Start » Oefening » Zo schrijf je in 6 dagen een roman

Zo schrijf je in 6 dagen een roman

Het opperwezen schiep ooit de wereld in zes dagen. En Anton Koolhaas schreef zijn romans tussen kerst en oud en nieuw. Waarom zouden wij dat niet kunnen? Met deze oefeningen schrijf ook jij in 6 dagen een roman.

Deel 1: Man, vrouw, probleem

Natuurlijk is het een gotspe. Natuurlijk is het onmogelijk. Maar waar een wil is, is een weg. Ook een roman kan in een week geschreven worden. Vraag het aan Anton Koolhaas, beroemd om zijn dierenverhalen en –romans als ‘Weg met de vlinders’ en ‘De geluiden van de eerste dag’. "Als je schrijft, vind ik, moet je de hele dag schrijven", zei hij tegen Jan Brokken in het boek ‘Schrijven’. "Meestal begon ik op 27 december, en op 5 januari was het boek af. Soms ging het sneller. ‘De nagel achter het behang’ heb ik in zeven dagen geschreven." Zie het als een uitdaging, zei mijn chef vroeger als hij weer ‘ns een onmogelijke opdracht gaf. Zo is het met de oefeningen van deze week ook. Een roman in zes dagen schrijven is onmogelijk. En daarom zo uitdagend. Aan de slag, geen tijd te verliezen.

Oefening:

Een man en een vrouw. Een liefdesgeschiedenis. Ze willen elkaar, maar iets belemmert hen. Wat houdt hen tegen? Bij Romeo en Julia waren het de twee rivaliserende families, bij de twee koningskinderen was het de diepe rivier. Verzin nu zélf een eigen belemmering: wat kan échte liefde verschrikkelijk tegenhouden? Werk nu het geheel uit: de hoofdkarakters en wat hen drijft, de bijfiguren, het globale verhaal.


Deel 2: De grote lijn, de hele grote

Romans bestaan in hun huidige vorm nu zo’n driehonderd jaar. Na de eerste pogingen van Cervantes (Don Quichotte), Daniel Defoe (Robinson Crusoë), en J.K. Richardson (Pamela) waren het de grote russen in de negentiende eeuw die de vorm verder verfijnden. Inmiddels weten we ongeveer wel wat we van een roman mogen verwachten. Dat maakt het voor schrijvers enerzijds makkelijk – het is een formule geworden – aan de andere kant is het moeilijk met iets origineels te komen. Grote vraag daarbij is natuurlijk waarom we origineel moeten zijn. Waar komt die malle eis vandaan? En schuilt originaliteit niet veel meer in de details, in de stijl, in die ene kleine draai die je aan je plot weet te geven?

Oefening:

Het allerbelangrijkste bij het schrijven van je roman is wéten waar het allemaal naar toegaat. Je hebt je conflict (een liefde die wordt belemmerd), maar hoe loopt het af? Alles hangt van de afloop af. Daar komt alles te zamen, door knoop je al je verhaallijnen aan elkaar, daar vindt bij de lezer een emotionele omslag plaats. Je hebt nu een begin en een eind, het enige wat nog ontbreekt zijn twee versnellingspunten: eentje op 1/4 van het verhaal en eentje op 3/4. Vanaf het eerste versnellingspunt start het conflict, gebeurt er iets waardoor het verhaal zich versnelt en verhevigt. Het tweede versnellingspunt, op 3/4, doet ons afdenderen op de ontknoping. Bedenk goed welke gebeurtenissen dit zouden kunnen zijn. Maak nu een schema van je hele roman, met een beginsetting, je karakters, het conflict, een eerste versnellingspunt, een uitwerking van het middendeel, een tweede versnellingspunt en een afloop. Werk het geheel uit in een verhaallijn.


Deel 3: Ensceneren maar

Een van de grootste problemen van beginnende schrijvers is dat ze geen verhaal of roman schrijven, maar een samenvatting. Ze werken het verhaal van a tot z uit, alsof het een doorlopend verhaal is waarin alles moet worden verteld. De beste romans doen dat niet, die werken van scène naar scène, duwen je als lezer in een bepaalde richting, zonder dat je door hebt waarom dat is. Ensceneren is een van de belangrijkste vaardigheden die je moet ontwikkelen als verhalen- en romanschrijver. Zie elke afgeronde episode in je verhaal (voorbeeld: introductie van de hoofdpersonen, conflict, vlucht) als een aparte scène. Probeer te denken als een film- of toneelregisseur: waar zit de beste scène in, hoe komt deze episode het beste uit de ver. Alles is geoorloofd: het is jouw verhaal.

Oefening:

Ga terug naar je schema dat je in oefening twee maakte. Probeer nu je schema om te zetten in scènes. Op welke manier komt je verhaal, je conflict, je idee telkens het beste tot uiting? Denk alsof je een film maakt, wees zuinig op je woorden, probeer zoveel mogelijk te ensceneren. Waarom uitgebreid vertellen hoe iemand van A naar B reist als je ‘m ook aan het begin van de scène kunt laten uitstappen? Was die reis écht zo belangrijk. Waarom dat lange gesprek met die moeder: als je wilt duidelijk maken dat de moeder haar zoon niet langer zal steunen, kun je haar ook zijn toelage laten stoppen, of tijdens een diner hem volledig links laten liggen. Zoek van elk verhaallijntje, elke episode de essentiële gebeurtenis of emotie die je uit wilt drukken en zet deze om in een scène. Als het goed is heb je op het eind 40-80 scènes die samen je roman zullen vormen.


Deel 4: Schrijven, hoppa

Nog een groot probleem bij veel beginnende schrijvers: ze willen teveel in hun verhaal of roman stoppen. De hele wereld moet erin. Terwijl het lezers helemaal niet gaat om de kwantiteit, maar om de kwaliteit. Ze willen verleid worden, meegezogen, overweldigd. Probeer je daarom vooral in het begin te concentreren op je hoofdverhaal. Haal eruit wat erin zit. Werk met herhalingen, vertragingen, versnellingen, omtrekkende bewegingen, maar houd je hoofdverhaal te allen tijde in de gaten. Waar gaat ‘De avonden’ van Gerard Reve over? Over verveling, over de zinloosheid van het bestaan, die langzaam, in tien avonden over je heen wordt gedrapeerd. Altijd hetzelfde, maar telkens nét iets meer. Op het laatst is ontsnappen niet meer mogelijk.

Oefening:

Conflict, verhaallijn, begin, einde, scènes: nu kunnen we gaan schrijven. Nog drie dagen en onze roman is klaar. Hang je verhaallijn en je scène-overzicht vlakbij en leg een aantal vellen papier neer, waarop je je ideëen over je karakters en de omgeving kunt neerzetten. Begin met een scène die goed in je hoofd zit, die je zó voor je ziet. Nu komt het er op aan. Je moet nog een aantal keuzes maken: vanuit wiens perspectief schrijf je: vanuit een van de hoofdpersonen of vanuit een min of meer neutrale verteller? Doe je het eerste, dan leeft je lezer mee met deze hoofdpersoon. Een neutrale verteller is handiger als het je vooral om de plot, het verhaal gaat. Werk je scène uit, leg ‘m een paar uur weg, lees ‘m en bepaal of je op de goede weg bent. Let niet op tik- en spelfouten (de details), maar vooral op of je opzet werkt. Wat betekent dit voor de rest van je roman. Maak keuzes: welk perspectief, welke toon, welke aanpak. Schrijf verder aan de rest van je scènes.


Deel 5: Wat mist, vriend?

Is schrijven een vak of een gave? Een werkwoord, zou ik zeggen. Schrijven is werken. Op papier, aan de tekstverwerker, in je hoofd. Concentratie, werklust en uithoudingsvermogen zijn dus van even groot belang als talent (wat dat ook moge zijn), schrijfvermogen en -vaardigheden. Heb je eenmaal het goede idee, zit je op het goede spoor, ben je tevreden met je setting, je verhaalidee, je karakters, je perspectief, werk dan zoveel mogelijk aan een stuk door. Hoe meer je werkt, hoe beter je je verhaal zult begrijpen. Je hoofd vult zich met je verhaal, ziet de mogelijkheden en valkuilen. Onderbreek je schrijven voor niets of niemand.

Oefening:

Dag vijf. Je bent nu een heel eind op weg, als het goed is. Verhaallijn rond, scènes bepaald, perspectief, toon, een aantal scènes uitgeschreven. Probeer nu een afgerond geheel te maken – van het begin, midden of het eind. Lees deze in z’n geheel en maak aantekeningen – wat klopt, wat werkt, wat ontbreekt. Heeft dit consequenties voor de rest? Moet je verhaallijn tóch nog aangepast? Kloppen je vooronderstellingen: komen je karakters voldoende uit de bus, valt er genoeg te raden, is er een ontwikkeling te zien? Wat mist? Een karakter, een flinke tegenstander, een derde laag? Nu kan het nog, want je hebt nog twee dagen om je roman af te maken.


Deel 6: De laatste dag

Natuurlijk is het de goden verzoeken om een roman in zes dagen te willen schrijven. Verzoek ze dan maar eens. Snelkookpanschrijven is vaak een uitweg voor de aarzelende, overkritische schrijver. En voor moderne druk-druk-druk-types die zo graag willen, maar nooit kunnen. Neem een weekje vrij, huur een huisje aan zee en schrijf. Net als Anton Koolhaas, ooit.

Oefening:

De laatste dag. Tijd om het geheel af te maken. Lees nu het geheel van voor naar achteren, met het potlood in de hand. Let niet op stijl- en tikfouten, die zijn voor de eindredacteur of een kommacopuleerder uit de buurt. Let nu vooral op de taal – is het sterk genoeg, kan het korter, kan het scherper, staan er niet teveel cliché’s? Kijk ook goed naar de continuïteit: kloppen de namen overal, de oog- en haarkleur, kan zo’n lang iemand (hoofdstuk 2) wel in een vloeiende beweging in zo’n Deux Chevaux stappen (hoofdstuk 8). Noteer je uitgangspunten op een apart vel en controleer het geheel. Wik, weeg, streep, schrap, schrijf en maak je roman af. Zes dagen, het is kort, maar waar een wil is, is een weg.


Meer schrijfoefeningen...

Heb je een tip voor een onderwerp van een schrijfoefening? Stuur dan een mailtje hier.

Like Schrijven Online op Facebook!

Like Schrijven Online op Facebook!

Vind ik leuk!

Intensieve online cursussen. Goed én betaalbaar!

Meer informatie
Moleskine cadeau? Neem nu een abonnement op Schrijven Magazine!

Gratis Moleskine opschrijfboekje bij een abonnement op Schrijven Magazine!

Bestel nu!
Schrijven Magazine SUPERAANBIEDING

Korting én 3 cadeaus!

Word nu abonnee!