René Appel
Interview met René Appel
Auteur van Spannende verhalen schrijven
'Spannende verhalen schrijven' van René Appel is een belangrijk deel in de Schrijfbibliotheek - het eerste schrijfboek over hoe spanning ontstaat in verhalen en romans. Louis Stiller interviewde Nederlands bekendste misdaadauteur over het spannende genre en de techniek erachter.

Hoe ben je zelf in het genre van het spannende boek terechtgekomen?
"Puur via toeval. Ik heb Nederlands gestudeerd en ben als het ware opgegroeid in de literatuur, vooral de Nederlandse. Daarnaast las ik in de jaren zeventig net zoals zoveel linkse (pseudo-)intellectuelen de policiers van het Zweedse schrijversduo Sjöwall en Wahlöö. Die werden breed geaccepteerd vanwege hun kritiek op de kwalijke ‘laatkapitalistiese Zweedse konsumptiemaatschappij’. Die serie rond inspecteur Martin Beck was echt een project van tien boeken waarin ze hun maatschappijkritiek via het glijmiddel van een lekkere misdaadroman voor de lezer aanvaardbaar wilden maken. Maar met elk boek in de reeks werd de boodschap sterker en het verhaal zwakker.
Daarover schreef ik een stuk dat ik naar NRC Handelsblad stuurde. Dat wilden ze plaatsen en ze vroegen me meteen of ik hun recensent voor misdaadliteratuur wilde worden. Daar moet ik bij zeggen dat ik al bij enkele mensen bekend was als schrijver van (literaire) korte verhalen in onder meer Maatstaf, Hollands Maandblad en Propria Cures. Als recensent maakte ik toen kennis met de psychologische thrillers van Ruth Rendell en Patricia Highsmith, en toen dacht ik op een gegeven moment: dat soort boeken wil ik ook wel eens proberen te schrijven. Vandaar mijn eerste thriller 'Handicap' uit 1987 en nu dus mijn achttiende, 'Schone handen'."
Welke ‘spannende’ boeken en schrijvers boeien jou zelf het meest?
"Het gaat mij niet om een bepaald type spannende boeken. Niet zo lang geleden heb ik Everyman van Philip Roth gelezen, bepaald geen spannend boek in de traditionele zin van het woord, maar wel heel spannend, ook door de manier waarop Roth het thema – laat ik het maar ‘ouderdom’ noemen – behandelt, omzet in wonderschone literatuur.
Tomorrow van Graham Swift, ook een briljant boek, ontzettend spannend, over een man en een vrouw met een Groot Geheim, dat ze de volgende dag, vandaar de titel, tegenover hun kinderen zullen onthullen. In de misdaadhoek heb ik veel waardering voor bijvoorbeeld Michael Connelly. Verder lees ik niet zoveel crime. De laatste boeken van Ruth Rendell (op misdaadgebied eigenlijk mijn grote favoriet) vond ik verschrikkelijk wijdlopig, en dus helemaal niet meer spannend. Dat is dus nóg een factor die dodelijk is voor spanning: wijdlopigheid, vaak gekoppeld aan een ongelimiteerde beschrijvingswoede, wat de voortgang van een verhaal doet stokken. Als misdaadauteur vind ik overigens mijn Nederlandse collega Charles den Tex ook heel goed."
Kunnen Nederlanders spannende boeken schrijven, of is dat alleen voor Engelsen en Amerikanen weggelegd?
"Nederlanders kunnen het wel degelijk. Op het gebied van de misdaadliteratuur is er volgens mij een ongelooflijk vooroordeel: wat je van ver haalt, is lekkerder. In Nederland worden er tegenwoordig uitstekende thrillers geschreven en ik probeer daar zelf ook mijn steentje aan bij te dragen – sprak hij bescheiden."
Wat is het geheim van spannend schrijven?
"Er is geen geheim, in die zin dat er verschillende technieken of ingrediënten zijn, waar elke schrijver gebruik van kan maken. Maar er blijft een geheim, namelijk de toepassing van die technieken. Ik vind zelf bijvoorbeeld het herhaald gebruik van cliffhangers elke spanning doden, omdat ik dan voortdurend de manipulerende schrijver voor ogen heb. Maar Dan Brown heeft met 'De Da Vinci Code' een wereldwijde bestseller geschreven met zo ongeveer het grootste aantal cliffhangers per honderd bladzijden ooit."
Gaat 'Spanning in verhalen' alleen over het schrijven van thrillers en policiers?
"Het boek gaat over allerlei soorten literatuur. Het is een misvatting te denken dat alleen misdaadromans spannend zouden moeten zijn. Elke vorm van literatuur kan zodanig spanning oproepen dat een lezer zich gemotiveerd voelt steeds maar door te lezen. De technieken en ingrediënten licht ik ook toe met voorbeelden uit een brede waaier van allerlei soorten literatuur, van 'De avonden' tot 'The silence of the lambs', en van Sandor Maraï’s 'Gloed' tot mijn eigen thriller 'Geweten'."
Hoe werkt spanning?
"Belangrijk is dat een lezer wordt gestimuleerd om door te lezen, bijvoorbeeld omdat de schrijver bepaalde suggesties doet die bij de lezer weer bepaalde verwachtingen oproepen. Die lezer moet dan willen nagaan of die verwachtingen kloppen. En dat betekent dus: het boek niet wegleggen, maar verder blijven lezen.
Er is overigens altijd sprake van spanning. Denk aan de boeken die je na vijftig bladzijden doorploeteren uiteindelijk toch weglegt; misschien wel omdat je niet hoeft te weten, niet wílt weten hoe het verder gaat, wat er verder met de personages gebeurt, hoe het afloopt. Misschien omdat de personages niet interessant zijn of de stijl belabberd is. Dat kan allemaal de door een schrijver wél beoogde spanning finaal om zeep helpen."
Hoe kun je de spanning in een verhaal verhogen?
"Dat heeft te maken met het toepassen van de ingrediënten en technieken, wat overigens niet te overdadig moet gebeuren, want dan heeft de intelligente lezer – opnieuw – in de gaten dat hij wordt gemanipuleerd. Die lezer ziet de schrijver dan als het ware aan de touwtjes trekken, en dan werkt het niet meer. De schrijver moet proberen om zich te verplaatsen in het hoofd van de lezer. Wanneer is die nieuwsgierig naar hoe het verder gaat? Hoe kan zijn nieuwsgierigheid worden geprikkeld?"
Gaat dat alleen op voor de plot, of ook voor andere niveaus?
"De spanning kan in een boek overal zitten. Een dialoog kan ook spannend zijn, alsof het een soort duel is waarvan de lezer weet dat het een winnaar op moet leveren. Op zinsniveau denk ik aan zinnen die iets suggereren of slechts een deel van de werkelijkheid geven. Er kan bijvoorbeeld ergens staan: ‘Ze begreep dat ze het beter direct had kunnen zeggen.’ Waar dat ‘het’ naar verwijst, kan volstrekt onduidelijk zijn voor de lezer. Het kan betrekking hebben op iets groots (een geheim dat voor het boek in zijn geheel betekenisvol is), maar ook op iets kleins, dat verder in de intrige geen wezenlijke rol speelt."
Wat voor fouten zie je vaak terugkomen, als het om spanning gaat?
"Eén fout noemde ik hierboven al: dat een schrijver te nadrukkelijk en opzichtig pogingen doet om spanning te creëren. Een andere fout heeft betrekking op de contructie van het verhaal, waarbij men uitgaat van de veronderstelling dat een bepaalde structuur wel spanning op móet leveren. Te denken valt bijvoorbeeld aan een zogenaamde Proloog, met liefst een aantal mysterieuze zaken erin. Een fout, met name in misdaadromans, betreft soms de stijl, die of te oubollig of te gewild, nadrukkelijk literair is – kijk maar, ik ben niet van de straat! Dat soort fouten breekt ook de beoogde spanning in het boek."
Heb je zelf nog iets geleerd, van het schrijven van dit boek?
"Ik ben me nóg beter bewust geworden van de technieken en strategieën waarmee je een boek spannend kunt maken. Let wel: kúnt maken. Overigens realiseer ik me dat lang niet allemaal als ik zelf met een roman bezig ben. Dan gaat het schrijven vooral spontaan, gestuurd door mijn behoefte een verhaal te vertellen. Op basis van mijn ervaring stop ik er dan natuurlijk wel allerlei spanningsverhogende elementen in, hopend dat mijn boek echt ‘unputdownable’ wordt."

