Jan Brokken
Interview met Jan Brokken
Auteur van De wil en de weg
Jan Brokken publiceerde in november 2006 een van de belangrijkste schrijfboeken in jaren: 'De wil en de weg'. Louis Stiller vroeg hem naar zijn motieven. ‘Het lijkt wel of er een taboe op het leren schrijven rust.’

Je hebt jaren lesgegeven voor Grenzeloos Schrijven. Wat was de aanleiding om je daarvoor te vragen?
"Norman de Palm had me een lezing horen geven op Curaçao. Toen ik naar Nederland terugkeerde, vroeg hij of ik aan een groep jonge schrijvers uit andere culturen wilde lesgeven. Zijn idee was dat ik de problemen van die schrijvers beter zou aanvoelen, doordat ik veel gereisd heb en lang temidden van Aziaten, Afrikanen, Zuid-Amerikanen en Antillianen heb vertoefd. Zij komen uit echte vertelculturen en vinden de Nederlandse, of meer in het algemeen de Europese literatuur, aan de abstracte kant. Ik geef ze daarin geen ongelijk, in het schrijven gaat het om het verbeelden. Vraag is dan natuurlijk hoe je een verhaal beeldend vertelt. En dan kom je op algemeenheden, op dingen die zowel voor een Chinees als voor een Colombiaanse gelden."
Getuige je boek bombardeer je ze met voorbeelden uit de wereldliteratuur. Hoe reageren ze daarop?
"Alsof ik een wereld voor hen openleg. Zeker als ik laat zien: kijk, jij zit met dat probleem, maar daar zat Salinger ook al mee, en hij loste het in The Catcher in the Rye zó op. Niemand zal me geloven, maar een Hindoestaanse uit Suriname had nog nooit van V.S. Naipaul en Een huis voor meneer Biswas gehoord. Donderdagavond om acht uur vertelde ik over het boek, op zaterdagavond elf uur belde ze me op: ‘Je hebt mijn leven veranderd.’ Op zulke momenten bestaat er niets mooiers dan lesgeven."
Toch schrijf je in het eerste hoofdstuk van je schrijfboek dat schrijven niet te leren is.
"Ik ben geen rij-instructeur. Ik denk dat je iedereen autorijden kunt leren. Met schrijven is het anders, daar moet je aanleg voor hebben, talent. En god, er komt nog zoveel meer bij kijken: verbeeldingskracht, helderheid van geest, persoonlijkheid, geldingsdrang, een bijzondere visie op het leven en de wereld, doorzettingsvermogen. Zelfs wanneer je dat allemaal hebt, moet je nog iets te vertellen hebben, een verhaal dat duizenden mensen willen lezen. Maar zo uniek is het schrijven nou ook weer niet: er zijn mensen die al deze factoren in zich verenigen. Die kan ik een eind op weg helpen."
Ik heb zelf nooit een les in schrijven gevolgd en vond al die cursussen in creative writing onzin. Het gaf me wel te denken dat Raymond Carver ooit zo’n cursus heeft gevolgd en dat Oek de Jong ooit zo’n cursus heeft gegéven. Ik geloofde mijn oren niet toen ik hoorde dat Oek onder zijn leerlingen Joost Zwagerman en Marcel Möring had.
Maar zelfs dat veranderde me niet van mening… Nee, het kwam door Jan Dibbets, de beeldend kunstenaar. Die geeft al een eeuwigheid les aan de Ateliers ’63 in Haarlem en aan de academie van Düsseldorf. Heel enthousiast vertelde hij me over de zienswijzen van zijn leerlingen of over wat je nu eigenlijk wel of niet kunt leren bij het kijken… Ik dacht: waarom zou dat bij het schrijven niet kunnen? Schilders geven les, fotografen, musici, componisten… Ravel had een stuk of twaalf leerlingen, bij de pianist Youri Egorov, bij wie ik dikwijls over de vloer kwam, liepen de Japanse meisjes in en uit.’
Wat kun je jonge schrijvers wél leren?
"Nadenken over het schrijven. Over de manier, de werkwijze, de vorm. Ik vind het nu vreselijk jammer dat ik zelf niet een paar jaar les heb gehad in schrijven. Je bent veel sneller met de essenties bezig. Je ziet ook sneller wat je moet afleren. Het lijkt wel of er een taboe op het leren schrijven rust. Op de School voor de Journalistiek krijgen studenten in van alles les, behalve in schrijven. Dat is toch vreemd?"
Wat deed je besluiten van je lessen een boek te maken?
"Dat heb ik geen moment overwogen. Mijn leerlingen zijn over die lessen gaan rondvertellen. Toen kreeg ik een telefoontje van Tilly Hermans van Augustus of ik ze wilde publiceren. Ik zei: nou, ik heb ze allemaal uitgeschreven, dus lees maar… Die lessen heb ik wel volledig herschreven, om van de praattoon een leestoon te maken. De inhoud is hetzelfde: dit is wat ik mijn leerlingen de afgelopen vier jaar heb verteld. Nou ja, ik kon het niet nalaten er nog een paar mooie verhalen aan toe te voegen."
Je hebt natuurlijk al veel eerder over het schrijven geschreven, in de serie interviews met schrijvers die je onder de titel ‘Schrijven’ in de Haagse Post publiceerde en die in 1980 in boekvorm is verschenen.
"Je krijgt het zuiverste autobiografische interview wanneer je aan een schrijver vraagt hoe hij schrijft, wat zijn werkmethode is. Toen die serie eenmaal op gang was gekomen en bekendheid kreeg, zaten schrijvers op me te wachten. Wanneer ze met de hand schreven, lagen de schriften of de handgeschreven manuscripten klaar; vaak hadden ze ook al aantekeningen gemaakt. Gerrit Krol bijvoorbeeld, die had tal van overwegingen over het schrijven genoteerd. Ik heb door die serie ook vijanden voor het leven gemaakt: schrijvers die ik niet gevraagd had – Louis Ferron bijvoorbeeld. Maar ja, ik moest na twintig interviews stoppen, dat was zo afgesproken met de hoofdredactie."
Je ging van de journalistiek naar de literatuur – een weg die García Márquez ook bewandelde, evenals Carmiggelt en Reve. Hoe lastig is het voor je literaire en stilistische vermogens om journalistiek te hebben bedreven? Of is het juist een voordeel?
"Het is geen regel, maar je hebt journalisten die héél goed schrijven. Niet toevallig zijn van de toenmalige Haagse Post Ischa Meijer, Martin Schouten, Lieve Joris en ik boeken gaan schrijven. Ik ben de meest literaire schrijver geworden – zes romans, drie verhalenbundels. Ischa Meijer zei altijd al dat ik mijn interviews en reportages als korte verhalen opbouwde. Ik was absoluut niet geïnteresseerd in scoops, nieuws of bekentenissen; ik wilde goeie verhalen schrijven."
WZijn uit je leerlingen schrijvers voortgekomen?
"Twee hebben een contract met een uitgever. Voor een derde heeft een uitgever ‘interesse.’ Ik heb ook mijn mislukkingen. Eén van mijn meest getalenteerde cursisten hield er van de ene op de andere week mee op. Ze werd letterlijk ziek van kritiek, wilde alleen complimenten horen. Tja, dan moet je de literatuur mijden. De cursist die het beste schrijft – qua stijl en inhoud – wil niet uitgegeven worden. Ze ziet op tegen de heisa eromheen. Ze schrijft om het schrijven zelf. Eigenlijk is dat de mooiste houding."
Waar ga je je het komend seizoen als docent op toeleggen?
"De mislukking! Het gevaar van die schrijflessen is dat alle cursisten de veilige kant aanhouden. Ik wil dat ze risico’s nemen. Je moet de kans op een mislukking durven nemen. Een mislukking is veel leerzamer dan een succes. ‘Ga eens onderuit’, zal ik op de lessen roepen. ‘Durf te falen.’ Met voorzichtigheid kom je ver in het leven, ver in het reizen ook, maar niet in de literatuur."

