Schrijfkapitaal

Schrijfkapitaal

Hoofdredactioneel uit Schrijven Magazine 4 van 2007

Maar liefst drie reünies moet ik in het najaar bezoeken – teken dat het verleden alleen maar toeneemt naarmate je ouder wordt. Een van die pseudo-herenigingen is van mijn lagere school, die honderd jaar geleden werd opgericht in het Drentse dorp Roden waar ik mijn jeugd doorbracht. Toen ik de formulieren invulde en het bedrag overmaakte, bedacht ik me hoe vreemd het is wat je je na al die jaren van zo’n school weet te herinneren. Niet dat we in een week of drie het lezen onder de knie kregen, wel de dikke knikker die ik in een hoekje legde op de dag dat m’n grootvader overleed – als een soort totem die me beschermde tegen het onbegrijpelijke verdriet. Niet de oneindige hoeveelheid versjes die elke zondagavond in het hoofd gestampt moesten worden, wel de woensdagmiddagen met een natuurminnende leraar in de velden en bossen buiten het dorp. Niet de eerste vermenigvuldigingen en delingen, wel de grote tekening naast het bord waar de juf elke dag een verhaal over voorlas.
Die tekening beeldde een vissersstadje uit en over een aantal details kon uit een boek worden verteld: een ziek meisje in een slaapkamer, een jongen die hoepelde, een vissersboot in de haven. Tenminste, dat denk ik. Want wat er precies op die tekening stond, weet ik nog steeds niet; ik was verregaand bijziend, zo bleek een half jaar later bij de aanvang van het nieuwe schooljaar dat ingeluid werd door een bezoek aan de schoolarts. Natuurlijk! Vandaar dat de wereld zo schimmig was, bedacht ik me, en dat een gericht schot op doel nog wel eens uit koers wilde raken. Bijziendheid is de bakermat van de verbeelding, zo beweer ik sindsdien steevast.

Dit nummer van Schrijven Magazine staat in het teken van scholen. Begin september starten immers de eerste schrijfcursussen, -workshops en -opleidingen, als schrijvers en docenten weer teruggekeerd zijn van hun welverdiende vakanties. Om dit te onderstrepen, staan her en der artikelen over schrijfonderwijs: over poëzielessen, over online-cursussen en over het nut en de functie van cursussen. Stagiaire Juditte Aangeenbrug, beginnend auteur, legde de vraag voor aan diverse workshopleiders en cursisten. Wat opvalt aan de antwoorden is dat ze niet alleen zeer verschillend, raak en waar zijn, maar ook zo zakelijk. Dat kan ook niet anders, want als je op een opleiding zit of een cursus volgt ben je gericht op resultaat: op vooruitgang in je schrijven, je verbeelding, je literaire inzicht. Toch zul je jaren later misschien wel iets heel anders herinneren: de gesprekken naderhand in de kroeg, dat ene personage dat je ter plekke verzon bij een oefening, het schrijfmaatje dat je in de groep vond, het licht dat in het lokaal viel na die donderbui.
Die secundaire dingen zijn tevens dé grootste remedie tegen al die oppervlakkige zuurkijkers die het schrijfonderwijs maar niets vinden (zie de brief over workshopproza op pag. 37): scholing is niet alleen goed voor je schrijfkapitaal, maar ook voor je verbeelding, je taalvermogen, je kritische leescapaciteit en zelfs je sociale finesse. Wie schrijfcursussen alleen afrekent op netto literair resultaat is net zo bijziend als ik in de derde klas van de Chr. Nat. School de Haven in 1967.

- Louis Stiller