Start » Oefening » Levensverhalen

Levensverhalen

Elk leven is waard om beschreven te worden - en niet alleen dat van Winston Churchill of J.J. Voskuil. Levensverhalen zijn dan ook mateloos populair. Maar hoe doe je dat: een goed verhaal uit je leven destilleren?

Deel 1: Het leven, een boek

Levensverhalen kunnen een groot publiek boeien. Ze bieden doorkijkjes in levens, roepen herkenning op en gevoelens van nostalgie. Het schrijven van een dergelijk verhaal is echter geen sinecure want hoe kom je van een idee tot een boeiend verhaal. Vandaar deze korte workshop op papier. Denk goed na over wat je wilt met je verhaal. Welk publiek wil je bereiken? Wat wil je precies overbrengen? Ga niet meteen je hele leven beschrijven (‘ik werd geboren op...’), maar maak een zorgvuldige afweging: welke vorm, welke omvang, welk perspectief, welke stijl? Weet waaraan je begint.

Oefening:

Een oefening om de verbeelding te stimuleren. Pak een boek en sla dit op een willekeurige bladzijde open. Wijs met je ogen dicht een regel aan. Neem van die regel het eerste zelfstandige naamwoord, en bedenk een situatie in je leven waarin dat woord voorkwam. Herhaal deze oefening enkele malen met verschillende woorden. Je zult zien dat je gedachtegang gestimuleerd wordt.


Deel 2: Feiten, feiten, maar niet allemaal

Levensverhalen zijn persoonlijke verhalen. Dat is een kracht, maar kan tevens een beperking zijn. Je bent zelf zo bekend met je eigen levensgeschiedenis, dat je uit het oog verliest dat de lezer niet alle details interessant vindt. Is dat nodig, zo zou je je kunnen afvragen, dat we precies al die tijdstippen en data te noemen. Moet elke straat bij naam worden genoemd? Moet je al je medicijndoosjes erbij halen en exacte terminologie gebruiken, om authentiek te zijn? Duidelijkheid is prima, maar heb ook vertrouwen in het inlevensvermogen en de fantasie van je lezer.

Oefening:

Geef een feitelijke beschrijving van een situatie, bijvoorbeeld je eerste schooldag. Wees zo exact mogelijk (bijvoorbeeld: ‘Om 8.31 uur ging de schoolbel, ik zat naast Jantje, we maakten een tekening van de vakantie.’). Beschrijf dezelfde gebeurtenis, maar nu vanuit je eigen beleving (ik was zenuwachtig, had bijna niet gegeten, ik werd verlegen van de grote jongen naast mij). Wat kun je van beide beschrijvingen gebruiken voor een boeiend en invoelbaar verhaal?


Deel 3: Hoofdlijnen, lijstjes, gebeurtenissen

Je wens om waarheidsgetrouw te zijn brengt vaak de leesbaarheid in het geding, vooral wanneer je een groter publiek voor ogen staat. Je kunt je ruwe levensverhaal het best vergelijken met een film die niet gemonteerd is. Overbodige details zijn er niet uitgeknipt, sommige shots zijn te lang, er zijn zelfs personages die niet van belang zijn voor het verhaal. Je levensverhaal moet je eveneens monteren. Weet welke details zinvol zijn en welke niet. Het is niet van belang dat je beschrijft dat je op weg naar het station een zwerver treft die je om een euro vraagt, terwijl je erachter komt dat je nog maar een paar centen op zak hebt, wel of ze in die trein zit, die toekomstige bruid van je. Houd de hoofdlijnen in de gaten.

Oefening:

Maak een uitgebreide lijst van relaties en gebeurtenissen die je leven hebben gevormd, zoals schooljaren, verhuizingen, verliefdheden, kinderen, werk en alle personen die daarmee samenhangen.Analyseer de lijst die je hebt samengesteld. Maak groepen van gebeurtenissen of personen die bij elkaar horen. Dit is je herinneringenlijst. Herzie je lijst. Zet titels boven je groepen, data wanneer iets gebeurde. Maak nu een hoofdpuntenlijst. Kies de tien belangrijkste relaties of gebeurtenissen uit je leven. Dit gebruik je als startmateriaal voor je levensverhaal, daarna kun je uitbreiden aan de hand van je uitgebreide lijst. Deze werkwijze zorgt voor – al dan niet chronologische – structuur in je verhaal.


Deel 4: En toen en toen

Een ander veelvoorkomend probleem bij levensverhalen is chronologie. Plaats niet alle gebeurtenissen keurig achter elkaar – ook wel de ‘en-toen-en-toen’-stijl genoemd. Een verhaal wordt levendiger wanneer je tijdssprongen maakt, voor- en achteruit kijkt (flashback/flashforward). Dat is ook een kwestie van perspectief. Een volwassene kan terugkijken op zijn jeugd en in zijn beschrijving van de ene levensfase naar de andere springen. Je kunt ook één thema uit je leven naar voren schuiven (kunst, ouders, seksualiteit) en dit als rode draad gebruiken voor je levensverhaal. De andere elementen uit je leven komen in zo’n opzet ook naar voren, maar zijn ondergeschikt aan je grote thema.

Oefening:

Maak een opsomming van je liefdesrelaties – in chronologische volgorde. Maak weer een opsomming van je liefdesrelaties, maar nu in volgorde van betekenis – kalverliefde, grote liefde, vluchtige relatie.Werk beide opsommingen uit tot een kort verhaal.


Deel 5: Van dagboek tot verhaal

Wat ook goed werkt bij het componeren van je levensverhaal, is een terugblik aan de hand van dagboekfragmenten – voor de gelukkigen onder ons die een journaal bijgehouden hebben. Ook hier geldt weer dat niet alles voor de lezer van belang is. De herinneringenlijst helpt je om hoofdlijnen van details te onderscheiden. Fantasie en autobiografie gaan trouwens wel degelijk samen. Bruce Chatwin schrijft in het voorwoord van zijn autobiografische Wat doe ik hier?: ‘De aanduiding “verhaal” is bedoeld om de lezer erop te attenderen dat de vertelling, hoe nauw ze ook aansluit bij de feiten, een product is van de fantasie.’

Oefening:

Maak een denkbeeldig dagboekfragment. Denk bijvoorbeeld aan een belangrijke verjaardag (je twaalfde, twintigste, vijftigste?). Beschrijf die dag alsof die net voorbij is. Kijk vanuit het heden al schrijvende terug naar toen je zestien was. Gebruik je dagboekfragmenten om het verhaal te verlevendigen. Maak je geen zorgen of het allemaal ‘klopt’. Gun jezelf creatieve vrijheid.


Deel 6: Schoonheid in eenvoud

Veel levensverhaalschrijvers vragen zich af of hun leven wel interessant genoeg is om over te schrijven. Het antwoord is eenvoudig. Elk leven, hoe sober ook, heeft betekenis. Vaak zit de schoonheid in de eenvoud. En zit tragiek vaak ook niet in de alledaagse dingen? Je hoeft geen ongelukkige jeugd te hebben gehad om een boeiend leven op papier te krijgen. Een stukje uit de autobiografie van een vrouw die zeker niet saai was, Agatha Christie: ‘Een van de prettigste dingen die je in het leven kunnen overkomen is een gelukkige jeugd te hebben. Ik heb heel prettige kinderjaren gehad. Ik woonde in een huis met een tuin waar ik dol op was; ik had een verstandige en geduldige kinderjuffrouw, en als vader en moeder twee mensen die innig veel van elkaar hielden en iets moois maakten van hun huwelijk en hun ouderschap.’

Oefening:

Denk aan iets bijzonders uit je kindertijd, iets wat je je altijd zult herinneren. Een gebeurtenis waarbij niet alleen jij, maar ook iemand anders (vriendje, buurvrouw, melkboer) was betrokken. Vertel dit verhaal aan iemand. Vertel het daarna weer aan iemand anders, maar overdrijf je verhaal nu, en wel zodanig dat het grappiger of vreemder wordt. Doe dit nog een paar keer: maak het zo grappig, absurd, vreemd mogelijk. Schrijf dit laatste, meest overdreven, verhaal uit tot een monoloog. oor deze oefening kun je ‘grappig’ en ‘vreemd’ ook vervangen door ‘verdrietig’ en ‘beangstigend’ of andere emoties en karakteristieken.


Meer schrijfoefeningen...

Heb je een tip voor een onderwerp van een schrijfoefening? Stuur dan een mailtje hier.

Literair tijdschrift Alice, onderdeel van Schrijven Magazine

Stuur je allerbeste verhaal of gedicht in naar ons eigen literaire tijdschrift.

Meer informatie
Schrijven Magazine SUPERAANBIEDING

Korting én 3 cadeaus!

Word nu abonnee!
Schrijfboek cadeau? Nu gratis bij een abonnement op Schrijven Magazine!

Neem een abonnement op Schrijven Magazine!

Maak je keuze!
Geef Schrijven Magazine cadeau! (Beeld: SXC)

Geef Schrijven Magazine cadeau!
(en krijg zelf ook een presentje) 

Bestel nu!