Marijke Hilhorst
Interview met Marijke Hilhorst
Auteur van Hoe schrijf je een familiegeschiedenis?
Marijke Hilhorst schreef in 1999 het veelgeprezen autobiografische boek 'De vader, de moeder & de tijd'. In het kielzog daarvan gaf ze vele cursussen en workshops over familiegeschiedenissen schrijven. In juni 2008 verscheen 'Hoe schrijf je een familiegeschiedenis?' bij uitgeverij Augustus.

Je schreef De vader, de moeder & de tijd, over je ouders, het dementieproces en het afscheid van een lang leven. Wat leerde je daarvan?
"Met het schrijven van dat boek ben ik begonnen toen bleek dat mijn moeder, net zestig, aan het dementeren was. Ze had de ziekte van Alzheimer en stierf aan de gevolgen daarvan op 67-jarige leeftijd. Het beschrijven van haar ziekteproces was natuurlijk gruwelijk, omdat de ziekte nu eenmaal gruwelijk is, maar tegelijkertijd maakte ik haar springlevend door over haar jeugd te schrijven, over haar ouders en over de tijd dat ze met mijn vader een groot gezin stichtte. Juist door de onderzoeken, de gesprekken en het schrijven kwamen er ook een heleboel ontroerende, leuke, grappige en markante verhalen boven over mijn ouders. En omdat er een boek was toen ze allebei gestorven waren, bleven ze – bij wijze van spreken – in leven. Want wie herinnerd wordt, leeft voort in de hoofden van anderen."
Waarin verschilt een familiegeschiedenis van een autobiografisch verhaal?
"Om een autobiografie te kunnen schrijven, moet je het een en ander meegemaakt hebben. Je moet inzicht hebben in jezelf, je moet het lef hebben om jezelf bloot te geven en ook je minder sympathieke kanten te durven laten zien. Je moet interessante contacten gehad hebben, invloed hebben kunnen uitoefenen. Familiegeschiedenissen gaan niet zelden over ‘kleine luiden’, over mensen die een vrij ‘gewoon’ leven hebben geleid maar dat ons toch interesseert, omdat het onze familie is."
Wat is er zo boeiend aan dit genre?
"Een familiieverhaal gaat, in zekere zin, ook over jezelf. Tenslotte ben je kind van. Dikwijls leidt alleen het onderzoek al tot meer begrip van het gedrag van mensen, van de beslissingen die ze hebben genomen, van de invloed die een grote gebeurtenis op ze heeft gehad. En je zult zien dat er ook een aantal misverstanden leeft; verhalen die al jaren lang de ronde doen maar niet waar zijn, of niet helemaal waar zijn."
Hoe kun je beginnen? Gewoon schrijven, of moet je altijd eerst uitgebreid research doen?
"Natuurlijk kun je gewoon beginnen. Dat is helemaal niet verkeerd en kan zelfs heel stimulerend zijn. Pak maar een onderwerp bij de kop waarvan je denkt veel te weten en schrijf dat – al is het maar bij wijze van oefening – op. Om je te helpen, geef ik in het boek thema’s die de moeite waard zouden kunnen zijn, en bij elk onderwerp een aantal vragen die je daaraan kunt stellen."
"Zeer waarschijnlijk moet je ook research doen. Dat kan bestaan uit het houden van vraaggesprekken met nog levende familieleden, naar materiaal zoeken in archieven, praten met mensen van een historische kring die je iets zouden kunnen vertellen over de omgeving waar je familie woonde en over je familie zelf.
Stel dat de oorlog een belangrijke rol heeft gespeeld: dan moet je misschien een bezoek brengen aan het Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Of boeken lezen die over die periode gaan. Via internet kun je op zoek gaan naar oud-klasgenoten, in fotoboeken kun je vinden hoe een interieur er in de tijd van je grootouders uitzag en zo is er nog veel meer."
Hoe voorkom je dat je als auteur – en later je lezer – verzuipt in de hoeveelheid materiaal?
"Niet elk verhaal is even boeiend. Door de juiste vragen te stellen, moet je zorgen de juiste – wel interessante – informatie boven tafel te krijgen. Voor details geldt hetzelfde: details kunnen even veelzeggend zijn als overbodig. Zinnig is het om de stukken die je hebt geschreven een tijdje te laten liggen en ze dan nog eens over te lezen. Dan heb je er wat meer afstand van genomen en zul je beter kunnen schrappen."
En wat als je op familiegeheimen stuit – hoe moet je daar mee om gaan?
"Met familiegeheimen moet je zeer prudent omgaan. Ik zeg niet dat je ze nooit mag opschrijven, maar je moet je wel heel goed realiseren wat je doet. Is het onomstotelijk waar? Wie doe je er verdriet mee? Wat kunnen de gevolgen van een onthulling zijn? Heeft het zin de waarheid op te schrijven? In mijn boek besteed ik meer aandacht aan dit heikele onderwerp."

