Personages in fantasyverhalen
Schrijfoefeningen - Personages in fantasyverhalen
Fantasy, Science Fiction, sprookjes en horror zijn verhaalvormen waarin de werkelijkheid anders is dan de werkelijkheid waarin wijzelf leven. Monsters, elfen, tovenaars en buitenaardsen, je kunt het zo gek niet bedenken of er zijn verhalen over geschreven. Maar wat zijn goede personages, en wat moet je van hen weten? Edith Eri Louw geeft de online cursus Fantasy schrijven (zie www.schrijvenonline.org/academie), waar deze oefeningen een onderdeel van vormen.
Deel 1: Levensechte personages
Zelfs de wonderlijkste fantasywezens lijken over het algemeen diep van binnen op mensen, eenvoudigweg omdat ze door mensen zijn bedacht. Bepaalde eigenschappen kunnen veel sterker aanwezig zijn dan bij ‘normale’ mensen, maar zonder een zekere menselijkheid wordt een verhaalfiguur plat en oninteressant. Dit geldt natuurlijk met name voor je hoofdpersonen, maar ook voor hun vijanden. Een ‘slechterik’ wordt oneindig veel boeiender en levendiger als deze een achtergrond heeft, een motivatie, emoties en zwakke plekken.
Enkele voorbeelden:
Een van de boeiendste opponenten van Harry Potter is Professor Snape (Sneep in de Nederlandse edities). Tot het eind van de reeks aan toe vraag je je als lezer af tot welk kamp hij behoort. Hij dwarsboomt Harry aan alle kanten, maar redt hem ook meermaals het leven. Daarbij is het natuurlijk een ongelofelijke zuurpruim die zijn eigen leerlingen voortrekt en anderszins ‘vals speelt’. En toch zullen veel lezers ook een zekere sympathie op kunnen brengen voor Snape, gezien zijn tragische achtergrond.
Oefening:
Schrijf, zonder er veel over na te denken, vijf namen op die je zou willen gebruiken voor een personage. Fantasienamen, echte namen, dat maakt niet uit, net wat er in je opkomt. Bedenk dan voor elk van deze vijf namen:
- Geslacht
- Leeftijd
- Relationele status
- Beroep of activiteit
- Sociale omgeving / woonsituatie
- Twee belangrijke karaktereigenschappen
- In welk conflict is hij of zij verwikkelt?
- Motivatie: wat wil deze persoon, wat is zijn of haar drijfveer?
- Meest schokkende gebeurtenis uit zijn of haar leven
- Beste herinnering
Deel 2: Buffy
Ook in Buffy the Vampire Slayer wordt volop gespeeld met de goede en slechte kanten van zo ongeveer alle personages. (Mede) hierdoor komt deze serie op een hoog niveau en wordt in Amerika op verschillende universiteiten in lessen over ‘popculture’ bekeken op dezelfde manier als een literaire roman.
Wanneer je deze serie vergelijkt met het ook zeer populaire Charmed, kun je heel duidelijk verschillen zien: de slechterikken in Charmed zijn – op enkele uitzonderingen na – door en door slecht en lijken door niets anders gemotiveerd dan ‘kwaad willen doen’. De drie zussen zijn verheven boven de rest en ook hun motivatie is vaak niet meer dan een reactie op aanvallen en een onomstotelijk rechtvaardigheidsgevoel dat geregeld op de proef wordt gesteld.
Ook sprookjes kennen dat zwart/wit beeld: goed is goed en kwaad is kwaad. Wil je je verhaal naar een hoger niveau tillen, dan is het beter om dergelijke gemakzuchtige veronderstellingen te vermijden.
Oefening:
Schrijf een stukje dialoog tussen twee van je bij oefening 1 bedachte personages die tegenover elkaar staan.
- Probeer eens uit of je van je beide figuren kunt laten zien waar ze voor staan en waarom.
- Pas op voor de valkuil ‘dialoog naar de lezer toe’: zorg dat wat ze elkaar vertellen voor hen nieuw is en laat ook hun reacties zien.
Deel 3: Onsterfelijk en onoverwinnelijk
In beginnersverhalen en slechte actiefilms kom je ze nog wel eens tegen: de onoverwinnelijk en bij voorkeur ook nagenoeg onsterfelijke held. Doorzeefd met kogels, doorboord met zwaarden en beroofd van alles wat hem lief is, strijdt hij voort. De pijn voelt hij niet – of slechts enkele seconden tijdens de close-up van de camera – , geweten is allang overboord gegooid... Je kunt er spectaculaire actiescènes mee vullen, maar een levensecht personage is het niet. Over dit soort types kunnen we kort zijn: vermijd ze. Als je held niet kan verliezen, waarom zou je dan het verhaal nog lezen? Juist de worsteling en de twijfel maken de held de moeite waard. Juist de vraag: zal hij overleven? maakt het verhaal spannend.
In dit kader is het ook leuk om eens even naar tovenaars en magiërs te kijken. Magie is een machtig instrument, zowel voor personages die het kunnen gebruiken als voor jou als schrijver. Magie maakt het onmogelijke mogelijk en geeft evenveel kracht aan de fysiek zwakkeren als aan de bruutste krijgsheer. Wanneer magie een rol speelt in jouw verhalen, zorg er dan voor dat je zelf goed weet hoe jouw versie werkt – en hou je ook aan die regels! Weinig is zo ontluisterend in een verhaal als verzonnen regels die niet blijken te kloppen.
Oefening:
- Als je zelf drie ‘tovertrucs’ zou kunnen leren, welke zouden dat dan zijn?
- Wat zou het met je leven doen als je dat kon?
Deel 4: Magie, magie
Magie bestaat in vele vormen:
- Magie voorbehouden aan de elite, zoals geestelijken en sjamanen.
- Doe het zelf magie, vaak in de vorm van spreuken en objecten die voor iedereen bruikbaar zijn.
- Moeizaam bemachtigde magie die een gedegen opleiding vergt.
- Magie die je ‘overkomt’ zoals ongewilde levitatie en visioenen.
- Magie die in balans gehouden moet worden – om een leven te redden moet je een ander leven nemen.
- Magie door tussenkomst van goden, gidsen of andere wezens.
- Duistere magie die ten koste gaat van een ander.
- Magie die je kunt stelen of weggeven.
Ook bij magie geldt: een onoverwinnelijke tovenaar die alles kan is een zwaktebod in je verhaal. Als hij goed is, is hij onoverwinnelijk en hoeft niemand zich ooit nog zorgen te maken. Als hij slecht is, is hij niet te verslaan. Een mooi voorbeeld vind je in Lord of the Rings: de machtige tovenaar Gandalf blijkt, ondanks zijn krachten, niet opgewassen tegen de Balrog en stort aan het einde van het eerste deel in een ravijn, en is, voor zover de lezer dan weet, overleden. Dit geeft het verhaal een diepgaande dreun: zo ernstig en gevaarlijk is het dus, dat zelfs een Gandalf niet onoverwinnelijk is...
Oefening:
- Welke consequenties zouden de trucs en de magie hebben voor jezelf en je omgeving?
- Gedachten lezen bijvoorbeeld lijkt een geweldig talent, maar wil je wel echt weten wat mensen om je heen allemaal denken?
- Zet nu een verhaalidee op rond een truc of een magische eigenschap. Wat is het spannende hieraan?
Deel 5: Dimensies
Een sterk personage heeft meerdere dimensies. Daarmee bedoelen we dat het meer is dan een karikatuur of archetype: de boze tovenaar, de dappere jongeling, de oude zwaardvechter... Natuurlijk kun je dergelijke oervormen gebruiken, maar geef er je eigen versie van. Als een personage geen eigen gezicht heeft en een eigen invulling geeft aan zijn rol, komt hij niet echt tot leven.
Zo’n karakter uitwerken kost tijd. Je moet hem of haar leren kennen zoals je een nieuwe vriend leert kennen. Je kunt om te beginnen het rijtje uit oefening 1 gebruiken, maar dat is pas het begin. Om een personage echt tot leven te wekken, verplaats je je zoveel mogelijk in die figuur. Hoe reageert hij op verschillende situaties, is het een sociaal iemand of een eenling, standvastig of meegaand, waar houdt hij van en waar heeft hij een hekel aan? Al die dingen en nog veel meer weet je als schrijver wanneer je langer met een figuur bezig bent.
Oefening:
Verdiep je in je personage
Bedenk voor je gekozen personage, wat die in zijn vrije tijd zou doen als hij in onze wereld zou leven. Is het iemand die naar een sportwedstrijd zou gaan kijken of iemand die liever zelf mee zou doen? Wat voor soort boeken zou hij lezen, waar zou hij uit gaan, welke muziek past bij hem? Experimenteer hier eens mee, draai die muziek en kijk wat het met je doet, of je je beter in kunt leven.
Deel 6: Emoties
De welhaast onkwetsbare held is al even ter sprake gekomen. Deze figuur heeft de neiging nogal eens plat over te komen. Interessanter is een personage dat net als normale mensen, last heeft van zijn kwetsuren. Wie weleens gekneusde ribben of een breuk heeft meegemaakt, weet hoe beperkend zo’n blessure is. Natuurlijk kan jouw personage een doorbijter zijn die doorvecht ondanks de pijn, maar dat wil niet zeggen dat de pijn er niet is. Laat dat zien, laat je lezer voelen hoe jouw figuren daar mee omgaan.
Hetzelfde geldt voor emotionele pijn. De dood van een vriend of geliefde, het verlies van je geboortedorp of een gekoesterde droom: door te laten zien wat dit met je personage doet, geef je hem eigenheid. Natuurlijk kunnen de reacties op een trauma verschillen; de ene figuur zal verharden en uit zijn op wraak, de ander instorten en verteerd worden door verdriet, maar een figuur dat onaangetast doorgaat is niet geloofwaardig.
Oefening:
Denk eens terug aan een moment van fysieke of emotionele pijn. Kun je terughalen hoe dat was? Wat heb je ermee gedaan? Hoelang duurde het voor je het verwerkt had of weer beter was? Is het iets dat nog steeds doorwerkt? Maakt het dat je op een andere manier naar een bepaalde situatie kijkt dan een ander? Welke emoties gaan er door je heen als je eraan terugdenkt?
Schrijf hier iets van op en bewaar dit om terug te lezen als je hoofdpersoon een trauma oploopt.
Schrijf nu je verhaal uit, met alles wat je in deze les hebt geleerd.
Wil je meer lessen? Volg dan de volledige cursus van Edith Eri Louw op de Schrijven Online Academie. Met nog veel meer opdrachten, en opbouwend commentaar op je verhalen. Meer informatie vind je op www.schrijvenonline.org/academie/fantasyverhalen-schrijven
Edith Louw is te vinden op www.edithlouw.tk
Heb je een tip voor een onderwerp van een schrijfoefening? Stuur dan een mailtje hier.

