Start » Proeflezen » [roman] Hoofdstuk 1: Begraven

[roman] Hoofdstuk 1: Begraven

Door: RickPark
Op: 16 augustus 2017

Dag schrijvers en lezers,

Eerste keer dat ik hier iets opzet. Waar ik het meest benieuwd naar ben is:

1. Of mijn schrijfstijl niet houterig is. Soms het ik het idee dat het net niet lekker loopt of te 'simpele' taal gebruik.
2. In het fragment zit een beschrijving van een preekstoel. Voor de mensen die weten wat een preekstoel is, komt het een beetje overeen? Voor degene die niet weten wat het is, kan je er iets bij verbeelden?
3. Dit zijn de eerste +/- 750 woorden van een manuscript waaraan ik bezig ben. Worden jullie erdoor gegrepen?

Kleine opmerking erbij:

De gedachten van het personage Richard zijn normaal cursief. Omdat dit niet in het fragment kan heb ik 'dacht ik' eraan toegevoegd.

Hopelijk vinden jullie het leuk en ik kijk uit naar jullie feedback! Bij voorbaad bedankt!

Mvg,

Rick

Fragment: 

Wat een genoegen was het om zijn lijk te zien. Ik hield mijn moeders hand vast. We deelde elkaars warmte. Haar knokkelige vingers hadden veel weg van spinnenpoten. Een traan viel over haar ingevallen wangen. In mijn gedachten was ik bij de boomgaard, hetgeen wat mij zou gaan vastketenen aan dit gehucht. Nog gegrepen in een roes van onzekerheid maakte ik een to-do lijst in mijn hoofd.
Het gekleurde licht dat uit het glas-in-lood raam straalde, boezemde mij een nostalgisch gevoel in. Een meute aan zwartgeklede toeschouwers zat als standbeelden op de eikenhouten kerkbanken en keek toe hoe de in paars en wit gehulde pastoor voor het altaar een slok wijn nam uit een gouden beker. De kerk, met al haar eeuwenoude baksten en blanke gewelven die als een skelet het gebouw ondersteunden was –desondanks mijn afkeur voor alles wat maar grandioos trachtte te zijn maar niet was – imposant om te aanschouwen.
‘Richard,’ zei mijn moeder.
‘Ja’, zei ik. Mijn gedachten pauzeerde en mijn moeder draaide haar hoofd zachtjes naar mij, alsof ik de ouder was en zij het kind. Ik pakte papierenzakdoekjes uit mijn jas en hield ze voor haar neus.
‘Nee laat maar, ik heb zelf al iets.’ Als een goochelaar toverde ze een stoffenzakdoek van vorige eeuw uit haar mouw. Ik kon er bijna doorheen kijken.
‘Moeder laat toch dat vieze ding,’ zei ik. Ik drong aan door de zakdoekjes nog dichter voor haar neus te houden. Met een vlugge beweging wuifde ze haar hand naar beneden en snoot haar neus. Het overstemde de hese tonen van het orgelspel.
‘Je blijft wel bij mij toch Richard?’ zei ze.
‘Moeder hier hebben we het al over gehad.’ Ik knarste mijn tanden lichtjes op elkaar. ‘Ik blijf.’
Het orgel hield op met spelen en wat overbleef was het ge-luid van honderd man die snoven, kuchten of zenuwachtig hun voeten anders zetten. Een lentebries dat tegen de ramen van de kerk streek zorgde voor een flauw gezoem.
De pastoor beklom de trap van de preekstoel. De verhoogde plek naast het altaar die aan de muur bevestigd was had veel weg van een opencabine voor één persoon met daaromheen muren van houtsnijwerk waarin Bijbelse figuren te herkennen waren.
Zijn neerslachtige blik op de zwarte meute was opperde wrange gevoelens bij mij op. Ik heb nooit in God geloofd. In een pastoor nog minder. De preken klonken mij in de oren als kwats. En in mijn atheïsme was er altijd een prangende vraag geweest die mij door het leven sleepte: wat is er dan wel?
De pastoor spreidde zijn handen uit als een kraaienverschrikker en keek naar de aanwezigen op de begrafenis.
‘Jan den Uivel., echtgenoot van Esther den Uivel, vader van Richard den Uivel. Wij zijn hier vandaag aanwezig voor zijn afscheid.’
Mijn moeder snikte. Ze had zich tot nu toe sterk gehouden. Wat mij betreft te sterk. Ik had nog nooit een vrouw gezien die niet in huilen uitbarstte op de begrafenis van haar man.
‘Hij was bekend in Elperen. Wie wilde zijn appels niet?’
‘Ik,' dacht ik.
‘Zijn vroomheid werd door velen gewaardeerd.’
‘Niet door mij,’dacht ik.
‘Zijn liefde voor zijn familie, Esther en Richard, was ongeevenaard,’ De pastoor strekte zijn vlakke hand naar ons uit.
‘Oké nu moet je gas terugnemen,’ dacht ik.
Mijn moeder klemde haar hand strakker om de mijne. Ik troostte haar door mijn vrije arm om haar heen te slaan. Ze snik-te harder. Ik had zelden mijn moeder zien huilen. Niet sinds haar laatste ruzie met mijn vader. Hij was kwaad omdat ze ziek was op zondag en weigerde om naar de kerk te gaan, een ruzie van tien jaar geleden. Ketterij, volgens hem.
‘Ik geef nu eerst het woord aan een man die hem al zijn hele leven kende. Zijn boezemvriend. Eduard Grootens.’
Een man zo rond als een voederton stond op en liep naar voren. Zijn grijze haardos viel op tegen het donkere steen van de kerk. Hij nam plek achter de microfoon die voor het altaar stond. Met een trillende hand haalde hij een verfrommeld briefje uit zijn binnenzak en legde het op de lessenaar vlakbij de microfoon.
‘Jan.’ Er zat verdriet in zijn stem toen hij de naam van mijn vader uitsprak. ‘Jan, op de basisschool heb je een keer mijn jas aan de kapstok gelijmd. Dat vond ik niet leuk.’
De aanwezigen lachten met een halve opluchting. ‘Het wordt toch niet zo een toespraak,’ dacht ik. Ik legde mijn been haaks over het andere en moest het maar uitzitten.

Reacties

janpmeijers
Laatst aanwezig: 7 uren 2 min geleden
Sinds: 8 Mrt 2013
Berichten: 4919

RickPark,

1. Of mijn schrijfstijl niet houterig is. Soms het ik het idee dat het net niet lekker loopt of te 'simpele' taal gebruik.
Je schrijfstijl is idd wat houterig om jouw woord te gebruiken. Dat komt omdat sommige zinnen te veel informatie bevatten en je lijkt te zoeken naar omschrijvingen en metaforen. Probeer te schrijven hoe het is zonder zoektochten naar omschrijvingen. De zakdoek vd moeder is een mooi detail ook in contrast met de papieren doekjes, de vergelijking met de goochelaar haalt de kracht eruit. Laat die zakdoek het werk doen - laat hem precies zien aan de lezer, niet meer niet minder.

2. In het fragment zit een beschrijving van een preekstoel. Voor de mensen die weten wat een preekstoel is, komt het een beetje overeen?
Het is zo'n klassieke preekstoel, duidelijk. Beschrijf de preekstoel zoals hij is, zonder uitleg - schrap 'opencabine'.

3. Dit zijn de eerste +/- 750 woorden van een manuscript waaraan ik bezig ben. Worden jullie erdoor gegrepen?
Nog niet. Het gegeven is prima: moeder, zoon, de vader wordt begraven, het decor (kerk) de pastoor. Beperk je tot die onderdelen - met details kleur je het in zoals de zakdoek en de opmerking over de appels. Heel goed.
Schrap al het overige - ook de overpeinzing over het atheisme vd zoon, dat kan in een andere scene. De gedachten vd zoon tijdens de preek zijn sterker zonder enige toelichting. Plaats de gedachten niet tussen ''. (Je kunt ze cursief maken, zie de invoercodes)
Kortom, dit fragment heeft zeker potentie als je je concentreert op het moment daar in die kerk met de betrokken personages. Houd het simpel!

succes

Annette Rijsdam
Laatst aanwezig: 12 uren 3 min geleden
Sinds: 26 Jan 2017
Berichten: 453

Hoi Rick,

ik kan me eigenlijk alleen maar aansluiten bij bovengenoemde feedback.
Je wilt in dit korte stukje zoveel vertellen en laten zien, dat ik als lezer mis waar het eigenlijk over gaat. Terwijl je eerste zin gelijk goed binnen komt.
"Wat een genoegen was het om zijn lijk te zien."
Dat is een bijzondere binnenkomer. Dat het de zoon is die dat zegt en we op de begrafenis zijn, is dan wel weer opmerkelijk (waarschijnlijk heeft hij het lijk eerder gezien, en staat er nu een gesloten kist).

Probeer het ook niet mooier te maken dan het is met omschrijvingen en metaforen. Een zin als deze :
"We deelde elkaars warmte. Haar knokkelige vingers hadden veel weg van spinnenpoten." Is in zijn intentie tegenstrijdig. Waardoor het effect oplost. (warmte =positief vs knokkelig en spinnenpoten= akelig, nu weten we nog niets over zijn gevoelens voor zijn moeder).

Met betrekking tot de kerk en de preekstoel zal ik daar ook niet teveel in gaan omschrijven. Zelfs als je niet naar de kerk gaat, heb je wel een donkerbruin vermoeden hoe het er van binnen uitziet.
Deze zin maakt al duidelijk dat het om een Rooms Katholieke kerk gaat.

"[...]keek toe hoe de in paars en wit gehulde pastoor voor het altaar een slok wijn nam uit een gouden beker."

dan is het beeld erbij met preekstoel ook goed. Een architectonische uitleg over gewelven e.d. is dan alleen relevant als het hoofdstuk over de bouw van kerken gaat bij wijze van.

Succes met schrijven

bestaat de perfecte tekst?
blog over schrijven: www.sopendekool.nl

Harryhol
Laatst aanwezig: 3 dagen 17 uren geleden
Sinds: 26 Jul 2010
Berichten: 1501

Wat mij vooral opvalt is dat je veel te veel vergelijkingen, bijwoorden en bijvoeglijk naamwoorden gebruikt, en metaforen inzet die niet passen.

Citaat:

Als een goochelaar toverde ze een stoffenzakdoek van vorige eeuw uit haar mouw. Ik kon er bijna doorheen kijken.

Dus ze haalt met veel gevoel voor theater met een zwierig gebaar de zakdoek uit haar mouw? Op een begrafenis?

Je bedoelt (denk ik) dat ze haar zakdoek in haar mouw heeft en niet in haar tasje of zak. Schrijft dan gewoon:

"Ze trok haar zakdoek uit haar mouw."

Door er een goochelaar bij te halen, doe je gewoon te veel.

En dat geldt voor de hele tekst:

Rond als een voederton
Ingevallen wangen (oh en die ene traan die er overheen biggelt? Eugh! Zoooo cliché)
Grijze haardos
Handen als een kraaienverschrikker

Je probeert volgens mij 'mooi' en 'literair' te schrijven. Het resultaat is het tegenovergestelde.

En wat bij mij veel vragen oproept is het volgende:

Citaat:

‘Hij was bekend in Elperen. Wie wilde zijn appels niet?’
‘Ik,' dacht ik.
‘Zijn vroomheid werd door velen gewaardeerd.’
‘Niet door mij,’dacht ik.
‘Zijn liefde voor zijn familie, Esther en Richard, was ongeevenaard,’ De pastoor strekte zijn vlakke hand naar ons uit.
‘Oké nu moet je gas terugnemen,’ dacht ik.

Is de hoofdpersoon een vervelende puber? Want zo komt hij over.

De kernvraag bij dat stukje is:

Wil je dat wij als lezers weten dat de overleden man een eikel was? Of wil je dat we weten dat de ik-figuur een eikel is?

Als het om het eerste gaat, wil ik als lezer meer informatie. Een scene waaruit blijkt dat de overledene niet zo mooi is als de lijkrede doet vermoeden. Hoewel ik flashbacks zelf niet mooi vindt, zou dat hier misschien wel op zijn plaats zijn.

Als je wilt dat de lezer de ik-figuur vervelend vindt: good job. Dat lukt nu.

Yora93
Laatst aanwezig: 4 dagen 17 uren geleden
Sinds: 22 Nov 2014
Berichten: 3

1. Ik weet niet wie precies je doelgroep is, maar simpel taalgebruik zou ik het niet noemen. Wat betreft taalgebruik ben ik zelf niet zo'n liefhebber van leenwoorden uit het Engels in literatuur. Ik vind daarom het woord 'to-do lijstje' een beetje uit de toon vallen.

2. Zelf vind ik het niet lekker lezen als iemand een voorwerp of personage stap voor stap beschrijft. Meeste mensen hebben wel een beeld bij een preekstoel. Probeer het niet zo zeer te omschrijven maar eerder dat beeld tot leven te wekken.

Verder vind ik het wel grijpend. Je doet iets heel belangrijks goed: ik ga er vragen bij stellen. Zoals wie is deze Richard? Waarom haat hij zijn vader zo? Wat heeft hij besproken met zijn moeder?
Zorg dat die vragen levend blijven of dat er steeds weer nieuwe vragen komen. Dan blijft de lezer ook bezig.

koe freeimages

Lees het komende nummer van Schrijven Magazine. Word vóór maandag 16.00 u. abonnee!

Speciale aanbieding
Beletselteken

Lees het komende nummer van Schrijven Magazine. Word vóór maandag 16.00 u. abonnee!

Speciale actie
Verkoopt jouw boekhandel Schrijven Magazine?

Benieuwd of jouw boekhandel of kiosk Schrijven Magazine verkoopt? Zoek het op in de storelocator...

Zoek een verkooppunt
cd-hoes De Jeugd van Tegenwoordig rechtenvrij

Lees het komende nummer van Schrijven Magazine. Word vóór maandag 16.00 u. abonnee!...

Superaanbieding!