Willy Hilverda
Interview met Willy Hilverda
Auteur van Schrijven voor theater – 13 methodes
Willy Hilverda interviewde dertien theaterauteurs en stelde daarmee het boek 'Schrijven voor theater – 13 methodes' samen.

Schrijven voor theater heet het boek. Wat bedoel je daarmee?
Voor mij is theater een breder begrip dan toneel. Toneel is het traditionele teksttoneel. Onder theater valt ook musical, muziektheater, bewegingstheater of poppentheater.
Er staan 13 methodes en interviews met toneelauteurs in je boek. Heeft iedereen zijn eigen theater-schrijfmethode?
Toen ik begon met interviewen dacht ik, of hoopte ik misschien, dat er een methode zou zijn om een goed toneelstuk te schrijven. Maar al na een paar gesprekken merkte ik dat er niet één zaligmakende methode is. Iedere schrijver doet het op haar of zijn eigen manier.
Natuurlijk zijn er overeenkomsten. Iedere toneelschrijver moet personages scheppen, nadenken over de situatie, het conflict en de ontwikkeling. Maar het accent ligt bij iedere schrijver wel heel anders. Peer Wittenbols is bijvoorbeeld erg bezig een taal te zoeken voor zijn personages, terwijl Heleen Verburg in eerste instantie vooral op zoek is naar de situatie, de setting dus van het stuk.
Voor wie is het boek bedoeld?
Het boek is in eerste instantie bestemd voor mensen die graag voor toneel willen schrijven. Maar ik denk ook dat het voor prozaschrijvers leuk en leerzaam is te lezen over de ins en outs van een heel ander genre. Overigens is het boek interessant voor iedereen die regelmatig theatervoorstellingen bezoekt. Een kijkje achter de schermen is altijd boeiend.
Wat viel jou het meest op bij het interviewen van deze toneelschrijvers?
Dat ze nauwelijks met plot bezig zijn! En het viel me op dat bijna iedere toneelschrijver worstelt met de spanning tussen enerzijds structuur en anderzijds de vrijheid om je associaties te volgen. Leg je teveel de nadruk op de structuur dan wordt het schrijven zelf een soort invullen van een puzzeltje. Maar als je iedere associatie volgt leidt dit nergens toe.
Wat ook opvallend is: een theaterschrijver heeft een minder eenzaam schrijversbestaan dan een romanschrijver. Een theaterschrijver overlegt met de regisseur, laat de regisseur teksten lezen, neemt het commentaar ter harte en blijft soms herschrijven als de repetities al begonnen zijn.
Je bent zelf ook toneelschrijver. Wat heb jij het meest geleerd van deze gesprekken?
Het is natuurlijk fijn om te merken dat de zaligmakende methode om een toneelstuk te schrijven niet bestaat. Het belangrijkste wat ik heb geleerd is dat plot en structuur niet het belangrijkste is. Je hoeft niet van te voren een ijzersterke plot uit te denken die je daarna alleen nog maar in hoeft te vullen met dialogen. Je kunt veel beter gewoon maar beginnen met schrijven en de vrijheid geven aan je verbeeldingskracht en associatievermogen. Natuurlijk heeft je stuk uiteindelijk structuur nodig, maar je moet je er niet blind op staren. Ik ben vrijer geworden in mijn schrijven.

