Start » Oefening » Vertellingen

Vertellingen

Duizenden jaren was vertellen dé manier om een verhaal over te brengen. Totdat de boekdrukkunst kwam en de stem naar het papier verdween. Maar de vertelling is terug. Maak kennis met de kneepjes van dit genre in zes oefeningen.

Deel 1: Een bijna vergeten genre

Op het Djema El Fna in het centrum van Marakech dromt een grote kring luisteraars rond een man, gezeten op een hoge stoel. Het is een traditionele verteller, die een van de klassieke berberverhalen, een oude legende, of een deel van de 1001-nachtcyclus tot leven brengt. Toeschouwers vallen z’n vertelling bij, joelen als een schurk ten tonele wordt gevoerd, of moedigen de verteller aan om een bepaalde verhaallijn uit te diepen.
Wat daar op het prachtige centrale plein van Marakech gebeurt, is een literaire vorm die tot de uitvinding van de boekdrukkunst de dominante manier van vertellen vormde.De laatste tijd is die vorm weer verrassend populair, zoals vertellers als Guillaume Pool, de Nationale verteldagen en de Zwolse verhalenboot aantonen.

Oefening:

Neem een verhaal dat je ooit geschreven hebt, of waar je mee bezig bent. Bedenk wat er zou gebeuren als je dit verhaal aan een (klein) publiek zou vertellen, zonder gebruik maken van papier. Wat zou werken, wat niet? Wat is het verschil tussen een papieren verhaal en een vertelling?


Deel 2: Bespeel je publiek

‘Verhalen vertellen schept een intiem ik-hoor-bij-jou-gevoel dat nagenoeg geen enkele andere vorm van amusement geeft,’ schrijven Anne Pellowski en Cecile Beijk in Vertellen in kleine kring. In het boek wordt uitgelegd hoe de rol van het vertellen langzaam weer toeneemt. Zoals rasverteller Guillaume Pool ooit zei: ‘Verhalen zijn lange tijd verbannen geweest naar boeken. Wij, vertellers, halen ze er weer uit.’
Belangrijkste daarbij is dat je je van te voren goed moet realiseren wat je motivatie is. Waarom wil je dit verhaal vertellen. Wat is je betrokkenheid ermee? Verder moet je van te voren inschatten wat het effect van je verhaal is. Welke emotie wil je bij je publiek loswurmen: verwondering, irritatie, angst?

Oefening:

Een vertelling begint net als een verhaal of novelle: met een dramatisch gegeven. Bedenk wat dit gegeven is: een verbroken liefde, een reis met hindernissen, een inbraak met gevolgen, de dood van een belangrijk persoon. Verdiep je vervolgens in de diverse aspecten van je verhaal die je nog niet goed begrijpt. Maak ze je eigen. Wat gebeurt er als een eenvoudige, arme man ineens tot koning wordt uitgeroepen? Hoe is het om over de bergen van Turkije naar Irak te moeten reizen? Hoe valt een roedel wolven een hertenjong aan? Pas als je deze aspecten tot in detail beheerst kun je het verhaal ‘spontaan’ vertellen. Probeer ze zo te vertellen dat het lijkt alsof je het zelf allemaal hebt meegemaakt.


Deel 3: Improviseren is te leren

Het grote verschil tussen een boek en een vertelling, zo benadrukken de meeste vertellers, is dat verhalen ‘zwerven’, waar boeken stilstaan. Vertellen betekent meanderen, uitwaaieren, improviseren, op je publiek reageren. Vandaar ook dat grondige onderzoek (zie deel 2 van deze reeks) en het vele oefenen – met of zonder publiek. Een goede verteller weet z’n publiek van het begin tot het einde te boeien. Door z’n stem, z’n houding, z’n gebaren, maar vooral door z’n verhaal. De kracht van de vertelling schuilt nu eenmaal in het verhaal. Een verhaal dat mensen – waar ook ter wereld – herkennen als grappig, dramatisch, angstig, maar altijd boeiend. Een goede vertelling is een verhaal dat het publiek de verteller onvoorwaardelijk gelooft.

Oefening:

Probeer je verhaal in korte schetsen uit te tekenen. Hoe begint het, waar begint het ‘drama’, wat zijn de gevolgen, waar en wanneer komt de ommekeer, hoe eindigt het? Kijk goed naar je schetsen en probeer ze voor te stellen in een vertelsituatie. Wat is de drijvende kracht achter het verhaal? Zijn alle stappen logisch? Kloppen de details? Begrijpen je luisteraars wat je probeert te doen? Bedenk nu wat de beste methode is om dit verhaal over te brengen. Hoe moet je ze betoveren, wat moet je herhalen, waar moet je het verhaal laten ‘spetteren’? Welke middelen wil je gebruiken. Oefen een keer voor de spiegel en vervolgens voor twee of drie intieme vrienden. Gebruik hun commentaar.


Deel 4: Gebruik lijf en leden

Vertellen heeft een aantal nadelen ten opzichte van schrijven: je lezers kunnen niet terugbladeren, moet elk moment alert zijn, en moeten bij je voorstelling aanwezig zijn. Tegelijkertijd zijn er ook veel voordelen. De belangrijkste is dat je bij het vertellen niet alleen woorden kunt gebruiken, maar ook je stem, gebaren, mimiek, muziek – als je dat nodig vindt. Elke verteller ontwikkelt zo z’n eigen stijl – sommige ingetogen, andere flamboyant en speels. Wees je welbewust van deze verschillen met schrijven. Begrijp dat emoties ook kunnen worden overgebracht door mimiek, dat een goedgekozen gebaar (knipoog, hand langs de keel) vele uitlegpagina’s scheelt.

Oefening:

Bekijk de opzet voor je vertelling, beluister een tapeje of kijk naar een video van je vertelling en bedenk welke elementen eventueel door andere middelen of methoden kunnen worden vervangen. Is het nodig die hele reis te beschrijven, of kun je door drie stappen op het toneel die reis in een keer verbeelden? Zoek naar een eigen vertelstijl. Vind je het prettig om je hele lijf te gebruiken bij de voorstelling of vertrouw je vooral op je stem? En hoe wil je die stem gebruiken: als sobere vertelmachine, of als theatrale persoonlijkheid?


Deel 5: Vind de juiste bron

Nog meer dan romans en verhalen zijn vertellingen schatplichtig aan de geschiedenis. Storytellers in Ierland en Engeland doen vaak niets anders dan eeuwenoude verhalen opnieuw tot leven wekken. De vertellers van Djema El Fna staan met twee voeten in lange verteltradities. Vandaar ook dat je als verteller in eerste instantie heel goed moet beseffen in welke traditie je thuishoort. Lees sprookjes van Grimm en Andersen, zoek middeleeuwse sagen en legenden en probeer te bepalen in welke traditie je thuishoort. Het belangrijkste van dit soort leeswerk is dat je moet proberen te analyseren hoe vertellingen werken, wat hun structuur is en wat de ‘trucs’ zijn die al eeuwenlang gebruikt worden.

Oefening:

Neem een iets minder bekend sprookje of een oude legende en probeer die in verschillende vormen om te zetten: een traditionele, een zeer moderne en een tijdloze. Wat vond je zelf de plezierigste vorm? En je luisteraars? Heb je een idee waar deze voorkeur vandaan komt? Bedenk hoe je toekomstige vertellingen ook in dit ‘format’ kunt omzetten.


Deel 6: Leef met je vertelling

De enige manier om een vertelling tot leven te laten komen is de vertelling een tijdje in je eigen leven te integreren. ‘Leef met het verhaal’: houd het enkele weken, maanden bij je, maak het je tweede natuur. Wat zou de hoofdpersoon in situatie x doen? Wat voor bomen zouden er in dat bos staan? Waarom kan zij niet met die schoonvader overweg? Pas als je helemaal klaar bent met je verhaal, kun je beginnen aan de uitwerking en aan een eerste voorstelling. Leer van je publiek. Uiteindelijk gaat het om de wisselwerking tussen jou en je toehoorders. Leer van anderen: ga naar de Nationale verteldagen en de Zwolse verhalenboot

Oefening:

Leer te improviseren: duw je vertelling de ene keer de ene kant op, de andere keer de andere. Pas het verhaal telkens iets aan en kijk wat werkt. Leer ook te concentreren. Houd de ‘film’ van je vertelling vast tijdens je vertelvoorstelling. Gebruik desnoods een schema. Schakel collega-vertellers in om je vertelling te optimaliseren. Leer van het vertellen te houden.


Meer schrijfoefeningen...

Heb je een tip voor een onderwerp van een schrijfoefening? Stuur dan een mailtje hier.

Jouw verhaal laten bespreken in Schrijven Magazine?

Stuur het in voor Tekstuur Proza!  Meer informatie vind je in Schrijven Magazine.

Word nu abonnee!

Intensieve online cursussen. Goed én betaalbaar!

Meer informatie

Meld je aan voor de Schrijven Nieuwsbrief.

Het is gratis!
Geef Schrijven Magazine cadeau! (Beeld: SXC)

Geef Schrijven Magazine cadeau!
(en krijg zelf ook een presentje) 

Bestel nu!