Afbeelding

Schrijfoefening: herhalen, herhalen

Pixabay.com

Schrijfoefening: herhalen, herhalen

In de wereld van schrijftips worden herhalingen vaak als 'slecht' afgeschilderd: schrijven is schrappen, verwijder onnodige woorden, kill your darlings. Maar als ze een functie hebben in het verhaal, kunnen herhalingen juist als stijlmiddel dienen. Onze schrijfoefening van deze week draait om het gebruik van herhalingen.


Opdracht 1

Schrijf een kort of zeer kort verhaal van maximaal 300 woorden. Gebruik hierin minstens 5 keer dezelfde zin. Geef deze herhaling een functie. Misschien speelt de zin een cruciale rol in het verhaal. Misschien zorgt de herhaling voor humor. Of misschien draagt het bij aan de emotie van het hoofdpersonage. De zin die je herhaalt, kan van alles zijn: een feit, een gedachte, een dialoog van twee woorden. Wees creatief!

Opdracht 2

Schrijf een scène (maximaal 300 woorden) waarin herhaling een centrale rol speelt. Deze keer mag de herhaling geen letterlijke herhaling van een zin of een belangrijk woord zijn. In plaats daarvan maak je een keuze tussen twee andere vormen van herhaling:

  1. Gebruik een herhalende schrijfstijl. Schrijf in dezelfde woordvolgorde, of laat dezelfde klankpatronen terugkeren.
  2. Kies een centraal themawoord dat je niet letterlijk benoemt, maar telkens suggereert. Veelvuldige beschrijvingen van bloed, hitte en liefdesuitingen suggereren bijvoorbeeld de kleur rood.

Onderbreek aan het einde van de scène het patroon dat je hebt gecreëerd. Voor een maximaal contrast doe je dit op een moment waarop ook het plot verandert.

Opdracht 3

Schrijf een kort of zeer kort verhaal (maximaal 800 woorden) waarin de eerste en laatste zin hetzelfde zijn. Zorg voor een twist in jouw verhaal, waardoor de zin de tweede keer een hele andere betekenis krijgt. Je mag hier de scène uit opdracht 2 in verwerken, maar dat hoeft niet.

Deel jouw korte verhalen hieronder!

Comments

Schoonheid 

Het is mij niet zo duidelijk

die dikke dame daar aan het raam, met haar fraaie kleren aan

zij lijkt me zo gelukkig

zo mooi

haar gezicht zo vol van glorie

fonkelende ogen

het is me niet zo duidelijk

ik ben wat jaloers

op haar gezicht, haar haar strak in de snit

ze ziet er zo aantrekkelijk uit

het is me niet zo duidelijk

aantrekkelijkheid

het is altijd zo simpel geweest

altijd slank en strak

alles dat past 

het is me niet zo duidelijk

zij is trots

ben ik niet

die slanke mooie dame

maar er is er maar één

één die duidelijk de moeite heeft gedaan

twee maal in de spiegel te kijken 

de mooie rode lipstick te kiezen

Ik lach naar de dikke dame aan het raam

het is me niet zo duidelijk

Ik ben enorm aangetrokken tot haar

 

De zon breekt door.
Een file van fietsers op het pad. Auto’s haasten op de weg. Kinderen lopen naar school.
Het is druk.

De zon breekt door.
Aan de andere kant van de wereld worden veel mensen ziek. Berichten op radio, televisie en internet.
Ver van ons bed.

De zon breekt door.
Dichtbij ons krijgen mensen deze vreselijke griep. Ze besmetten elkaar en de ziekte breidt zich uit.
Velen zijn doodziek.

De zon breekt door.
We houden fysieke afstand en blijven zoveel mogelijk binnen. Niets lijkt meer normaal en het lijkt een eindeloze epidemie.
Dood en doodsangst.

De zon breekt door.
We wrijven in onze ogen en kijken verlangend naar buiten. Op deze dag zullen de stralen ons uitnodigen weer naar buiten te gaan.
Dat is vrijheid.

Opdracht 1

“Waar gaat dit nou helemaal over?” Met een ruk draait Kathy zich om naar haar zus Emma die, ineengedoken, met haar hoofd in haar handen op de bank zit te huilen. “Tuurlijk, we zitten met zijn allen thuis vanwege een virus dat we niet kunnen zien. Maar waarom zo nerveus, waarom die paniek en dat gehuil, want waar gaat dit nou helemaal over? Er vallen wat meer doden dan normaal in de winter. Nou en?” Met betraande ogen kijkt Emma omhoog.
“Waar gaat dit nou helemaal over? Jij snapt ook niks hè? Het gaat erom dat oudere mensen enorm vatbaar zijn voor dit virus en dat ze eraan kunnen overlijden. Dáár gaat het allemaal over!” Emma staat op en loopt stampvoetend naar het dressoir waar ze driftig met haar wijsvinger op het huwelijksportret van hun ouders tikt. “En dat onze ouders al zo oud zijn dat we nu niet meer op bezoek mogen. Daar gaat het allemaal over.” Kathy haalt haar schouders op.
“Ach, we gingen toch al nooit bij ze langs, dus wat maken die paar maanden nou uit? Dit gaat echt helemaal nergens over.”
“Maar misschien zijn ze er straks niet meer vanwege dat virus, daar gaat dit dus allemaal wèl over.”
“Stel je niet aan, zij blijven binnen en wij zitten thuis, juist om dat virus geen kans te geven. Daarom moet iedereen zo veel mogelijk thuisblijven en is het verstandiger om niet bij anderen op bezoek te gaan. Om te voorkomen dat we elkaar besmetten. Dus als iedereen dat ook doet, thuisblijven bedoel ik, dan kunnen we over een paar maanden gewoon weer doen wat we altijd al deden. Niet op bezoek gaan bij die moordenaars die al bijna ons hele leven in de gevangenis zitten. Net wat ik zei: waar gaat dit nou helemaal over?”

“Dat is toch niets voor mij?”
Ze schudde misprijzend haar hoofd: “Ik draag nooit skinny jeans. Daarin heb ik een kont als een olifant.”
“Mens, doe even normaal. Jij hebt het beste figuur van ons allemaal.”
Geërgerd propte Cat de hangertjes in haar hand. Het waren er zoveel dat ze haar wijsvinger afknelden.
“Deze broek met dat semi-transparante tuniekje … de minirok met de kanten blouse en de haltertop … en niet zaniken over die jumpsuit voordat je gezien hebt hoe het staat.”
Sanne schoof zuchtend het gordijn dicht. Ze wist dat ze er niet mee weg zou komen om net te doen alsof ze alles paste en dan naar buiten te roepen dat het niets was. Nee… ze moest straks midden in het gangpad met de billen bloot om de outfits te laten keuren die de meiden haar probeerden aan te smeren. In dit geval dus Cat, want Yara had het assortiment van deze winkel direct bij binnenkomst al afgeschreven als ‘sletterig’ en ‘veel te jeugdig’. Maar Cats wil was zoals altijd wet. Dus zat er niets anders op dan zich in het blauwe keurslijf van spijkerstof te persen. Een S… hoe kwam ze erop!
Met ingehouden adem trok ze de ritssluiting dicht, min of meer verwachtend dat het buikvet er aan de bovenkant als een muffin uit zou puilen. Maar dat viel eigenlijk reuze mee. Ze liet de tuniek over haar hoofd glijden en draaide wat rond voor de spiegel. De luchtige stof zwaaide frivool mee bij iedere beweging. Deze was wel leuk. Misschien met de knielange kokerrok die ze thuis had …
“En?”
“Het is minder erg dan ik dacht.”
“Hier komen!”
Mismoedig sjokte ze de paskamer uit.
“Zie je wel dat dit je goed staat?”
“Ja, maar Joost vindt het vast niks.”
“Mike wel.”
“Moet je daar nu over beginnen?”
“Sorry… volgende.”
“Ik heb geen zin meer. Kunnen we alsjeblieft gaan lunchen?”
In een compromis nam Sanne alles mee naar de kassa met de belofte de rest thuis te passen. Waarschijnlijk wist Cat dat ze dat toch niet ging doen en het morgen onverrichte zaken zou terugbrengen. Maar ze deed er het zwijgen toe en dat was maar goed ook. Want zo van lieverlee viel ze om van de honger.

Samen met de pokebowl kwam helaas ook het onderwerp weer op tafel. Direct nadat de jongen van de bediening uit het zicht was, sneed Yara het aan:
“San, dit kan zo niet langer. Wat ga je doen?”
“Ik weet het gewoon niet, oké!”
Vertwijfeld probeerde ze een stapel maiskorrels op haar vork te laten balanceren terwijl die op weg ging naar haar mond: Er ontsnapten er vier die jammerlijk terugvielen in de kom.
“Ik wil niet kiezen.”
“Je kunt niet getrouwd blijven en er een ander op na houden.”
“Dat weet ik ook wel!”
“En waarom niet, als ik vragen mag?”
“Cat, hou je mond.”
Zuchtend deed Sanne een nieuwe poging haar lunch te verorberen. Dit keer probeerde ze het door de korrels systematisch te spietsen op haar vork en dat ging een stuk beter. Vanuit haar ooghoeken sloeg ze de strijd gaande die nu non-verbaal door woedde aan de overkant van de tafel. Een strijd op het snijpunt van normen en waarden en zij was degene die hun vriendinnenpact naar de rand van deze afgrond had geleid.

Oh, was ze die avond maar nooit meegegaan!
Het was uit nieuwsgierigheid geweest, uit verveling of onvrede wellicht. Maar nooit, nee nooit met de bedoeling degene te kwetsen die haar lang geleden eeuwig trouw beloofd had. Een belofte die ze zelf al maandenlang jammerlijk verbrak. Meerdere malen per avond zelfs… iedere woensdag. En die arme Joost maar denken dat ze nog steeds op schilderles zat. Daar was het wel mee begonnen, maar al snel hadden ze beiden hun kwasten aan de wilgen gehangen. Sanne wist dondersgoed dat het onvermijdelijke moment eraan ging komen … dat haar echtgenoot zou vragen wanneer ze nu eindelijk eens een meesterwerk mee naar huis nam.

“Yara heeft gelijk, ik moet nu echt gaan kiezen.”
“Wat nou kiezen? Je moet gewoon bij Joost blijven.”
“Ach, laat Yara maar kletsen. Mike is het avontuur waar iedere vrouw recht op heeft die met zo’n saaie man is getrouwd.” Sanne schudde haar hoofd: “Dat is toch niets voor mij.”