar van de langere monologen laten ook zien hoe komisch een goed geschreven monoloog kan zijn.

Oefening:

Bedenk een situatie die tot een komische monoloog kan leiden. Bedenk daarbij vooral dat een situatie pas vaak komisch wordt, als hij de hoofdrolspeler dwingt. Bijvoorbeeld om de schijn op te houden, tegen beter weten in. Niets zo komisch als een personage die iets probeert te veinzen wat de toeschouwers al lang doorhebben. Schrijf de situatie uit, scherp hem aan en schrijf vervolgens een korte monoloog die je personage ‘in z’n hemd’ doen staan. Maak hem niet te zielig daardoor, dan verliest het z’n effect, maar probeer hem vooral iets anders te laten zijn dan hij werkelijk is.


Deel 5: Woordgebruik

In ‘Huckleyberry Finn’ van Mark Twain (hier in monoloogvorm) is de hoofdpersoon een ontsnapte negerslaaf in de tijd dat de slavernij nog niet in alle zuidelijke staten van de Verenigde Staten was afgeschaft. Die situatie – hoe schrijnend ook – drijft niet alleen het verhaal voort (Huck en z’n maat moeten de Mississippi afzakken naar veiliger oorden), maar zorgt ook voor de bij tijd en wijle zeer komische monologen van Huck, geheel opgetekend in z’n eigen taaltje.
Een dergelijke eigen taal, met eigen woorden en uitdrukkingen is van groot belang om je personage kleur en stijl te geven. Verder kun je er prachtige komische effecten mee bereiken, vooral als je op zinvolle manier herhalingen kunt gebruiken.

Oefening:

Bedenk een personage die je een komische monoloog wil laten houden. Maak vervolgens een woordenlijst: welke woorden en uitdrukkingen gebruikt dit personage vaak? Welke ‘eigen woorden’ en uitdrukkingen gebruikt hij? Verhaspelt hij woorden of hanteert hij juist een archaïsch soort taalgebruik, met keurige nette zinnen? Als je een duidelijk beeld van het taal- en woordgebruik van je personage hebt, kun je beginnen met het uitschrijven ervan. Kijk ook naar je vorige monologen: waar kan je nog scherper en eigenzinniger uit de hoek komen?


Deel 6: Vertraging en versnelling

Vrijwel alle goede literatuur – van poëzie tot romans – werken met vertragingen en versnellingen. De regel is: hoe spannender hoe langzamer. Als je publiek toch al zeer benieuwd naar de afloop is, kun je je veroorloven om de spanning nog verder op te voeren door te vertragen en zijpaden te bewandelen. Gaat het om een saai deel, zet dan de boel in de fastforward. Cabaretiers en toneelschrijvers kennen dit principe maar al te goed. Het ‘schmieren’ (uitsmeren van leutige onzin) van een cabaretier als Toon Hermans heeft inmiddels school gemaakt en wordt door de nieuwe lichting als Hans Teeuwen en Theo Maassen geheel uitgebuit. Timing is alles: iets te vroeg en de lach komt niet; iets te laat en je raakt het momentum kwijt.

Oefening:

Kijk naar je vorige monologen en concentreer je op de timing. Waar kun je versnellen, waar is een vertraging beter op z’n plaats. Maak verschillende versies, waarbij je verschillende vertragingen of versnellingen inbouwt. Wees niet te bang en lees de diverse versies aan een publiek voor. Kijk naar de reacties.


Meer schrijfoefeningen...

Heb je een tip voor een onderwerp van een schrijfoefening? Stuur dan een mailtje hier.

Boek schrijven? Lees Schrijven Magazine!

Lees het komende nummer van Schrijven Magazine. Word vóór maandag 27 maart 16.00 u....

Profiteer nu!

Meld je aan voor de Schrijven Nieuwsbrief.

Het is gratis!
Geen schrijfwedstrijd meer missen? Volg Schrijven Magazine op Facebook!

Like Schrijven Magazine op Facebook!

Vind ik leuk!
In ieder nummer van Schrijven Magazine: schrijftips van Gouden Griffel-winnaar

In ieder nummer van Schrijven Magazine: schrijftips van Gouden Griffel-winnaar Mireille Geus!...

Word nu abonnee!