Start » Oefening » Liedschrijven

Liedschrijven

Meegalmen is leuk, maar zélf een lied schrijven is nog veel boeiender. Zes oefeningen helpen je op weg naar een plaats bij X-factor.

Deel 1: Zing mee

Een goed lied is een lied dat zich al na een keer luisteren laat meeneuriën en na twee keer laat meezingen. Dat wil geenszins zeggen dat een lied zich ook in één keer laat schrijven. Dat gebeurt wel eens, maar vaker nog is een lied schrijven een kwestie van slijpen en schrappen. ‘Het belangrijkste is dat er moet staan wat er staat,’ zei Bram Vermeulen ooit in een interview. ‘Als je het minutieus leest, moet alles kloppen. Iedere regel, ieder couplet: het hele lied. Vaak komen mensen er net niet uit en wordt er gesjoemeld. Soms ben ik zelf ook de wanhoop nabij, als iets bijvoorbeeld wel mooi rijmt, maar er toch niet staat wat ik wil zeggen. Dan moet de tekst toch weg.’

Oefening:

Luister een paar keer naar een melodie die je mooi vindt – dat kan een melodie zijn die je zelf hebt geschreven (muzikaal talent), of een melodie van een ander. In het laatste geval: luister niet naar de oorspronkelijke tekst, maar alleen naar de muziek. Welke woorden komen spontaan in je op? Wat voor beelden zie je voor je? Probeer nu op het ritme en de melodie een ruwe tekst te schrijven. Concentreer je eerst vooral op de eerste coupletten.


Deel 2: Zonneplek

Een lied moet over één ding gaan. Niet over twee, en zeker niet over drie. Iets moet centraal staan – een gedachte, een gevoel, en verhaal – en alles moet in het werk gesteld worden om dat voor het voetlicht te brengen. Neem het beroemde lied ‘Alles kan een mens gelukkig maken’ van Henk Westbroek (‘Een eigen huis’), beroemd geworden door René Froger. Waar het lied over gaat is eenvoudig: alles heb je, en toch ben je nét niet gelukkig. Dat is het leed van de moderne mens. En vandaar die prachtige coupletten die over het geluk gaan, en dat refrein, dat het in de laatste regel net ontkracht. ‘Een eigen huis / Een plek onder de zon / En altijd iemand in de buurt / Die van me houden kon / Toch wou ik dat ik net iets vaker / Iets vaker simpelweg gelukkig was.’

Oefening:

Kijk naar de eerste coupletten die je hebt geschreven. Waar gaan ze over? Wat is de essentie? Wat wíl je eigenlijk zeggen? Als je er écht achter bent waar het over gaat, schrap dan alles wat daar niet mee te maken heeft. Werk je thema uit, desnoods door telkens andere voorbeelden te geven of argumenten aan te halen. Probeer nu ook aan je refrein te werken – wat is de centrale regel die steeds blijft hangen? Wat is de sterkste frase die telkens terug komt?


Deel 3: Liedje metselen

Weet wat je wilt met je liedje, dat is de belangrijkste tip die liedschrijvers als Bram Vermeulen ons meegaven. ‘Een songtekst schrijven kan je vergelijken met metselen. Daarvoor heb je nodig: stenen, cement, gereedschap en als je hoog wilt gaan een steigertje. Vervolgens kan je beginnen met metselen, maar het is wél handig om eerst te weten wát je gaat metselen. (…) Van te voren moet je beslissen: verklaar ik mijn liefde rechtstreeks aan haar, of vertel ik mijn liefde aan de wereld. En vertel ik vanuit mezelf of gebruik ik een hij-vorm. Zo zijn er duizenden dingen die je van tevoren moet klaarzetten.

Oefening:

Kijk nu nogmaals naar je teksten. Ben je consequent in je aanspreekvorm, in je perspectief, in je tijden? Werkt het ergens naar toe? Kloppen je beelden? Probeer je lied nu te zingen: klopt het metrum en het ritme? Kloppen de klankpatronen? Komen de juiste woorden tevoorschijn? Schrijf op wat er nog beter kan. Ga vervolgens aan het werk. Schrap, schrijf, verander tot het écht loopt.


Deel 4: Doe onderzoek

Niet alle liedjes ontstaan uit je eigen fantasie. Net als bij romans, novelles of toneelstukken kun je ook onderzoek doen. Bram Vermeulen deed bijvoorbeeld uitgebreid research voordat hij het lied ‘Een doodgewone jongen’ (van zijn cd ‘Achter mijn ogen’) schreef. ‘Ik praat altijd met mensen nadat ik een idee heb gekregen: daarmee vergroot je de kans dat mensen zich erin zullen herkennen. “Je moet met drie treden de trap op,” komt van een kind uit Limburg. “De stoepnaden en de blinde muur” is van mezelf, net als alles willen aanraken en stappen tellen, dat doe ik nu nog wel eens.’

Oefening:

Ga voor je vorige lied op onderzoek uit. Ga naar een plek die met je onderwerp te maken heeft en luister goed naar de geluiden, de gesprekken, de woorden. Wat leer je ervan? Welke zinnen en klanken blijven hangen? Ga nu terug naar je lied en kijk hoe je het kunt veranderen met de kennis die je hebt opgedaan. Zing het lied voor vrienden en let op hun reactie.


Deel 5: Let op de woorden

Een lied bestaat uit woorden en het zijn de woorden die het doen. Satisfaction. Eigen huis. Yesterday. Let dus goed op de woorden: gebruik zoveel mogelijk kleine, concrete woorden, en zo weinig mogelijk grote abstracte. Zeg wat je wil zeggen – hoe directer je dat kunt doen, hoe beter de teksten zich laten begrijpen door een publiek. Een lied is geen poëzie die je nog tien keer van de pagina kunt lezen. Een lied moet in één keer staan, in een keer weerklinken in het hoofd van het publiek.

Oefening:

Ga terug naar je tekst en kijk naar je woorden. Zijn ze sprekend genoeg, blijven ze hangen, of zijn het te grote, abstracte woorden? Let ook op clichés: ze werken vaak alleen als je er nét iets mee doet, er een twist aan geeft. ‘Ik ben de gangmaker op het verkeerde feest, ik ben de schoenmaker op de verkeerde leest.’ Kijk ook naar je regellengtes: zijn ze natuurlijk of voelen ze alsof ze wringen? Werk, schaaf, en treedt op. Let op de reacties van je luisteraars en vraag naar hun ervaringen.


Deel 6: Rijmdwang

Het grote struikelpunt bij liedschrijven is vaak rijm. Moeten de regels rijmen of wordt het daardoor een Sinterklaaslied. Bram Vermeulen was daar heel duidelijk in. ‘Sommigen binden zich aan de rijmvorm en het kan leuke voordelen opleveren, wanneer je bijvoorbeeld noodgedwongen een andere draai aan een zin moet geven. Maar feit blijft dat je jezelf een vormprincipe oplegt dat in wezen beperkend is. Rijm kan nuttig zijn, omdat je terugkeert naar de basis: je weet wanneer bijvoorbeeld een zin of couplet ‘af’ is. Maar het kan ook nuttig zijn bepaalde woorden juist niet te laten rijmen.’

Oefening:

Schrijf twee liedjes over hetzelfde thema: een met een vast rijmschema, een zonder. Kijk vervolgens naar het resultaat: wat bevalt je beter? Kijk goed wat het met je schrijfproces doet: dwingt het je op een creatieve manier oplossingen te zoeken of maakt het je regels te gemakkelijk? Laat het ook aan anderen lezen en luister naar hun commentaar. Denk ook aan combinaties: een rijmend refrein en niet-rijmende coupletten. Of andersom. Schrijf ze!


Meer schrijfoefeningen...

Heb je een tip voor een onderwerp van een schrijfoefening? Stuur dan een mailtje hier.

Neem een abonnement op Schrijven Magazine.

Neem nu een abonnement op Schrijven Magazine. Profiteer van onze superaanbieding!

Korting én cadeaus!
Storytelling in 12 stappen

Essentieel voor (tekst)schrijvers!

Meer over dit boek
Schrijven Magazine: geen nummer meer missen?

Neem nu een abonnement op Schrijven Magazine! Profiteer van onze superaanbieding!

Profiteer nu!
Lees hier hoe het werkt!

en krijg zelf een cadeau!

Lees hier hoe het werkt!