Jan Donkers
Interview met Jan Donkers
Auteur van Reisverhalen schrijven
In de Schrijfbibliotheek van uitgeverij Augustus verscheen eind juni 2008 'Reisverhalen schrijven' van Jan Donkers. Een interview en een fragment uit het boek.
Waar gaat dit boek over? Reisjournalistiek of het type non-fictie dat schrijvers als Paul Theroux, V.S. Naipaul en bij ons Adriaan van Dis, Carolijn Visser en Lieve Joris beoefenen?
"Het gaat over allebei. Ik geloof dat je als reisjournalist heel veel kunt leren van die grote voorbeelden. En dat heb ik ook proberen over te brengen, door aanbevelingen van Van Dis, Visser en vooral Lieve Joris in het boek op te nemen. Want die algemene aanbevelingen die voor het persoonlijke, grotere reisverhaal gelden, gelden in heel ruime mate toch ook wel voor het wat minder prestigieuze maar ook spannende genre van de reisjournalistiek.â
Het lijkt zo aanlokkelijk: reisverhalenschrijver. Lekker op reis en schrijven. Klopt die mythe?
"Ons taalgebied is te klein om meer dan een paar handenvol mensen emplooi te geven in de reisjournalistiek, en die moeten dan ook nog eens de markt van gespecialiseerde en secundaire bladen heel goed bijhouden."
Wat is het geheim van een goed reisverhaal? Of is er geen geheim?
"Er is in elk geval niet één geheim; wat helpt, is een goed idee over het verhaal dat je wilt schrijven voor je op stap gaat; dat je je goed hebt ingelezen; dat je de technieken van het vertellen (dus van het fictie-verhaal en de zogenoemde journalistieke non-fictie) in enigerlei mate onder de knie hebt. Als je dan ook nog eens iets persoonlijks in je vertelling kunt verwoorden dat maakt dat de lezer als het ware âmet je mee wil reizenâ, dan schiet je een heel eind op."
Je zou zeggen dat er niets zo makkelijk is als een reisverhaal schrijven: je gaat op reis en maakt bijzondere dingen mee. Of is dat bedriegelijk?
"Erg bedriegelijk. Je raakt ermee aan de kern van waarom veel reisverhalen zo stomvervelend zijn. Mensen gaan op reis, maken unieke dingen mee, althans dingen die uniek zijn voor henzelf. Omdat ze daar helemaal vol van zijn, denken ze dat de hele wereld er vol van zal zijn als ze het opschrijven. Maar dat is natuurlijk niet zo. We worden, als lezer en kijker, overvoerd met informatie over alle windstreken van de wereld en dat maakt de behoefte aan een unieke visie en een talent om er een verhaal van te maken des te pregnanter."
Wat moeten reisschrijvers-in-de-dop doen om van hun reis een goed verhaal te maken?
"Zorg voor een onbevangen instelling, een leeg maar goed geĂŻnformeerd hoofd, kennis van de geschiedenis en zo mogelijk de taal van het land dat je aandoet. Zorg dat je gebeurtenissen en gesprekken kunt âplaatsenâ. Probeer verder te kijken dan de Rough Guide of Lonely Planet doen."
Je hebt ook radioreportages gemaakt. Wat kunnen we van dat medium leren?
"Wat ik ervan heb geleerd is: op mensen afgaan. Dat is bij radio essentieel omdat je, zonder de stem van de mensen die bij het verhaal betrokken zijn, geen programma hebt. Tweedehands beschrijvingen en gesproken reisbrieven zijn stomvervelend. Dus in plaats van die mooie uitzichten en kleurrijke pleintjes moet je de kracht van het medium ten volle benutten: de mensen aan het woord laten, met al hun emoties en eigenaardigheden. Een huilende moeder werkt op de radio veel sterker dan op papier. Dat geldt ook voor stilte, en voor nog veel meer dingen."
Voor welke reisschrijvers heb je zelf een zwak? Wat heb je van hen geleerd?
"Vooral Ryszard Kapuscinski, Paul Theroux en Jonathan Raban. Kapuscinski omdat hij, in de woorden van Enzensberger, een als reporter vermomde dichter is; Theroux vanwege zijn unieke, doorgaans knorrige visie (geen wonder dat hij ruzie kreeg met Naipaul); en Raban omdat hij zoân geweldige, bijna achteloos-mooie stylist is. Wat ik van alledrie heb geleerd is vooral: de noodzaak om van je belevenissen een verhaal te maken. âLiegâ er desnoods het een en ander bij, maar zonder verhaal heb je eigenlijk niets."
Hoort het reisverhaal bij de literatuur?
"Ik ken alleen maar het verschil tussen goed schrijven en slecht schrijven. Dat klinkt als een dooddoener. Maar ook termen als âliteraire non-fictieâ zijn aan mij niet besteed. Sommige van de allerbeste reisschrijvers (Naipaul, Theroux, Nooteboom) hebben ook veel fictie geschreven en doorgaans is de grens tussen die fictie en hun reisverhalen heel moeilijk te trekken. Ik zou zeggen: maal daar niet om. Probeer vooral ook niet âliteratuurâ te maken. Cultiveer liever een eigen stem en visie."
