Afbeelding

Jowi Schmitz is schrijfarts en is als docent verbonden aan de Schrijversacademie.

De Schrijfarts en het brandend hart

Jowi Schmitz is schrijfarts en is als docent verbonden aan de Schrijversacademie‘Annie, laat die Schrijfarts nu ook even iets zeggen.’ Ze zitten naast elkaar, schrijfster Annie en haar vroegere buurjongen Charles. Annie vertelt vol vuur over hun onderwerp: een buurt waar ze beiden wonen die verwoest dreigt te worden. Ze wilden eigenlijk voor de bulldozers gaan liggen, maar hun oude botten protesteerden. Nu gebruiken ze hun pen om het verleden te beschermen, gebundelde herinneringen.
‘Hier, mijn vader voor ons vroegere huis.’ Annie toont een zwart-wit foto van een man voor een statig pand. ’Ze zijn er allebei niet meer.’
‘Annie,’ onderbreekt Charles haar opnieuw, ‘wat wilde je de Schrijfarts nou vragen?’
Annie aarzelt voor het eerst. Ik vouw mijn handen in elkaar en wacht af. Dan neemt Charles het over. Hij vertelt dat er heel veel tekst is, maar dat er geen oevers zijn. Welke vorm moeten ze kiezen? Een boek? Een serie artikelen? Memoires?
Ze hebben een goed punt. Zeker bij een verhaal dat je openbaar wilt maken is het goed om niet alleen over de vorm, maar ook over je publiek na te denken. Weten de toekomstige lezers iets over de achtergrond van het verhaal? Zijn het volwassenen? Kinderen? Ambtenaren?
We komen uit bij de buurtkrant, waar al eerder interesse is getoond voor de verhalen van Annie. ‘Mail ze,’ stel ik voor. ‘Geef een overzicht van je plannen, biedt ze een serie herinneringen aan. En uiteindelijk, wie weet, kan zo’n serie ook tot een boek leiden.’
‘Als het maar ergens te lezen is,’ zegt Annie. Charles knikt instemmend.

De volgende ‘schrijfpatiënt’ zit al klaar. Roos kan het, schrijven, ik heb van tevoren wat teksten van haar gezien. Haar zinnen glijden als olieworstelaars over het papier, maar waarom er geworsteld wordt is niet duidelijk. Roos mist focus. ‘Wat er brandt er van binnen?’ vraag ik.
Ze maakt een grap over maagtabletjes en begint over broodschrijven te praten. Heel afstandelijk. ‘Ik kan dat nou eenmaal, schrijven, dus ik doe het.’
Ik geloof haar niet. Ze zou niet naar een schrijfarts komen als ze alleen erkenning wil voor het feit dat ze het kan. Ik daag haar uit. Misschien is ze bang, misschien heeft ze niet diep genoeg gegraven. Schrijven is doorvragen, ook als het antwoord onprettig zou kunnen zijn. ‘Schrijf tot de grens,’ zeg ik, ‘als je hem tegenkomt, ga er overheen. Het mag. Je mag schrijven.’
Roos is een stuk stiller als ze vertrekt. Ze zegt dat ze een bad gaat nemen en erover na zal denken. Dat doet mijn oude schrijfartshart goed. Een bad helpt bij alles.

Merel staat inmiddels al te trappelen. Ze heeft last van honderd meelezers bij ieder woord dat ze schrijft. Niet echt natuurlijk, maar in haar hoofd.
‘Schrijf eens twee pagina’s achter elkaar door,’ zeg ik. ‘Niet je hand van het papier halen.’ Ze kijkt me geschrokken aan, dat lijkt haar vreselijk. Marteling zelfs. Ik denk even na. Methodes zijn net jassen: ook al staan ze goed, ze moeten wel lekker zitten. Merel begint pas te glimmen als ik voorstel dat ze tijdens het schrijven haar lievelingsmuziek op zet. Ze heeft altijd gedacht dat het in stilte moet, zegt ze. Schrijven is immers een ernstige zaak.

Als het consult over is, check ik mijn mailbox. Een mailtje van Roos. Ze is er – nog voor ze het bad raakte – al helemaal blij van geworden.

Jowi Schmitz is de Schrijfarts - zij is als docent verbonden aan de Schrijversacademie.

Techniek