Start » Proeflezen » [Fantasy] Geheugenverlies - deel 1

[Fantasy] Geheugenverlies - deel 1

Door: E. R. Grinwald
Op: 27 augustus 2017

Na veel oefenen op andere stukken ben ik dan eindelijk begonnen met het verbeteren van het begin van mijn schrijfreis. Sommigen kunnen zich het fragment nog herinneren, anderen zullen dit stuk als iets compleet nieuws lezen.
In de eerste versie begon het op een klassieke manier: een jongen wordt wakker met geheugenverlies ergens in het onbekende. Dit keer heb ik het wat anders aangepakt en het verhaal al een paar dagen na het besef dat hij geheugenverlies heeft laten afspelen. Hopelijk is het nu dus niet een afgezaagd begin en zijn jullie geïnteresseerd in de rest van het allereerste hoofdstuk.
Ik laat alleen dit gedeelte van het hoofdstuk zien (het begin van het gehele boek), omdat dit ook zal zijn wat mensen zullen lezen voordat ze het boek uit kopen of uit de boekenkast pakken.
Nu ik mijn technieken heb bijgespijkerd hoop ik dat ik erop vooruit ben gegaan, en daarom wil ik dus het volgende van jullie weten:

Is de manier van schrijven prettig en duidelijk?

Is het een afgezaagd begin van een boek, of heeft het een originele invalshoek?

Gaat het te snel of is het tempo goed (zitten de gebeurtenissen te dicht op elkaar)?
Moet ik dus uitgebreider schrijven of doe ik dat juist te veel?

Is de omgeving en alles wat Kay doet realistisch?

Is het goed beeldend (kan je het voor je zien, reuken, voelen)?

Wordt er genoeg over de omgeving en over zijn gedachten verteld?

Ben je geprikkeld om verder te lezen?

Oftewel, wat moet er anders en wat kan er beter?

Andere feedback als grammatica of interpretatie van het stuk is natuurlijk ook welkom!

Fragment: 

‘Magie kan meerdere betekenissen hebben, Kay. Onthoud dat goed.’
Een man met naar achter gestreken haar houdt een ketting voor zich boven het haardvuur.
‘Aanschouw de kracht van Ythriĕl.’
De ketting gloeit oranje en begint te trillen, hoewel er geen wind is in het huis. Alsof het zou ontploffen van woede. De man krijst en trekt zijn hand terug.
Kay kan nog net zien hoe er op de hanger in het zwart een soort boom is gegraveerd. De ketting verdwijnt in de dansende vlammen en het vuur laait op tot het plafond. De kracht die vrijkomt werpt ze naar achteren. Kay valt met zijn achterhoofd tegen de muur en de man valt op de hardhouten vloer.
De man lacht en lijkt op te leven van de brand die is ontstaan. ‘De kracht komt tot leven! Aanschouw de macht van de steen.’
Kay kruipt naar de deur en draait de klink. Zonder omkijken rent hij naar buiten. Een lichte nevel hangt boven het drassige grasland. Zijn schoenen zompen in de modder en zijn benen worden zwaar.
Hij struikelt en valt met zijn gezicht in een plas regenwater. Er trekt iets aan zijn benen. Hij kijkt om en ziet hoe de deur van het landhuis naar de haard wordt getrokken. De scharnieren piepen en kraken en de muur laat splinters los. Alles wordt opgezogen naar het haardvuur. Ook het geluid wordt opgeslokt. Voor een moment is het doodstil. De wind houdt zijn adem in en de bosdieren houden zich afzijdig. Een oorverdovende knal verbreekt de stilte en stukken hout en meubels vliegen door de lucht.
Kay probeert op te staan, maar de wind drukt hem weer op de grond. Zijn oren piepen en zijn knie zit onder het bloed. Er steekt een venijnig grote splinter in zijn kuit. Hij schreeuwt het uit van de pijn.
Hij maakt een prop van zijn t-shirt en bijt erin met zijn tanden. Hij doet zijn ogen dicht en trekt met een ruk de splinter met de grootte van een speerpunt uit zijn been. Zijn geschreeuw wordt gedempt door de prop. Het brandt. Het brandt zo erg, is het enige waar hij aan kan denken. Het voelt alsof hij allang verbrandt is, ook al ziet de lucht grauw en pakken onweerswolken samen.
Het huis brandt hevig en steekt rood af tegen de grijze hemel. Ergens daarboven kijken ze toe. Ergens lachen ze hem dubbel en dwars uit. Maken hun ogen tot spleetjes en schuiven monturen terug op hun plaats. ‘Moet je hem daar zien stuntelen.’
Er dreigt geen gevaar meer, dat zullen ze denken.

Kay hapt naar adem en komt omhoog. Bijna stoot hij zijn hoofd tegen de coleman-lamp die boven zijn hoofd aan een haakje bungelt. Wat was dat voor droom? Zo’n heftige heeft hij nog nooit gehad.
Met zijn handpalm veegt hij het zweet van zijn voorhoofd en ritst zijn queshua-tent open. Hij wrijft het slaapzand uit zijn ogen en kruipt eruit. Zijn broek schuurt over het groene mos en dennenaalden.
Het donkere bos zucht in de wind. De snuift de frisse dennengeur in en wrijft in zijn handen. In de verte huilt een wolf. Die roedel volgt hem nu al een paar dagen. Tot nu toe heeft hij er nog geen last van gehad, behalve dat ze hem af en toe ‘s nachts wakker janken. Ze komen dichterbij en Kay vraagt zich af hoe lang het nog is naar het dichtstbijzijnde dorp.
De wind voert het as mee uit de cirkel van stenen waar hij gisteren een vuur heeft gemaakt. Hij kijkt het kamp rond. Het is stil. Een vogel landt elegant op een tak en kijkt hem nieuwsgierig aan.
‘Mogge, vogeltje.’
Hij strijkt met zijn vingers door zijn haren en kucht. Het wordt een koude dag, merkt hij op. Terug in zijn tentje haalt hij een dikke jas en een skibroek uit zijn backpack-rugzak. Hij steekt zijn armen door de mouwen en vervangt zijn eerste broek door de skibroek.
Als hij zijn schoenen eindelijk door de pijpen heeft weten te krijgen, nestelt hij zich weer in het mos en pakt een ijzeren kistje uit zijn rugzak.

Reacties

janpmeijers
Laatst aanwezig: 41 min 50 sec geleden
Sinds: 8 Mrt 2013
Berichten: 5242

E.R. Grinwald,

welkom hier,

'Is de manier van schrijven prettig en duidelijk?'
het is te duidelijk en daarom vind ik het niet prettig lezen.
'Wordt er goed omschreven dat hij geheugenverlies heeft?'
Toch zeker vijf keer, laat de lezer het zelf ontdekken.
'Gaat het te snel of is het tempo goed (zitten de gebeurtenissen te dicht op elkaar)?'
Het gaat heel traag, maak het compact en breng structuur aan: Kay / de tent / de omgeving / zijn verwarring - probeer die te laten zien zonder uitleg.
'Moet ik dus uitgebreider schrijven of doe ik dat juist te veel?'
Naar mijn smaak te veel. Als voorbeeld deze:

Citaat:

Een schilderachtig landschap is te zien door de opening van zijn tentje.

Mogelijk heb jij daarbij iets voor ogen, de lezer moet het doen met een lege mededeling.
'Is de omgeving en alles wat Kay doet realistisch?'
Dat wel.
'Wordt er genoeg over de omgeving en over zijn gedachten verteld?'
te veel, doseer het. Zie ook de tip van vandaag over details.
http://www.schrijvenonline.org/nieuws/de-gereedsch...
'Ben je geprikkeld om verder te lezen?'
niet in deze stijl
'Oftewel, wat moet er anders en wat kan er beter?'
Er moet niets. Probeer de lezer zelf te laten ontdekken wat er aan de hand is.

succces.

Annette Rijsdam
Laatst aanwezig: 1 week 4 dagen geleden
Sinds: 26 Jan 2017
Berichten: 468

Hoi E.R.

-Is de manier van schrijven prettig en duidelijk?
-Wordt er goed omschreven dat hij geheugenverlies heeft?
-Gaat het te snel of is het tempo goed (zitten de gebeurtenissen te dicht op elkaar)?
-Moet ik dus uitgebreider schrijven of doe ik dat juist te veel?
-is de omgeving en alles wat Kay doet realistisch?
-Wordt er genoeg over de omgeving en over zijn gedachten verteld?
-Ben je geprikkeld om verder te lezen?
-Oftewel, wat moet er anders en wat kan er beter?

Het lijkt alsof je manier van schrijven zoekende is. Waar wil je heen? Het is duidelijk geschreven en daardoor ook prettig te lezen, maar als verhaal wel lastig te volgen.

Je geeft een vergelijking 'Een schilderachtig landschap' en vervolgens prop je dat vol met bomen die voorbij fluisteren en schuiven (ik weet het, je bedoelt de wind, maar het leest anders). Dan ga je verder met omschrijven (waarom dan de vergelijking in het begin?).
Je omschrijft uitgebreid de tent, wat er in ligt, hoe het eruit ziet. Kay staat op, doet de tent open (die was toch al open?).
De dag begint eindelijk op een normale manier en dan gebeurt er iets geks.
Ineens realiseert hij zich dat hij het niet meer weet en de tent is een hut geworden...

Waarom begin je niet gelijk met waar het om gaat? Het geheugenverlies? Een jongen die verbouwereerd uit zijn tent stapt en geen idee heeft waar hij is. Gewoon gelijk in de eerste paar zinnen.
Nu lezen we eerst een realistisch en gestructureerd persoon die aan het kamperen is, om halverwege ineens omgegooid te worden in dat beeld.

Je omschrijft niet dat het personage geheugenverlies heeft, maar je noemt het recht voor zijn raap. Misschien zoals in #1 ook al wordt geschreven, is het een idee om de lezer mee te laten ontdekken.

Misschien vertel je wel een beetje teveel van de omgeving en zijn gedachte. Probeer omschrijvingen en gedachtes die er eigenlijk niet toe doen (en dus verwarrend kunnen zijn) te filteren. Waar gaat het om? Welk gevoel wil je de lezer mee geven? En laat dat zien.

Succes!

bestaat de perfecte tekst?
blog over schrijven: www.sopendekool.nl

E. R. Grinwald
Laatst aanwezig: 1 dag 14 uren geleden
Sinds: 7 Jul 2017
Berichten: 44

Een tijd geleden, maar ik hoop dat jullie weer bereid zijn om dit fragment af te kraken om het perfect te maken!

Writing is turning your imagination into real life.

Diana Silver
Laatst aanwezig: 4 uren 18 min geleden
Sinds: 8 Nov 2010
Berichten: 4510

Ik vind dit een heel erg cool stuk. Er gebeurt een hoop, er hangt van alles interessants in de lucht, en het is zeker heel beeldend geschreven.

Er zijn drie punten waar ik een beetje mee in zat, ik hoop dat je hier wat aan hebt:

Ik vond de opening voor het haardvuur wat lang; voor een openingsbeeld althans. De eerste zinnen van een verhaal spelen zich altijd in extra scherpe focus af, omdat een lezer op zoek is naar het beeld. Elk nieuw woord is een nieuwe hint. Elk woord is extra belangrijk (in vergelijking met de rest van het verhaal, waar de lezer al weet wat voor verhaal het is en wie de personages zijn).
In die eerste regels lees ik nu nog dingen die me niet echt aangrijpen. Ik zou graag een nog meer gecondenseerde scène lezen.
Bijvoorbeeld "Magie kan meerdere betekenissen hebben, Kay. Onthoud dat goed. Aanschouw de kracht van Ythiêl. De kracht komt tot leven! Aaanschouw de macht van de steen." Is wat de man bij het haardvuur allemaal zegt. Je zou het kunnen beperken tot één uitspraak, hoogstens twee. Je kunt ook nog heel kritisch kijken naar bepaalde toevoegingen daar (bijvoorbeeld: hoewel er geen wind is in het huis en Alsof het zou ontploffen van woede).

Mijn tweede punt gaat over de schrijfstijl. Je tekst vervalt op een gegeven moment een beetje in een riedel van korte mededelingen. Bijvoorbeeld in een alinea zoals deze: "Kay probeert op te staan, maar de wind drukt hem weer op de grond. Zijn oren piepen en zijn knie zit onder het bloed. Er steekt een venijnig grote splinter in zijn kuit. Hij schreeuwt het uit van de pijn." - Maar ook op andere plekken. Iets meer variatie in zinsopbouw zou het geheel wat natuurlijker laten klinken, voor mij althans.

Tot slot, een stukje beeldvorming: Je zet in het tweede deel een heel herkenbaar hedendaags beeld neer, dat in supermooi contrast staat met het fantasy-achtige eerste stuk. Maar dan die wolven. Een roedel wolven voelt voor mij weer heel fantsatisch. Dat verwatert het contrast.
Nu zeg ik het trouwens niet goed: ik heb niks tegen het feit dat er wolven zijn, die leven nu eenmaal ook heden ten dagen in ik-weet-niet-waar ter wereld Kay zich bevindt. Maar ik zou ze iets beter, iets zorgvuldiger inleiden. Kijk met hoeveel goed gekozen, sprekende details je zijn kamp neerzet (quechua, skibroek, dennenaalden...). En die wolven, die zet je daarentegen neer met het stokoude cliché 'in de verte huilt een wolf'. Dat maakt ze onrealistischer dan het kampement.

PS: Als ik het goed heb, heb je je oude tekst hierboven vervangen door de nieuwere versie, klopt dat? Eigenlijk is het de bedoeling dat je de eerste tekst altijd laat staan, en de niewue versie in een reactie eronder zet. Je zou het bijvoorbeeld nog in #3 kunnen zetten nu. De bedoeling is dat de thread voor later inhakende lezers ook nog te volgen is. Nu slaan de eerdere reacties #1 en #2 nergens meer op, zie je?

Een poging tot negenvoudige sublimatie.

Diana Silver
Laatst aanwezig: 4 uren 18 min geleden
Sinds: 8 Nov 2010
Berichten: 4510

PPS: Ik vind het intens intrigerend dat hij in zijn droom denkt: "Ergens daarboven kijken ze toe. Ergens lachen ze hem dubbel en dwars uit." Het geeft me het gevoel dat wat Kay daar meemaakt iemands echte belevingswereld is, zelfs al vertel je me dat het een droom is.

PPPS... Begrijp ik nu goed uit je inleiding, dat Kay een paar dagen geleden zijn geheugen verloren is? Is "zo’n heftige droom heeft hij nog nooit gehad" dan betekenisvol, als zijn herinnering maar een paar dagen terug gaat?

Een poging tot negenvoudige sublimatie.

wilfredbreda
Laatst aanwezig: 2 dagen 18 uren geleden
Sinds: 25 Jul 2010
Berichten: 61

Hai E.R.

Als het vuur brand in de haard vraag ik mij af hoe het tegen het plafond aan kan komen als er ook geen wind is. Kay valt met zijn achterhoofd tegen de muur,ik neem aan een stenen muur. En vervolgens laat de muur splinters los. Zijn dat houtsplinters of stenen splinters van de muur? Misschien is dan beter"de muur brokkelde af in scherpe stukken die door de lucht vlogen " . Vier zinnen achter elkaar het woord "brandt " is ook iets teveel van het goede. Met de schoenen snap ik ook niet helemaal. Waren bij de eerste broek de schoenen geen probleem? Je hebt ook skibroeken met ritsen,juist om dat probleem te ondervangen. En hoe komt zijn knie onder het bloed?

Het lijkt een beetje miere neukerig allemaal maar een kritische lezer zal toch zijn vraagtekens zetten. Misschien kan je hier iets mee. Succes verder met je verhaal.
.

E. R. Grinwald
Laatst aanwezig: 1 dag 14 uren geleden
Sinds: 7 Jul 2017
Berichten: 44

Bedankt voor jullie reacties!

Ik zal ze even allemaal langslopen:
Diana, met het eerste punt ben ik het zeker eens. Ik dacht dat de spanning er al in zat, maar ik heb over het hoofd gezien dat er sommige dingen zijn die dat deels onderuit halen.

Het derde punt ben ik het ook mee eens, maar ik laat het toch zo. Huilende wolven zijn afgezaagd, en ik had dit ook zeker niet vermeld als het een stille hint is naar iets verderop in het hoofdstuk. Hij wordt namelijk geconfronteerd met een wolf die hem aanvalt, en ik heb ooit de tip gekregen om dat in te leiden met huilende wolven, omdat het eenmaal niet logisch is dat er opeens een wolf voor je neus staat. Dit is dus om dat gevecht wat realistischer uit de hoek te laten komen. Wat ik toevallig weet als feit, is dat wolven je nooit zo lang zullen achtervolgen. Als ze dichtbij je zijn, tuurlijk, je moet oppassen, maar ze zullen niet een mens volgen door gebergtes en rivieren. De verklaring dat dit toch gebeurt, is dat de wolven niet zomaar wilde dieren zijn... Ik zal het verder niet verklappen, maar vandaar dus dat er een huilende wolf voorkomt.

Het vierde punt snap ik, en dat is ook zeker door mijn hoofd geschoten. Hij is pas een paar dagen geleden ontwaakt met geheugenverlies, maar gelukkig weet de lezer dit niet, want in mijn boek zal dit uiteraard pas later vermeld worden. Het zal dus niet storend worden, maar om dit voor de proeflezers ook op te lossen: Sinds hij wakker is geworden met geheugenverlies leidt hij aan erge nachtmerries die hij niet kan verklaren. Het zijn er inderdaad maar een paar, maar degene hier was dus de heftigste, zoals staat vermeld.
Ik zal dit nog wat aanpassen zodat het beter klopt in het verhaal.

Ik wist niet dat je voor een verbetering een nieuw stuk aan moest maken. Ik zal dit in het vervolg doen, en voor de nieuwsgierigaards zal ik hieronder het oude, slechte, originele fragment sturen.

Wilfred, bedankt voor je reactie.
Dat je miere neukerig reageert vind ik totaal niet erg. De proeflezers zijn er immers om de schrijvers onderuit te halen met alles wat ze weten, want een uitgever zal dit ook zijn. Ik wil juist dat jullie je best doen om fouten te ontdekken, want ik ben er zo eentje die ze een 'perfectionist' noemen. Ik wil mijn boek niet tekort doen, dus fijn dat je zo kritisch bent!
Die kleine details die jij ziet, heb ik over het hoofd gezien en ik pas ze direct aan.

Writing is turning your imagination into real life.

E. R. Grinwald
Laatst aanwezig: 1 dag 14 uren geleden
Sinds: 7 Jul 2017
Berichten: 44

Hier het originele stuk. Volgens mij is dit wat ik heb gepost. Kan zijn dat eerst korter of langer was, maar dit voldoet denk ik prima

Kay opent zijn ogen en knippert twee keer om goed wakker te worden. Hij wrijft het slaapzand uit zijn ogen en kijkt om zich heen. Een donker landschap is te zien door de opening van zijn tentje. Alles is volgepropt met bomen, die de wind fluisterend en suizend voorbij laten gaan. De grond is bedekt met zacht mos, waar hij zojuist op heeft liggen slapen, want een matras bezit hij niet. In zijn tentje liggen wat kleren en een rugzak. Zijn tentje is groen en ovaal: Waarschijnlijk zo’n makkelijk opzetbare quechua-tent. Hij doet zijn kleren aan, wat wel wat lastig gaat door de beperkte ruimte. Als hij zijn voeten eindelijk door de broekspijpen van zijn dikke skibroek heeft gekregen, is hij klaar om deze mooie dag tegemoet te komen.
Hij ritst zijn tentje open en kruipt eruit. Het tentje ligt verscholen onder een grote den. De sterke dennengeur van het bos dringt door tot diep in zijn neus. De vogels fluiten om hem heen vanuit het diepe bos. Het bos is groen gekleurd door alle naalden die als gemene punten hangen aan de bomen. Kay rekt zich eerst goed uit en bedenkt zich dan wat hij zal gaan doen vandaag.
Dat blijkt lastiger dan gedacht, want hij is kwijt wat hij hier doet. Allemaal vragen worden op zijn geheugen afgevuurd, maar die blijkt de antwoorden niet te weten. Kay kijkt angstig en verward om zich heen.
“Waarom ben ik hier? Hoe lang ben ik hier al? En nog belangrijker: Wie ben ik eigenlijk en wat is mijn naam? Waarschijnlijk heb ik de hut zelf gemaakt, want ik ben alleen. Ik ben helemaal alleen.” denkt hij bij zichzelf terwijl hij onrustig mompelt dat dit een geweldig begin van de dag is.
Natuurlijk weten wij zijn naam, maar Kay weet dat zelf niet! Zijn verleden is een leeg gat, alsof hij zojuist geboren is. Hij weet niet eens wie hij is en waar hij in godsnaam terecht is gekomen.
Kay denkt dieper na, maar er ontstaat kortsluiting. Hij graaft naar gedachtes, herinneringen die hem altijd zijn bijgebleven, de naam van mijn moeder. Ze lijken allemaal niet eens te bestaan. Het is net, alsof een vuilnisman vannacht zijn hersenen heeft leeg gekieperd in een vuilniswagen.
‘Er zal toch nog wel iéts zijn dat ik me kan herinneren?’ denkt hij.
Verbaasd kijkt hij naar een boom. Hij vindt het gek, want hij weet wat een boom is, en kan alles benoemen in zijn omgeving. Hij kan alles herkennen en een naam geven, behalve zichzelf. Hij is zichzelf kwijt.

Writing is turning your imagination into real life.

Diana Silver
Laatst aanwezig: 4 uren 18 min geleden
Sinds: 8 Nov 2010
Berichten: 4510

Hoi E.R.!

E.R. Grinwald schreef:

Huilende wolven zijn afgezaagd, en ik had dit ook zeker niet vermeld als het een stille hint is naar iets verderop in het hoofdstuk. (...) Dit is dus om dat gevecht wat realistischer uit de hoek te laten komen.

Duidelijk. Maar je kunt toch de wolven inleiden op een manier waar de lezer van zal opkijken? Een trucje om clichés om te gooien is: draai het om. Wat als Kay zich een moment stilhoudt, luistert, en concludeert dat hij de wolven op dit moment niet hoort huilen.
Dat zegt ook dat er wolven zijn, right?

E.R. Grinwald schreef:

Sinds hij wakker is geworden met geheugenverlies leidt hij aan erge nachtmerries die hij niet kan verklaren. Het zijn er inderdaad maar een paar, maar degene hier was dus de heftigste, zoals staat vermeld.

Zou dan niet correcter zijn: "Zo’n heftige heeft hij nog niet eerder gehad"?

Een poging tot negenvoudige sublimatie.

E. R. Grinwald
Laatst aanwezig: 1 dag 14 uren geleden
Sinds: 7 Jul 2017
Berichten: 44

Ik heb het stuk nu verbeterd. Omdat er niet veel is veranderd, post ik het maar als bericht en niets als nieuw stuk.

‘Magie kan meerdere betekenissen hebben, Kay. Onthoud dat goed.’
Een man met naar achter gestreken haar houdt een ketting voor zich boven het haardvuur.
‘Aanschouw de kracht van Ythriĕl.’
De ketting gloeit oranje en begint te trillen alsof het zal ontploffen van woede. De man krijst en trekt zijn hand terug.
De ketting verdwijnt in de dansende vlammen en het vuur laait op tot het plafond in een helderblauwe kleur. ‘Dat is nog eens magie,’ schreeuwt de man enthousiast.
Het vuur kleurt smaragd en vliegt alle delen van de kamer door. De kracht die vrijkomt werpt ze naar achteren. Kay valt met zijn achterhoofd tegen de muur en de man valt op de hardhouten vloer. Hij lacht en lijkt op te leven van de verwoesting.
Kay kruipt naar de deur en draait de klink. Zonder omkijken rent hij naar buiten. Een lichte nevel hangt boven het drassige grasland. Zijn schoenen zompen in de modder en zijn benen worden zwaar.
Hij struikelt en valt met zijn gezicht in een plas regenwater. Er trekt iets aan zijn benen. Hij kijkt om en ziet hoe de deur van het landhuis naar de haard wordt getrokken en in stukken versplinterd. De scharnieren piepen en kraken en de bakstenen brokkelen van de muur af. Alles wordt opgezogen door zijn ketting. Ook het geluid wordt opgeslokt. Voor een moment is het doodstil. De wind houdt zijn adem in en de bosdieren houden zich afzijdig.
Een oorverdovende knal verbreekt de stilte. Enorme stukken hout steen vliegen door het dak en de muur, snakkend naar buitenlucht.
Kay staat op en wankelt. Hij vindt steun bij een versplinterde boomstronk. Zijn oren piepen en zijn knie bloedt. Wanneer hij het bloed stelpt, ziet hij dat er een grote splinter steekt in zijn kuit. De pijn trekt zijn been samen en hij schreeuwt het uit.
Hij maakt een prop van zijn t-shirt en bijt erin met zijn tanden. Met ogen dicht rukt hij de splinter uit zijn been en bekijkt het in zijn handen. De splinter is bijna even groot als een speerpunt!
Zijn geschreeuw wordt gedempt door de prop. Het brandt. Het brandt zo erg.
Boven hem pakken dreigende onweerswolken samen. Het huis steekt rood af tegen de grauwe hemel. Ergens daarboven kijken ze toe. Ergens lachen ze hem dubbel en dwars uit. Maken hun ogen tot spleetjes en schuiven monturen terug op hun plaats. ‘Moet je hem daar zien stuntelen.’
Er dreigt geen gevaar meer, dat zullen ze denken.

Kay hapt naar adem en komt omhoog. Bijna stoot hij zijn hoofd tegen de coleman-lamp die boven zijn hoofd aan een haakje bungelt. Wat was dat voor droom? Zo’n heftige heeft hij nog nooit eerder gehad.
Met zijn handpalm veegt hij het zweet van zijn voorhoofd en ritst zijn quechua-tent open. Hij wrijft het slaapzand uit zijn ogen en kruipt eruit. Zijn broek schuurt over het groene mos en dennenaalden.
Het donkere bos zucht in de wind. De snuift de frisse dennengeur in en wrijft in zijn handen. De wind voert het as mee uit de cirkel van stenen waar hij gisteren een vuur heeft gemaakt. Hij kijkt het kamp rond. Het is stil. Een vogel landt elegant op een tak en kijkt hem nieuwsgierig aan.
‘Mogge, vogeltje.’
Hij strijkt met zijn vingers door zijn haren en kucht. Het wordt een koude dag, merkt hij op. Terug in zijn tentje haalt hij een dikke jas en een skibroek uit zijn backpack-rugzak. Hij steekt zijn armen door de mouwen en vervangt zijn eerste broek door de skibroek.
Warm aangekleed nestelt hij zich weer in het mos en pakt een ijzeren kistje uit zijn rugzak.

Writing is turning your imagination into real life.

E. R. Grinwald
Laatst aanwezig: 1 dag 14 uren geleden
Sinds: 7 Jul 2017
Berichten: 44

*Ik heb de wolven nu wat verder in het hoofdstuk gezet. Zoek nog een originele manier om het te brengen. Bedankt voor de tips!

Writing is turning your imagination into real life.

'leeghoofd'
Laatst aanwezig: 2 uren 17 min geleden
Sinds: 14 Nov 2016
Berichten: 260

Fijn stukje, kan er niet zo veel op zeggen als Diana wat betreft opbouw. Leest wel door ( ik heb enkel je laatste versie gelezen)
Kleine dingetjes:

Naar achter gestreken haar, hij kan ijdel zijn, achterovergekamd haar, maar vind ik op zich niet belangrijk voor de tekst. Magier of tovenaar mag best warrig zijn.
De ketting, hij zal ontploffen van woede, (kan ie evt barsten?)
De man krijst en trekt zijn hand terug. De ketting verdwijnt in de dansende vlammen - hoe? Daarmee bedoel ik, hij hield de ketting eerder vast, dan trok hij zijn hand terug. Als de ketting verdwijnt, verwacht ik dat de man deze eerst loslaat door de plotse hitte die vrijkomt.
"Dat is nog eens magie," schreeuwt de man (het enthousiasme zit al in zijn stem)
En in stukken versplintert of in stukken wordt versplinterd.
De bakstenen brokkelen vd muur af? Een muur brokkelt af.
Zijn oren piepen, hier twijfel ik. Oren zelf piepen niet, het is inwendig. Er zit ruis in zijn oren?

"Hij maakt een prop van zijn t-shirt en bijt erin met zijn tanden. Met ogen dicht rukt hij de splinter uit zijn been en bekijkt het in zijn handen. De splinter is bijna even groot als een speerpunt! Zijn geschreeuw wordt gedempt door de prop.
Hier heb ik last van de zinsvolgorde. Eerste zin (zonder de tanden, bijten doe je toch wel met tanden? wink ) Met de ogen dicht rukt hij de splinter eruit. De prop dempt zijn geschreeuw. Tranen springen hem in de ogen. De wonde brandt vreselijk. Hij slaagt erin de splinter nauwkeuriger te bekijken, die bijna even groot is als een speerpunt.

Wie zijn ze die hem uitlachen, of werd dit reeds eerder verteld?

De snuift de frisse .... hij snuift of wilde je wat anders schrijven?

Volgens mij de as.

De wolven, zal jij hen eerst zien of horen? Jagen ze in groep, moet je een boom in vluchten? Of huilen ze ('s avonds) naar de maan? Verdedigt een wolf zijn gezellin die gewond is of bevalt?

Veel succes.

It's not that I'm afraid to die, I just don't want to be there when it happens. (W. Allen)

E. R. Grinwald
Laatst aanwezig: 1 dag 14 uren geleden
Sinds: 7 Jul 2017
Berichten: 44

Ik heb het stuk nu herschreven en ben ook verder gegaan met het hoofdstuk verbeteren. Om dit stuk goed te laten aansluiten op deel 2, is hier een herziene versie.

‘Magie kan meerdere betekenissen hebben, Kay. Onthoud dat goed.’
Een man houdt een ketting voor zich boven het haardvuur.
‘Aanschouw de kracht van Ythriĕl.’
De ketting gloeit oranje en begint te trillen alsof het zal ontploffen van woede. De man krijst en laat de ketting verdwijnen in de dansende vlammen. Het vuur laait op tot het plafond in een helderblauwe kleur. ‘Dat is nog eens magie,’ schreeuwt de man.
Het vuur kleurt smaragd en vuurt vonken de kamer door. De kracht die vrijkomt werpt ze naar achteren. Kay valt met zijn achterhoofd tegen de muur en de man valt op de hardhouten vloer. Hij lacht en lijkt op te leven van de verwoesting. Zijn naar achter gestreken haar glanst in het licht.
Kay kruipt naar de deur en draait de klink. Zonder omkijken rent hij naar buiten. Een lichte nevel hangt boven het drassige grasland. Zijn schoenen zompen in de modder en zijn benen worden zwaar.
Hij struikelt en valt met zijn gezicht in een plas regenwater. Er trekt iets aan zijn benen. Hij kijkt om en ziet hoe de deur van het landhuis naar de haard wordt getrokken en in stukken wordt versplinterd. De scharnieren piepen en kraken en de muur brokkelt af. Alles wordt opgezogen door zijn ketting. Ook het geluid wordt opgeslokt. Voor een moment is het doodstil. De wind houdt zijn adem in en de bosdieren houden zich afzijdig.
Een oorverdovende knal verbreekt de stilte. Enorme stukken hout steen vliegen door het dak en de muur, snakkend naar buitenlucht.
Kay staat op en wankelt. Hij vindt steun bij een versplinterde boomstronk. Zijn oren suizen en zijn knie bloedt. Een splinter ter grootte van een speerpunt steekt in zijn kuit. De pijn trekt zijn been samen en hij schreeuwt het uit.
Hij maakt een prop van zijn t-shirt en bijt erin. Met ogen dicht rukt hij de splinter uit zijn been. De tranen springen hem in de ogen. De prop dempt zijn geschreeuw. Het brandt. Het brandt zo erg.
Boven hem pakken dreigende onweerswolken samen. Het huis steekt rood af tegen de grauwe hemel. Ergens daarboven kijken ze toe. Ergens lachen ze hem dubbel en dwars uit. Maken hun ogen tot spleetjes en schuiven monturen terug op hun plaats. ‘Moet je hem daar zien stuntelen.’
Er dreigt geen gevaar meer, dat zullen ze denken.

Kay hapt naar adem en komt omhoog. Bijna stoot hij zijn hoofd tegen de coleman-lamp die boven zijn hoofd aan een haakje bungelt. Wat was dat voor droom? Zo’n heftige heeft hij nog nooit eerder gehad.
Met zijn handpalm veegt hij het zweet van zijn voorhoofd en ritst zijn quechua-tent open. Hij wrijft het slaapzand uit zijn ogen en kruipt eruit. Zijn broek schuurt over het groene mos en dennenaalden.
Het donkere bos zucht in de wind. Hij snuift de frisse dennengeur in en wrijft in zijn handen. De wind voert as mee uit de cirkel van stenen waar hij gisteren een vuur heeft gemaakt. De grond is bezaaid met allemaal naalden en plasjes regenwater.
Hij kijkt het kamp rond. Het is stil. Een vogel landt elegant op een tak en kijkt hem nieuwsgierig aan.
‘Mogge, vogeltje.’
Hij strijkt met zijn vingers door zijn haren en kucht. Het wordt een koude dag, merkt hij op. Terug in zijn tentje haalt hij een dikke jas en een skibroek uit zijn backpack-rugzak. Hij steekt zijn armen door de mouwen en vervangt zijn eerste broek door de skibroek.
Warm aangekleed nestelt hij zich weer in het mos en pakt een ijzeren kistje uit zijn rugzak.

Writing is turning your imagination into real life.

Geef Schrijven Magazine cadeau! (Beeld: SXC)

Geef Schrijven Magazine cadeau!
(en krijg zelf ook een presentje) 

Bestel nu!

Lees Tekstblad!

Neem een (proef)abonnement
Geen schrijfwedstrijd meer missen? Volg Schrijven Magazine op Facebook!

Like Schrijven Magazine op Facebook!

Vind ik leuk!
Schrijven Magazine: geen nummer meer missen?

Neem nu een abonnement op Schrijven Magazine! Profiteer van onze superaanbieding!

Profiteer nu!