Toon of vertel (show, don’t tell) – over stijl (2)

Een schrijver die van een uitgever te horen krijgt dat hij moet denken aan de regel show, don’t tell, is allicht genegen te zeggen dat hij zelf wel bepaalt wat hij wil vertellen. De show, don’t tell-regel is heel bekend. Maar wat houdt het nu precies in? 

De regel wil niet zeggen dat vertellen verboden is. Vertellen werkt goed bij het samenvatten van gebeurtenissen en bij het beschrijven van dingen die ertoe dienen het verhaal van A naar B te laten gaan, dingen waarmee de auteur niets bijzonders over zijn hoofdpersoon zegt:

Laura zoog de kamer. Ze ontdekte een spin onder een radiator.

In het voorbeeld hieronder vertelt de auteur iets over de gemoedstoestand van zijn hoofdpersoon:

Laura deed zenuwachtig haar voordeur open.

Laura is dus zenuwachtig. Oké, denkt de lezer, als de schrijver dat zegt zal het wel zo zijn. In het voorbeeld hieronder wordt getóónd dat Laura nerveus is:

Laura probeerde eerst met de schuursleutel de voordeur te openen en ze had daarna moeite de juiste sleutel goed in het slot te steken. Binnengekomen veegde ze uitgebreid haar voeten.

Aha, denkt de lezer: Laura rommelt met haar sleutels en ze vertoont uitstelgedrag. Er is iets met haar aan de hand! Door te tonen krijgt de lezer de kans mee te denken en zelf een conclusie te trekken. Vertellen schept direct duidelijkheid, maar het creëert ook afstand tussen de personages en de lezers. Wanneer een schrijver niets toont, zal een redacteur dan ook niet van het manuscript onder de indruk zijn.

In onderstaande tekst wordt iets getoond én verteld:

Laura huppelde naar het park. Ze glimlachte naar iedereen die ze zag en in haar hoofd neuriede ze een wijsje. Ze was zo blij!

Een redacteur zal de laatste zin (waarin wordt verteld) schrappen, want die voegt niets toe aan wat al is getoond en maakt dat lezers zich onderschat voelen.

Kortom: Show don’t tell wil niet zeggen dat de schrijver niets mag vertellen. Wil een schrijver dat de lezers met zijn personages meevoelen, dan moet hij tonen. De grote kunst is te besluiten wanneer verteld en wanneer getoond moet worden. Het is in elk geval zaak te onthouden dat iets wat wordt getoond niet ook nog mag worden verteld.

Over de auteur

Sandra Broertjes schrijft naast blogs ook fanfiction (onder andere voor The Walking Dead en Princess Diaries). Wat haar in haar werk als zelfstandig redacteur met name aanspreekt is dat zij mag helpen bij het verbeteren van door auteurs gekoesterde teksten. Meer weten? Zie www.tekstbureaubroertjes.nl.

Techniek

Comments

Een redacteur zal de laatste zin (waarin wordt verteld) schrappen, want die voegt niets toe aan wat al is getoond en maakt dat lezers zich onderschat voelen.
Uw voorbeelden zijn mij allen duidelijk, maar zo langzamerhand is het voor mij een cliché dat lezers zich onderschat zouden voelen. En al die vreselijk domme lezers dan? Die mag je toch helpen!
Laura huppelde naar het park. Ze glimlachte naar iedereen die ze zag en in haar hoofd neuriede ze een wijsje. Ze was zo blij!
Voor wie is dit geschreven? Volgens mij is Laura knettergek. Waarom lacht zij naar iedereen die zij ziet? Niet iedereen kijkt naar haar. Zij lacht dus ook naar iemand die haar voorbij loopt. Zij lacht naar een fietser die 300 meter verderop zijn hand uitsteekt? In de drukke winkelstraat waar honderden mensen ook naar het park lopen, glimlacht Laura naar al die onbekende mensen? Heeft Laura één been? Dat wijsje klinkt als - "Don't pee your pants, children!" van IT? Kan elke redacteur zich verplaatsen in het leesniveau van alle lezers?