Start » Proeflezen » [biografie] Les in vuurspugen

[biografie] Les in vuurspugen

Door: waarzegstersamiera
Op: 7 augustus 2017

Uit hoofdstuk De Vuurshow.

fragment deel 1 het laatste stukje paste niet meer, misschien later deze week.

Vooraf: ik wilde leren vuurspugen en vuurvreten. Via via kwam ik in aanraking met ex fakir El Kabiri alias Sjors. Toevallig woonde hij ook in mijn woonplaats Groningen.

Vraag : beschrijf ik te uitgebreid en te technisch hoe het vuurspugen toe gaat?

Fragment: 

Ik belde Sjors op.
“Prima”, zei hij. “Ik wil je wel helpen om een mooie vuurshow in elkaar te zetten. Koop een liter petroleum, 2 grote barbecue spiesen, watten van zuiver katoen, katoenen garen, een aansteker en neem ook een leeg blikje mee.”
Sjors woonde in een woongroep in het Schimmelpenninck Huys, een groot monumentaal pand in het centrum van Groningen, dat toen als kraakpand fungeerde. Tegenwoordig is het Schimmelpennink Huys in gebruik als een gerenommeerd hotel-restaurant.
Sjors was gestopt met optreden, hij werkte nu als Shiatsu- en Rebirthingtherapeut thuis in eigen praktijk. Het was een vreemde man met hardblauwe priemende ogen, die dwars door je heen keken. Hij gedroeg zich als een soort goeroe, heel kalm en gedecideerd.
(Veel later vernam ik dat hij naast optreden als fakir ook geld verdiende met handelen in wapens en drugs, voornamelijk in Duitsland. Toen hij werd gezocht, door de Duitse politie, vluchtte hij terug naar Nederland en dook onder in het kraakpand).
Sjors nam me mee naar de kelder van het gebouw.
“Brandende fakkels geven erg veel stinkende walm, dat wil je niet in je huiskamer hebben.” Met een grote sleutel ontsloot hij het slot van een dikke houten deur. We kwamen binnen in een gewelfde ruimte. Er scheen schaars licht door een paar kleine hoge raampjes. Het voelde mysterieus, als in een kerker van een oud kasteel. Deze ruimte wordt nu als wijnkelder gebruikt van Het Schimmelpenninkhuys, maar eigenlijk was het toen niet anders. Langs alle wanden stonden rekken met stoffige flessen wijn. Sjors zei:
“Ik investeer in wijn, deze flessen zijn honderden jaren oud. Deze wijnen zijn niet om nu te drinken, maar puur bedoeld als belegging.”
Eerst moest ik leren om fakkels maken: je neemt een reepje watten en wikkelt dat om de punt van de spies. Vervolgens wikkel je katoenen draad om de watten, horizontaal en verticaal. Heel strak omwikkelen, zodat het bolletje stevig aan de punt van de spies blijft zitten en niet al brandend van de spies kan vallen. De grootte van het bolletje is ook belangrijk, het moet in je mond passen. Vervolgens zet je de fakkel met het bolletje naar beneden in een blikje dat gevuld is met petroleum.
Sjors begon met een lesje scheikunde:
“Eigenlijk brandt de fakkel zelf niet. Het is de vloeistof waar de fakkel in gedrenkt is die brandt. Pas als deze vloeistof is opgebrand, gaan de katoenen draden branden en valt de fakkel snel uit elkaar. Het is dus belangrijk om de fakkel regelmatig in de brandstof te dopen om te voorkomen dat het materiaal van de fakkel zal gaan branden. De fakkel hoeft dan niet 'uit' te zijn, je kunt een fakkel brandend in een blikje met petroleum steken. Petroleum brandt alleen als het ergens in gedrenkt is of als het verneveld wordt. Dat komt omdat petroleum heel log is, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld spiritus, dat heel vluchtig is. Dus werk nooit met een vluchtige stof zoals spiritus”, zei hij wijselijk.
Mijn leermeester gaf me de opdracht om een brandende fakkel in het blikje met petroleum te stoppen. Ik vond het doodeng, ik dacht: straks komt er een enorme steekvlam, of gaat hier de boel ontploffen en hoe kom ik dan veilig weg uit deze donkere kelder? Maar er gebeurde niets. Ja, de fakkel ging uit. Dus de theorie klopte.
Hij vervolgde de les:
“Zoals je ziet dooft de fakkel als je hem helemaal onderdompelt. Maar als je de fakkel voor de helft in het petroleum stopt, dan blijft hij branden terwijl hij zich ook vol zuigt met de brandstof. Dus tijdens je show heb je de keuze: je kunt je fakkel uithappen, helemaal indopen en weer aansteken. Of je laat de fakkel branden door half in te dopen. Voor het publiek zijn beide vaardigheden leuk om te zien, dus je kunt het afwisselen.”
Na al deze theorie was het tijd voor de praktijk, we gingen vuurspugen! Sjors deed het eerst voor. Hij nam een teug petroleum en spuugde dat met grote kracht tegen de vlam van de fakkel, zodat alle spetters even gingen branden. Een enorme vlam streek langs het lage plafond.
Ik dacht: ha, nu is het mijn beurt om vuur te spugen. Maar zo snel ging het niet.
Sjors zei:
“Je moet eerst leren iets in je mond te houden zonder het door te slikken. Dat gaan we oefenen met water. Neem wat water in je mond en loop maar een beetje heen en weer. En niet doorslikken!”

Reacties

janpmeijers
Laatst aanwezig: 7 uren 1 min geleden
Sinds: 8 Mrt 2013
Berichten: 4919

waarzegstersamiera,

'beschrijf ik te uitgebreid en te technisch hoe het vuurspugen toe gaat?'
Nee, dat is het beste stuk.

Tip: schrap alle achtergrondinfo over Sjors, laat hem zien aan de lezer zoals je hem zelf voor het eerst zag.
Schrap ook de reisgidsinfo over het Schimmelpennick Huys. Laat het zien zoals het was.

succes

waarzegstersamiera
Laatst aanwezig: 2 weken 2 dagen geleden
Sinds: 16 Feb 2017
Berichten: 17

#1 oke, dank je wel

Waarzegster, handlezeres Samiera
www.samiera.nl

Riny
Laatst aanwezig: 7 uren 6 min geleden
Sinds: 16 Apr 2013
Berichten: 2656

waarzegstersamiera,

... mijn mond ging open van verbazing. Wanneer ik een a.s. collega van je wel eens aan het werk zie, dan bekijk ik dat met een: hoe is het mogelijk!

Jouw verhaal heb ik verslonden. Je hebt een tipje van de sluier opgelicht. Je hebt me in een heel andere wereld gebracht terwijl ik nog moet ontbijten.

Je schrijft rustig en boeiend. Misschien is dat wel een goede eigenschap voor vuurspuwers.

Janpmeijers geeft je een gedegen reactie.

Succes!

Herrie Mulles
Laatst aanwezig: 6 weken 6 uren geleden
Sinds: 23 Jul 2017
Berichten: 25

Hallo Samiera,
De informatie over vuurspuwen is boeiend – vooral voor iemand die er niets vanaf weet. Ik heb het fragment van begin tot eind gelezen. Dit is mijn commentaar na een herlezing. Maar eerst nog een andere opmerking.

Je schrijft:

waarzegstersamiera schreef:

Via via kwam ik in aanraking met ex fakir El Kabiri alias Sjors. Toevallig woonde hij ook in mijn woonplaats Groningen.

Deze El Kabiri (echt persoon?) gebruikt de alias Sjors in het echt? Of is dat de alias die jij voor hem hebt verzonnen? De reden waarom ik dat vraag is omdat je even verderop dit schrijft:

waarzegstersamiera schreef:

naast [zijn] optreden als fakir verdiende [hij ook geld] met handelen in wapens en drugs (…)

Ik zou overwegen om echte mensen die prominent in jouw verhaal (ongeacht of het autobiografisch is) figureren, en die je beticht van dubieuze handelingen (het maakt daarbij niet uit of de persoon in kwestie zich ook daadwerkelijk schuldig heeft gemaakt aan die misdrijven), niet herleidbare namen te geven.

Hier volgen een paar aan- en opmerkingen

waarzegstersamiera schreef:

Het was een vreemde man met hardblauwe priemende ogen, die dwars door je heen keken. Hij gedroeg zich als een soort goeroe, heel kalm en gedecideerd.

Je zal moeten laten zien, aan de hand van feiten en omstandigheden, dat het een vreemde man is.

Een gedecideerde goeroe? Is vastberadenheid niet een inherente eigenschap van een (soort) goeroe? Het woord springt er echt uit. Ik zou het alleen gebruiken bij ‘(…),’ sprak hij gedecideerd, of zoiets.

waarzegstersamiera schreef:

Veel later vernam ik (…)

Je zal hier op z’n minst moeten vermelden van wie je dat vernam, of waar je dat vernam. Of je moet er iets anders van maken: naar het gerucht wil…

De uiteenzetting van Sjors
Voor mij was de inhoud, de informatie interessant. Maar de wijze hoe het is weergegeven, daar raad ik je aan wat meer tijd aan te besteden. Bijv. – en doe mij niet na, dit is slechts een illustratie die ik uit mijn mouw schud:

waarzegstersamiera schreef:

“Brandende fakkels geven erg veel stinkende walm, dat wil je niet in je huiskamer hebben.”

In de kelder sprak hij: “Brandende fakkels geven erg veel stinkende walm.” Hij zweeg even. “Dat wil je niet in je huiskamer hebben,” vervolgde hij op gedecideerde toon.

waarzegstersamiera schreef:

Het voelde mysterieus, als in een kerker van een oud kasteel.

Wil je zeggen dat het in die ruimte mysterieus was? Of was er iets dat specifiek voor jou mysterieus voelde, zoals het voor jou mysterieus voelt in een kerker van een oud kasteel? Om het algemeen te houden kun je misschien overwegen om te schrijven, dat het er mysterieus wás (of dat er een mysterieuze sfeer hing) als een kerker van een oud kasteel.

waarzegstersamiera schreef:

Sjors zei:
“Ik investeer in wijn, deze flessen zijn honderden jaren oud. Deze wijnen zijn niet om nu te drinken, maar puur bedoeld als belegging.”

Ik zou zoiets schrijven als: “Ik investeer in wijn,’ hij wees op een rek, “deze flessen zijn honderden jaren oud.” Hij zwijg even. “De wijnen zijn niet om nu te drinken, maar puur bedoeld als belegging,” vervolgde hij op gedecideerde toon.

Daarna volgt de uiteenzetting over het vuureten. Het is interessant, als opstel. Maar de wijze waarop je het verhalend hebt ingepast slaagt niet. Je moet dat opbreken. Als iemand in het echt iets uitlegt gebeurt er toch ook van alles. Er worden gebaren gemaakt, de ander knikt begrijpend. Er vallen korte pauzes - of juist niet. Misschien vertoont degene die uitlegt een tik die hem eigen is: bijv. ik noem maar iets, onder het vertellen de ogen dichthouden.

Het hoeft het ook niet een volledige natuurgetrouwe weergave van de werkelijkheid te zijn: dat is onmogelijk. Maar kleine details toevoegen over de wijze waarop verteld wordt, en het af en toe onderbreken van die uiteenzetting, voegt veel toe aan de kwaliteit van je tekst. En laat zien, dat je Sjors ook écht voor je ziet.

Ik vind trouwens de achtergrondinformatie over Sjors wel intrigerend. En je kunt dat best zo terloops erbij vermelden, daar is niets op tegen. Er zijn genoeg romans waarin dit zo gedaan wordt. Ik vraag me alleen af of je niet later in je verhaal er niet nog iets over moet zeggen (misschien is dit wel sowieso je bedoeling?), over dat wapenhandelverhaal. Omdat het toch een heftig detail is, dat een uitwerking zal moeten hebben op Sjors als personage.

waarzegstersamiera
Laatst aanwezig: 2 weken 2 dagen geleden
Sinds: 16 Feb 2017
Berichten: 17

#4 bedankt voor de vele opmerkingen, ik zal het nog es goed doorlezen. Inderdaad de dialogen zijn erg lang.

Sjors is naar India vertrokken en daar overleden, ongeveer 10 jaar geleden. Hij heette Sjors Dijkstra, maar ik noem zijn achternaam niet in mijn boek.
In mijn hoofdstuk Glasschervenact, ( over glasscherven lopen) beschrijf ik hoe Sjors mij ook bedondert, dus zijn criminele kant komt inderdaad later terug in mijn boek.
Ik had het gehoord van de illusionist waar ik mee samenwerkte, ja ik was ook 10 jaar assistente van een illusionist, ik ben duizenden malen doorgezaagd en doorboord met zwaarden....
Die illusionist en Sjors waren ooit collega's in een show, maar door de criminele activiteiten van Sjors ging de hele show op de fles. Maar dat ga ik allemaal niet opschrijven in mijn boek. Ik vind het erg moeilijk om te kiezen welke ervaringen ik wel opschrijf en welke niet. Mijn hoofd zit zo vol, mijn archief is zo groot, het is een berg waar ik doorheen moet. Ik heb een rare drang om het op een rijtje te zetten en op te schrijven.

Wat ik niet in mijn boek ga schrijven is, dat Sjors dikwijls mijn auto leende, hij beweerde voor familiebezoek, maar achteraf bleek dat hij mijn auto voor andere dingen gebruikte, de kilometer stand was altijd veel hoger dan te verwachten was en er kwam eens een bekeuring uit het buitenland.

Ik heb veel aan Sjors te danken: mijn vuurshow, mijn glasschervenshow en mijn slangenshow. Met die shows heb ik ongeveer 35 jaren de kost verdient.

Waarzegster, handlezeres Samiera
www.samiera.nl

Herrie Mulles
Laatst aanwezig: 6 weken 6 uren geleden
Sinds: 23 Jul 2017
Berichten: 25

De anekdotes waar je naar hint klinken heel boeiend. Ik zou op voorhand niet een gebeurtenis van tafel vegen omdat het iemand in een kwaad daglicht zet, of zo. Maar ik zou gewoon een initiaal voor zo’n persoon gebruiken bijv. de fakir c.q. goeroe V. had de gewoonte mijn auto te lenen. Maar wat ik toen niet wist… Je kan je biografie zo een element van een sleutelroman geven.

Je schrijft dus een biografie. Wat daarin mogelijk als rode lijn kan fungeren is de vraag waar wil je beginnen: vanaf de wieg bijv.? En waar wil je eindigen?

In je reflectie op je eigen leven zie je vaak verbanden, hoe je van de ene situatie in de andere bent gekomen, die in werkelijkheid en terwijl je ze doormaakte vaak toevallig zijn. In een biografie is het zo, dat die toevalligheden als een soort plot worden gebruikt. Bijv., en nu pak ik een populair voorbeeld, die lui in Silicon Valley. Bill Gates en Steve Jobs. Ja, laten we Steve Jobs nemen. In werkelijkheid was het puur toeval dat hij met Steve Wozniak in contact kwam – de ingenieur zeg maar, achter de eerste Apple computer. Maar in ‘hindsight’ lijkt het natuurlijk Providentie. Zonder hun vriendschap, geen Apple. En het geld eigenlijk voor heel veel dingen, tot aan de keerpunten in de wereldgeschiedenis aan toe. Denk maar aan de aanslagen op Hitler. Die allemaal om triviale zaken faalden.

In werkelijkheid, ontmoeten mensen zich voortdurend, en smeden ze ook voortdurend nieuwe vriendschappen. Wat er uitkomt kun je alleen achteraf bezien. En dan krijgt het ineens een betekenis – weliswaar eentje die er objectief eigenlijk niet is.

Kortom, jij zult die dingen aan elkaar moeten smeden die tot bepaalde mijlpalen in je leven hebben geleid. En ja, dat is moeilijk. Het kan een goed idee zijn om dat eerst schematisch in kaart te brengen.

  1. Geboorte;
  2. Eerste liefde
  3. Eerste ervaring met de dood (van een familielid of zo)
  4. Spirituele invloeden

En die dingen met gebeurtenissen en personen aan elkaar te breien.

Daarnaast, welke biografieën heb je in de kast staan? Ontleed die eens, zou ik zeggen. Er zijn natuurlijk ook zat handboeken, en meer academische besprekingen hoe je te werk moet gaan. Maar daarmee rem je jezelf alleen maar af. Het gemakkelijkste is denk ik om te putten uit biografieën die jouw aanspreken.

Annette Rijsdam
Laatst aanwezig: 12 uren 2 min geleden
Sinds: 26 Jan 2017
Berichten: 453
waarzegstersamiera schreef:

Maar dat ga ik allemaal niet opschrijven in mijn boek. Ik vind het erg moeilijk om te kiezen welke ervaringen ik wel opschrijf en welke niet. Mijn hoofd zit zo vol, mijn archief is zo groot, het is een berg waar ik doorheen moet. Ik heb een rare drang om het op een rijtje te zetten en op te schrijven.

Eerst alles opschrijven en dan gaan schrappen smile. Uiteindelijk zie je wel waar de kern zit. Maar maak uiteindelijk wel een keus wat belangrijk is voor je boek.

Het stuk over het vuurspugen las goed en begrijpelijk door. Maar dat heb je al eerder gehoord in de feedback. De achtergrond informatie over Sjors (dat hij naar Nederland gevlucht is, dat hij nu in wijn investeert) is misschien wel tekenend voor het karakter en ook zeker interessant, maar misschien kan je het wat meer integreren in je verhaal. Nu zijn het twee opvallende markeerpunten, die los in de lucht hangen. Met als enige functie de lezer uit het verhaal halen.
Je kan het uitvergroten, dan wordt het een hoofstuk/ boek over de randfiguren die je tegenkwam in je werk. Of je kan het minimaliseren en de focus meer op de act en het leren ervan houden. De keus in aan jou.

Succes met schrijven!

bestaat de perfecte tekst?
blog over schrijven: www.sopendekool.nl

janpmeijers
Laatst aanwezig: 7 uren 1 min geleden
Sinds: 8 Mrt 2013
Berichten: 4919

waarzegstersamiera,
Over de figuur Sjors - alles opschrijven, wink echter niet in dit fragment. Doseer het. Elke scene een eigen onderwerp. In dit fragment het vuurspugen.

Thérèse
beheerder
Laatst aanwezig: 9 uren 43 min geleden
Sinds: 2 Aug 2009
Berichten: 5695

Als Sjors belangrijk is voor je carrière en dus je verhaal, kun je hem stelselmatig naar voren laten komen. Je hoeft niet in één keer alles over hem te vertellen. Stukje bij beetje kan spanningsverhogend werken. Het zou mooi zijn als het je lukte een climax in te bouwen over enkel Sjors, dan heb je meteen een tweede verhaallijn.

Voor wat betreft het fragment dat je plaatste, zou je kunnen focussen op het leren vuurspugen (want daar gaat het stuk over). De locatie is belangrijk, maakt onderdeel uit van de setting. Hetzelfde geldt voor Sjors, een belangrijk personage. Ook de uitleg over de techniek van het vuurspugen is essentieel.

Die drie factoren moet je behouden: personage, setting en gebeurtenis. De rest kan - voor dit stuk tekst - weg, evenals de bijwoorden en herhalingen. Je houdt dan dit over:

Ik belde Sjors op.
“Prima”, zei hij. “Ik wil je helpen om een mooie vuurshow in elkaar te zetten. Koop een liter petroleum, 2 grote barbecue spiesen, watten van zuiver katoen, katoenen garen, een aansteker en neem een leeg blikje mee.”

Sjors woonde in een woongroep in het Schimmelpenninck Huys, een groot monumentaal pand in het centrum van Groningen, dat toen als kraakpand fungeerde. Hij was een vreemde man met hardblauwe priemende ogen en gedroeg zich als een goeroe, heel kalm en gedecideerd.

Hij nam me mee naar de kelder van het gebouw. Met een grote sleutel ontsloot hij het slot van een dikke houten deur. We kwamen binnen in een gewelfde ruimte. Er scheen schaars licht door een paar kleine hoge raampjes.

Eerst moest ik leren om fakkels maken: je neemt een reepje watten en wikkelt dat om de punt van de spies. Vervolgens wikkel je katoenen draad om de watten, horizontaal en verticaal. Heel strak, zodat het bolletje stevig aan de punt van de spies blijft zitten en niet al brandend van de spies kan vallen. De grootte van het bolletje is ook belangrijk, het moet in je mond passen. Vervolgens zet je de fakkel met het bolletje naar beneden in een blikje dat gevuld is met petroleum.

Sjors gaf me een lesje scheikunde: “Eigenlijk brandt de fakkel zelf niet. Het is de vloeistof waar de fakkel in gedrenkt is die brandt. Pas als deze vloeistof is opgebrand, gaan de katoenen draden branden en valt de fakkel snel uit elkaar. Het is dus belangrijk om de fakkel regelmatig in de brandstof te dopen om te voorkomen dat het materiaal van de fakkel zal gaan branden. De fakkel hoeft dan niet 'uit' te zijn, je kunt hem brandend in een blikje met petroleum steken. Petroleum brandt alleen als het ergens in gedrenkt is of als het verneveld wordt. Dat komt omdat petroleum heel log is, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld spiritus, dat heel vluchtig is. Dus werk nooit met een vluchtige stof zoals spiritus.”

Hij gaf me de opdracht om een brandende fakkel in het blikje met petroleum te stoppen. Ik vond het doodeng. Straks kwam er een enorme steekvlam, of ging hier de boel ontploffen en hoe kwam ik dan veilig weg uit deze donkere kelder? Maar er gebeurde niets. Ja, de fakkel ging uit. De theorie klopte.

“Zoals je ziet dooft de fakkel als je hem helemaal onderdompelt," vervolgde Sjors, "maar als je de fakkel voor de helft in het petroleum stopt, blijft hij branden terwijl hij zich volzuigt met de brandstof. Dus tijdens je show heb je de keuze: je kunt je fakkel uithappen, helemaal indopen en weer aansteken. Of je laat de fakkel branden door half in te dopen. Voor het publiek zijn beide vaardigheden leuk om te zien, dus je kunt het afwisselen.”

Na al deze theorie was het tijd voor de praktijk, we gingen vuurspugen! Sjors deed het voor. Hij nam een teug petroleum en spuugde die met grote kracht tegen de vlam van de fakkel, zodat alle spetters even brandden. Een enorme vlam streek langs het lage plafond.
Ik dacht: ha, nu is het mijn beurt! Maar zo snel ging het niet. Ik moest eerst leren iets in mijn mond te houden zonder het door te slikken.
“Dat gaan we oefenen met water,” zei Sjors. “Neem wat water in je mond en loop maar een beetje heen en weer. En niet doorslikken!”

Wat doet uitgeverij M.BOOX voor jou? Klare taal in 12 vragen en antwoorden!

waarzegstersamiera
Laatst aanwezig: 2 weken 2 dagen geleden
Sinds: 16 Feb 2017
Berichten: 17

O, bedankt voor alle tips, het duizelt me bijna, zoveel, ik zal het allemaal met aandacht doorlezen en er wat mee doen.

#6 Nee ik schrijf geen biografie over mijn hele leven, alleen over mijn artiestencarrière. Mijn boek begint op het moment dat ik een advertentie zag : cursus buikdansen' in 1978, ik was toen 30 jaar. In 2016 ben ik gestopt met de show. ( maar ik werk nog wel als waarzegster op feesten en partijen). Dus het gaat niet over mijn persoonlijk leven en niet over de liefde.
Er komen wel privé verhalen in mijn boek voor, bijvoorbeeld dat mijn beide zoons in hun studententijd mijn chauffeur/licht-geluidsman waren, dat was heel fijn toen.

Waarzegster, handlezeres Samiera
www.samiera.nl

zo breng je je verhaal tot leven

Lees het komende nummer van Schrijven Magazine. Word vóór maandag 16.00 u. abonnee!

Leuke aanbieding
nieuwe serie: verhaalopbouw

Lees het komende nummer van Schrijven Magazine. Word vóór maandag 16.00 u. abonnee!...

Topaanbieding
succesvol met eigen beheer

Lees het komende nummer van Schrijven Magazine. Word vóór maandag 16.00 u. abonnee!...

Speciale aanbieding

Lees het komende nummer van Schrijven Magazine. Word vóór maandag 16.00 u. abonnee!...

Speciale aanbieding